Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201126049 nr. 73

26 049 Indonesië

Nr. 73 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 augustus 2011

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van mijn bezoek aan Indonesië van 4 tot 7 juli 2011, waarbij ik Jakarta en West-Kalimantan bezocht. Doel van mijn bezoek was het maken van afspraken over invulling van de ontwikkelingsrelatie en beleidsprioriteiten met Indonesië, als onderdeel van de brede samenwerkingsrelatie.

Indonesië behoort als laag middeninkomensland tot de profiel drie partnerlanden, waar sprake is van gezonde economische groei. Tegelijkertijd is sprake van grote regionale verschillen in ontwikkelingsniveau en tempo en moeten meer dan honderd miljoen mensen rondkomen met een inkomen onder de twee dollar per dag. Voor Nederland is Indonesië een belangrijke strategische partner, waarmee wij een gezamenlijk verleden delen en waarmee wij in toenemende mate ook gedeelde belangen hebben, bijvoorbeeld waar het gaat om handel en investeringen, duurzaamheid, democratisering en mensenrechten, vrede en veiligheid. Indonesië vormt daarnaast als voortrekker binnen de regionale organisatie ASEAN een interessante partner voor Nederland, terwijl Nederland op zijn beurt als Gateway to Europe weer belangrijk is voor Indonesië. De ontwikkelingssamenwerkingsrelatie met Indonesië moet in het licht van deze bredere relatie gezien worden en zal zich geleidelijk steeds meer ontwikkelen tot een meer economische, gebaseerd op wederzijds belang. Accent in de ontwikkelingsrelatie ligt daarbij de komende periode op die sectoren waar Nederland een verschil kan maken: water, voedselzekerheid, juridische samenwerking, met een programma voor hoger onderwijs als ondersteuning. Binnen deze sectoren zal waar mogelijk gezocht worden naar partnerschappen, waarin ook het bedrijfsleven en kennisinstellingen een rol kunnen spelen. Tijdens mijn bezoek heb ik hierover afspraken gemaakt met vertegenwoordigers van de Indonesische regering.

In Jakarta sprak ik met de bewindspersonen van Justitie en Mensenrechten, Planning, Buitenlandse Zaken, Handel, Visserij, alsmede met de coördinerende minister voor Economische Zaken. Daarnaast vonden gesprekken plaats met de gouverneur van Jakarta en de anti-corruptiecommissie. Contacten met het bedrijfsleven had ik tijdens een bijeenkomst over de overstromingsproblematiek in Jakarta, een bijeenkomst met bedrijven uit de watersector, een ronde tafelbijeenkomst over voedselzekerheid en tijdens een bedrijfsbezoek aan een visverwerkingsbedrijf. In Jakarta sprak ik verder met vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor democratisering en versterking van de rechtsstaat. In West-Kalimantan vond een ronde tafelbijeenkomst plaats met ruim twintig maatschappelijke organisaties over duurzaamheid en rechten van de lokale bevolking.

Jakarta

Op 4 juli sprak ik met de minister van Justitie en Mensenrechten (Patrialis Akbar), de minister van Planning (Armida Alisjahbana) en de viceminister van Buitenlandse Zaken (Triyono Wibowo). Tijdens deze gesprekken werden afspraken gemaakt over nadere invulling van de samenwerkingsrelatie met Indonesië als partnerland.

Met de minister van Planning, Alisjahbana, kwam ik overeen dat de komende periode prioriteit zal uitgaan naar samenwerking op het terrein van water, voedselzekerheid en juridisch gebied, met een programma voor hoger onderwijs ter ondersteuning van deze speerpunten. De Indonesische vraag naar Nederlandse expertise en steun zal daarbij leidend zijn voor invulling van het programma. Tevens werd afgesproken dat het accent bij de uitvoering van deze programma’s meer dan voorheen zal liggen op bilaterale samenwerking dan op uitvoering via multilaterale organisaties. Wij waren het eens dat de ontwikkelingsrelatie zich uiteindelijk zal ontwikkelen naar een economische relatie, gebaseerd op wederzijds belang.

In mijn gesprek met de minister van Justitie Akbar verzocht ik om aandacht voor de Nederlandse consulaire gevallen en de mensenrechtensituatie, waaronder de positie van religieuze minderheden. Verder spraken wij af om de samenwerking op juridisch terrein de komende periode voort te zetten. In het gesprek met viceminister van Buitenlandse Zaken Wibowo werd bevestigd dat beide landen veel waarde hechten aan de goede verhoudingen en gezamenlijk willen werken aan intensivering van de betrekkingen. Ik heb aangegeven dat president Yudhoyono zeer welkom blijft om Nederland op een wederzijds passend moment te bezoeken. Verder spraken wij over de mensenrechtensituatie en de bestuurlijke problemen waarmee Indonesië kampt als gevolg van de vergaande decentralisatie na de reformasi.

In het kader van de juridische samenwerking opende ik in Jakarta een seminar voor wetgevingsjuristen, dat was georganiseerd door het ministerie van Veiligheid en Justitie. Hiermee draagt Nederland bij aan capaciteitsopbouw voor het wetgevingsproces. Ik verzorgde een lunchlezing over de relatie EU-ASEAN voor een gehoor van Indonesische diplomaten, vertegenwoordigers van ASEAN en de EU-delegatie. Tijdens deze lezing heb ik het belang benadrukt van intensieve banden tussen de EU en ASEAN. Ik heb daarbij onderstreept dat Nederland en Indonesië hierin een positieve rol kunnen spelen, gezien de uitstekende bilaterale betrekkingen. In de middag vond een bezoek plaats aan de nationale anti-corruptiecommissie KPK, waar continuering werd toegezegd van de Nederlandse steun aan de KPK. De samenwerking met de KPK is met name gericht op praktische kennisuitwisseling. De dag werd afgesloten met een werkdiner ter residentie over het hervormingsproces in Indonesië. Tijdens dit gesprek werd gesproken over de stand van het democratiseringsproces en de rechtsstaat in Indonesië.

Op 5 juli vond een high level meeting plaats over de overstromingsproblematiek in Jakarta met de Indonesische viceminister van Publieke Werken (Hermanto Dardak), viceminister van Planning (Dedy Priatna) en de vicegouverneur van Jakarta. Tijdens deze bijeenkomst presenteerde een Nederlands consortium de bevindingen van een strategische studie (financiering door Partners voor Water) over de tekortkomingen in de kustverdediging van Jakarta. Ik heb bij die gelegenheid financiering toegezegd voor het vervolgtraject, te weten het opstellen van een masterplan. Dit masterplan zal de basis vormen voor een geïntegreerde strategie gericht op zowel kustverdediging als kustontwikkeling. Eerder die dag heb ik me tijdens een locatiebezoek aan de wijk Pluit in Noord-Jakarta persoonlijk op de hoogte kunnen stellen van de problematiek. De voornamelijk erg arme bewoners worden momenteel door een betonnen muur van bescheiden omvang beschermd tegen de zee, die door de bodemdaling in Jakarta hoger ligt dan de woonwijk zelf. Zonder verdere interventie zal de stad in 2025 twee tot vier meter onder zeeniveau liggen. Na afloop van de high level meeting vond een werklunch plaats met vertegenwoordigers van het Nederlands bedrijfsleven in de watersector. Ik zie de samenwerking voor de kustverdediging van Jakarta als een goed voorbeeld van de ontwikkelingsrelatie met Indonesië, waarbij Nederland op Indonesisch verzoek een verschil kan maken dankzij de specifieke expertise die Nederland te bieden heeft. Het programma heeft naast de ontwikkelingsdimensie nadrukkelijk ook een economische dimensie en biedt Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen kansen om zich verder te positioneren op de Indonesische markt. In de Indonesische media werd veel positieve aandacht besteed aan de Nederlandse bijdrage voor de kustverdediging van Jakarta.

In de middag sprak ik met de coördinerende minister voor Economische Zaken (Hatta Rajasa), onder meer over het investeringsklimaat. Ik heb daarbij aandacht gevraagd voor problemen die Nederlandse bedrijven ondervinden als gevolg van nieuwe regelgeving op het terrein van post en tuinbouw, waarin beperkingen worden gesteld aan buitenlandse investeringen in deze sectoren, zonder voldoende rekening te houden met bestaande belangen. Nederland ondersteunt overigens via een trustfund bij de Wereld Bank actief de inspanningen van de Indonesische regering om het investerings- en ondernemingsklimaat te verbeteren. In de avond vond een gesprek plaats met de gouverneur van Jakarta (Fauzi Bowo) over restauratie van de oude binnenstad en Nederlandse betrokkenheid bij het aanpakken van de overstromingsproblematiek. De gouverneur toonde zich daarbij verheugd over de Nederlandse betrokkenheid en gaf aan deze samenwerking graag langdurig te willen voortzetten.

Op deze tweede dag van mijn bezoek was er tevens aandacht voor gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Zo overhandigde ik een rapport met aanbevelingen voor restauratie van het voormalig stadhuis van Batavia aan de DG Cultuur en Toerisme van Jakarta en opende ik een tentoonstelling in het Erasmus Huis over de Nederlands-Indische architect Wolff Schoemaker.

Op 7 juli vond een ronde tafelbijeenkomst plaats over voedselzekerheid, waarbij vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven ingingen op de potentie van de Indonesische markt en de vraag in hoeverre Nederland kan bijdragen aan verbetering van de voedselzekerheid in Indonesië. Aan deze bijeenkomst namen ruim dertig bedrijven deel waarbij het accent lag op de tuinbouw-, zuivel-, pluimvee- en visserijsectoren. Nederland heeft op dit gebied de expertise in huis die nodig is om de Indonesische landbouwsector naar een hoger een duurzamer niveau te tillen, hetgeen tegelijkertijd de voedselzekerheid in het land ten goede zal komen.

Tijdens de aansluitende lunch kondigde ik samen met de ministers van Handel (Mari Pangestu) en Visserij (Fadel Muhammad) in een gezamenlijke verklaring de start aan van een vijfjarig partnerschap voor duurzame productie en handel (in agro-commodities). Dit partnerschap zal worden ondersteund door het Initiatief Duurzame Handel (IDH) en zich onder meer richten op publiek-private partnerschappen voor duurzame productie en handel van producten als koffie, thee, specerijen, tropisch hout, kweekvis, cacao en palmolie. Indonesië is een grote producent van deze commodities en daarmee een belangrijke strategische partner. Met het partnerschap wordt tevens ingespeeld op de groeiende vraag naar duurzame producten in Nederland en de EU, waarbij Nederland een belangrijke functie vervult als toegangspoort tot Europa.

Na afloop werd door de DG Verwerking en Afzet van het ministerie van Visserij en de directeur van het Centrum voor Bevordering van Import uit Ontwikkelingslanden (CBI) in aanwezigheid van de minister van Visserij en mijzelf een Letter of Commitment getekend waarin samenwerkingsplannen in de visserijsector worden vastgelegd voor de komende jaren. Steun door het CBI voor duurzamere productie en positionering van Indonesische visserijbedrijven op de Europese markt staat daarbij centraal. Tot slot bezocht ik in Jakarta een visverwerkingsbedrijf dat zich met steun van het CBI heeft toegelegd op meer duurzame visproductie en zich een plek heeft weten verwerven op de Europese markt.

West-Kalimantan

Op 6 juli bezocht ik West-Kalimantan, dat een omvang heeft van vier keer Nederland en moeilijk toegankelijk is. Het bezoek had als doel om beter inzicht te krijgen in de ontbossingsproblematiek, de gevolgen van het groeiende areaal oliepalmplantages en de positie van de lokale bevolking. Ik sprak met de lokale politiecommandant over onder meer wetshandhaving en illegale houtkap. Tijdens een rondvlucht over het gebied kreeg ik een goed beeld van de ontbossingsproblematiek. In de middag vond een ronde tafelbijeenkomst plaats met ruim twintig lokale en Nederlandse NGO’s, waarbij werd ingegaan op lokale problemen die raken aan ontbossing, landrechten, rechten van de inheemse bevolking en duurzame economische ontwikkeling. In het programma voor Indonesië zal de komende periode aandacht worden besteed aan deze problematiek, met name door de samenwerking die wordt voorzien op het terrein van voedselzekerheid en duurzame productieketens. Gezien de beperkte omvang van het Nederlandse programma wordt daarbij zoveel mogelijk ingezet op strategische interventies.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen