26 122
Srebrenica

nr. 30
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2002

Gelet op de publiciteit terzake, bied ik u hierbij aan de nota, die de directeur Voorlichting begin oktober 1998 op mijn verzoek naar aanleiding van het rapport – Van Kemenade (kamerstuk 26 122, nr. 4) heeft opgesteld.1 De nota was primair bedoeld om te reageren op vragen, die naar verwachting van de zijde van de media zouden worden gesteld. Vandaar dat de nota is opgesteld door mijn directeur Voorlichting. Ik heb hedenochtend nadrukkelijk met de ondertekenaar van de betreffende nota nogmaals vastgesteld dat de nota geenszins beoogde de conclusies van het rapport – Van Kemenade op enigerlei wijze ter discussie te stellen.

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven