26 122
Srebrenica

nr. 23
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2001

In vervolg op mijn brief van 1 juni 2001, Tweede Kamer, vergaderjaar 2000–2001, 26 122, nr. 22, doe ik u hierbij, mede namens mijn ambtgenoten van Defensie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Algemene Zaken, toekomen het geactualiseerde voortgangsrapport, dat de directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft opgesteld naar aanleiding van zijn contacten met de Commissie van Waarheid en Verzoening van de Federale Republiek Joegoslavië.1

De Directeur van het NIOD heeft na overleg met de Waarheidscommissie een plan opgesteld om gedurende deze zomer zoveel mogelijk documentatie in Belgrado (en desgewenst elders in Joegoslavië) te raadplegen en interviews af te nemen. Hij verwacht dat de resultaten daarvan in september of oktober in het rapport zullen worden verwerkt. Onvoorziene omstandigheden voorbehouden zou het rapport op of omstreeks 1 december 2001 kunnen worden aangeboden. Het NIOD zal alles in het werk stellen om die datum te halen.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J.J. van Aartsen


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven