26 079
Wijziging van titel 7.10 (arbeidsovereenkomst) van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot vakantie en ouderschapsverlof

nr. 7
AMENDEMENT VAN HET LID SCHIMMEL

Ontvangen 25 maart 1999

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt onderdeel A vervangen door:

A

Artikel 635 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het vierde lid vervalt. Het vijfde lid wordt vernummerd tot vierde lid.

2. Aan het artikel wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt:

5. Indien een aanspraak op vakantie is verworven die het in artikel 634 bedoelde minimum te boven gaat, kan voorzover die aanspraak dat minimum te boven gaat, bij schriftelijke overeenkomst van de leden 1 tot en met 4 worden afgeweken ten nadele van de werknemer.

II

In artikel I, onderdeel C, wordt in artikel 637 de zinsnede «leden 3 tot en met 5» vervangen door: leden 3 en 4.

III

In artikel II wordt de zinsnede «artikelen 635, lid 6» vervangen door: artikelen 635, lid 5.

Toelichting

Een arbeidsongeschikte die middels «ontbinding door de kantonrechter» dan wel «ontslag met wederzijds goedvinden» de arbeidsovereenkomst laat beëindigen, wordt wel schadeloos gesteld voor de tijdens arbeidsongeschiktheid opgebouwde vakantierechten. De regeling is niet bevorderlijk voor de reïntegratie van een arbeidsongeschikte werknemer waarvan duidelijk is dat hij zijn werk bij zijn eigen werkgever niet kan hervatten. De regeling is bovendien principieel onjuist: een «gewone» werknemer kan zijn resterende vakantiedagen bij baanwisseling gewoon laten uitbetalen, opnemen en/of meenemen naar de nieuwe werkgever.

Schimmel

Naar boven