Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 26049 nr. 67 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2007-2008 | 26049 nr. 67 |
Vastgesteld 26 maart 2008
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken1 heeft op 31 januari 2008 overleg gevoerd met minister Verhagen van Buitenlandse Zaken en minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking over:
– de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking d.d. 3 september 2007 inzake de actuele situatie in Indonesië en de stand van de bilaterale betrekkingen inclusief de ontwikkelingsrelatie en de wederopbouwhulp aan Atjeh (26 049, nr. 58);
– de brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking d.d. 27 december 2006 houdende het verslag van het bezoek van de minister aan Indonesië (16–19 december 2006) (26 049, nr. 55);
– de brief van de ministers van Buitenlandse Zaken en voor Ontwikkelingssamenwerking d.d. 13 juni 2006 ten geleide van de beleidsnotitie Indonesië «Vormgeving van een bilaterale samenwerkingsrelatie met Indonesië voor de periode 2006–2010» (26 049, nr. 51);
– de brief van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking d.d. 25 januari 2008 over zijn bezoek aan Indonesië van 5 tot 14 december 2007 (26 049, nr. 59).
Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissie
Mevrouw Van Velzen (SP) hecht veel waarde aan goede betrekkingen met Indonesië. Nederland moet de geschiedenis onder ogen zien en daarmee in het reine komen. Door zijn vroegtijdig overlijden heeft oud-president Soeharto geen verantwoording hoeven af te leggen voor de duizenden slachtoffers die onder zijn bewind zijn gevallen of over verduistering van belastinggelden. Zij was dan ook verbaasd dat de minister van Buitenlandse Zaken ter gelegenheid van dit overlijden hierover niet heeft gesproken. Zwijgen over het feit dat Soeharto een dictator was met bloed aan zijn handen is voor veel mensen kwetsend. De regering had best met wat meer reserve mogen reageren.
Maar ook het Nederlandse verleden in Indonesië is niet vrij van blaam. Mevrouw Van Velzen is erg blij met de uitspraak van oud-minister Bot van Buitenlandse Zaken dat Nederland ten tijde van de politionele acties aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond. Bij een dergelijke spijtbetuiging mag het niet blijven. Er moet een gebaar worden gemaakt naar de mensen die geleden hebben onder deze politionele acties. De 3000 gewetensbezwaarden die de dienst weigerden zijn indertijd als paria’s behandeld. In 1951 werd een verzoek aan de minister van Justitie om amnestie geweigerd omdat deze mensen geen spijt hadden van hun daden. Inmiddels heeft de Nederlandse regering zelf spijt van haar daden tijdens de politionele acties. Is het kabinet bereid om de eer te herstellen van degenen die in dezen terecht hun geweten volgden? Hetzelfde geldt voor de nabestaanden van deze acties in Indonesië. In het dorp Rawagedéh waren Nederlandse militairen verantwoordelijk voor standrechtelijke executies. Aangezien oorlogsmisdaden niet verjaren is het vreemd dat hiervoor nooit militairen zijn vervolgd. Tegenover de nabestaanden heeft de Nederlandse regering nooit een gebaar gemaakt. Geen brief, geen gesprek, niks, totdat de Nederlandse ambassade afgelopen december, 60 jaar na dato, plots aanwezig was bij de herdenking van dit bloedbad. Is dit een vorm van schuldbekentenis over de verantwoordelijkheid voor die misdaden? Is de minister bereid om officieel namens de Nederlandse regering spijt te betuigen aan en in gesprek te gaan met de nabestaanden van de slachtoffers in Rawagedéh?
Het valt op dat in de beleidsnotitie het woord «collusie», vriendjespolitiek, niet meer wordt genoemd. Zijn corruptie en collusie niet meer aan de orde of is dit niet meer belangrijk? De minister van Buitenlandse Zaken stelt dat de beelden die zijn uitgezonden over Molukse activisten die met geweld zijn aangepakt toen zij tijdens een ceremonie de Molukse vlag hesen, door elkaar zijn gehaald en uit 2003 stammen. Kan hij hierop een toelichting geven? De zwakbegaafde Sibel Yalvac wordt in Indonesië nog steeds gevangen gehouden. Dick Nicolaas is in Indonesië ter dood veroordeeld. Wat gaat de minister doen nu de contacten met de Indonesische ambassade niet het gewenste resultaat hebben opgeleverd? Het kabinet moet in de gaten houden dat het in de zaak van Munir niet blijft bij de veroordeling van de dader van de moord op deze mensenrechtenactivist, maar dat wordt gezocht naar de opdrachtgevers.
Mevrouw Van Velzen heeft moeite met de Nederlandse bemoeienis met de waterbedrijven in Indonesië. Het gaat opnieuw om een privatisering, die ertoe kan leiden dat juist de armsten van water worden afgesloten. Kan de minister acties ondernemen om dit te voorkomen?
Mevrouw Van Gennip (CDA) vindt het voor Nederland en Indonesië van belang om de relatie tussen beide landen te intensiveren. Een bijzonder en belangrijk moment was de politieke en morele erkenning van 17 augustus 1945 als onafhankelijkheidsdag voor Indonesië. Zij waardeert het zeer dat oud-minister Bot spijt heeft betuigd over de pijnlijke en gewelddadige scheiding in 1945. Nu is het tijd om gezamenlijk naar de toekomst te kijken. Deze week staat ook in het teken van het overlijden van oud-president Soeharto. De CDA-fractie miste in de reactie van minister Verhagen op het overlijden van oud-president Soeharto een verwijzing naar zijn regime, waaronder veel mensen hebben geleden. Het is te betreuren dat geen rechtsgang heeft kunnen plaatsvinden.
Het Atjeh-vredesakkoord was een belangrijke stap. De internationale verantwoordelijkheid die Indonesië neemt in vredesmissies, binnen ASEAN (Association of South East Asian Nations) en de Mensenrechtenraad is te waarderen. Mevrouw Van Gennip deelt de gematigd optimistische toon over Indonesië. Er zijn wel nog veel zorgpunten over de ontwikkeling in Indonesië en de invulling van de bilaterale relatie. Transparancy International stelt dat de corruptie nog groter is geworden, terwijl de aanpak ervan lijkt te stagneren. Het blijkt moeizaam om een goed lokaal bestuur te vormen. De invloed van clans is groot. Nederland zou de kennis van het Nederlandse Instituut voor Meerpartijendemocratie (NIMD) kunnen inzetten. Wat is de positie van de anti-corruptiecommissie en haar voorzitter, die zelf van corruptie wordt verdacht? Wanneer wordt de Strategic Governance and Corruption Assessment (SCAGA) afgerond?
Het is goed dat Indonesië verschillende mensenrechtenverdragen heeft geratificeerd. De mensenrechtensituatie is de laatste jaren duidelijk verbeterd, maar in sommige regio’s staat de positie van minderheden nog onder druk. Mevrouw Van Gennip steunt de inzet van het kabinet voor de afschaffing van of ten minste een moratorium op de doodstraf. Zij vraagt aandacht voor de volgende mensenrechtenactivisten: Olif, pastor Johanes Djonga, Albert Rumbakwan, Philip Karma en Yusac Pakage. Is het juist dat geen enkele EU-ambassade het proces van Olif heeft bijgewoond?
In Papoea lijkt de vooruitgang in de mensenrechtensituatie niet plaats te vinden. VN-rapporteur Hina Jilani spreekt van bedreigende situaties voor activisten, het alom tegenwoordige leger en de vele incidenten rond legeren politieposten die vaak onbestraft blijven. De implementatie van de speciale autonomiewet is belangrijk voor het verbeteren van het welzijn van de lokale bevolking. Een verdere opdeling in provincies druist in tegen deze wet. De internationale gemeenschap dient in dezen een rol te spelen door mensenrechtentrainingen en monitoring van de implementatie van de wet door de EU.
De economische groei in Indonesië van 6% is onvoldoende om de armoede structureel te bestrijden. De helft van de bevolking leeft van 2 dollar of minder per dag. Is het wel juist van de minister voor Ontwikkelingssamenwerking om Indonesië in te delen als een aankomend middeninkomensland? In de economische programma’s moet aandacht worden besteed aan duurzaamheid, illegale boskap en bosbranden.
Binnen de bilaterale relatie tussen Indonesië en Nederland bestaat duidelijk behoefte aan een dialoog via het Comprehensive Partnership Agreement (CPA). Is het CPA al ingevuld en behelst dit onderwerpen als waterexpertise, mensenrechten, duurzaamheid, goed bestuur, economische kansen, de islam en democratie? Wanneer wordt het CPA ondertekend en komt er een speciale Indonesië-coördinator? Doordat Indonesië het grootste moslimland ter wereld is met een duidelijk gematigde islam en een seculiere regering, kan het een constructieve rol spelen in de wereld.
Tot slot vraagt mevrouw Van Gennip de minister om een brief over piraterij en een financiële regeling voor de terugkeer van Molukkers.
De heer Van Baalen (VVD) beschouwt het verleden tussen Nederland en Indonesië zeker niet als alleen negatief. Er is een enorme culturele rijkdom uitgewisseld tussen beide landen. Oud-minister Bot heeft de weg geëffend naar nieuwe verhoudingen door op 17 augustus 2005 de nationale feestdag van Indonesië bij te wonen. Het verleden is echter een zaak voor historici; de actualiteit en de toekomst zijn zaken van de politiek. Van excuses, bijvoorbeeld voor de verschrikkingen in de Bersiap-periode, is geen sprake. De Nederlandse regering vraagt niet om excuses van de huidige Indonesische regering op dit gebied omdat zij daarvoor niet verantwoordelijk is en Nederland biedt geen excuses aan voor de gebeurtenissen vermeld in de excessennota die in de jaren zestig is uitgekomen. De Nederlandse militairen hebben zich grosso modo uitstekend gedragen. De heer Van Baalen staat daarom achter de veteranen. Als regering en parlement beslissen dat een militair moet gaan, dan heeft hij te gaan. Wie zich onttrekt, kan zich er niet op beroepen dat hij mogelijk aan de juiste kant van de geschiedenis staat. Van een soort rehabilitatie kan geen sprake zijn.
Het was verstandig dat de Nederlandse regering bij de dienst ter gelegenheid van het overlijden van oud-president Soeharto was vertegenwoordigd door de ambassadeur. De heer Van Baalen gaat uit van de eenheidsstaat Republiek Indonesië als rechtsopvolger van het grondgebied dat indertijd Nederlands-Indië heette. Groeperingen die daarin verandering willen brengen zal hij niet steunen, maar hij spreekt wel steun uit voor de autonomie en de decentralisatie in Indonesië. Het is goed om een ontwikkelingssamenwerking te hebben en de handel te bevorderen om deze samenwerking te vergemakkelijken. Hij verwijst hierbij naar de EU-missie in Atjeh onder leiding van Pieter Feith, waar beide partijen bijdragen aan een oplossing.
De heer Van Baalen vindt het onverantwoord om vanuit de VS jongeren op te roepen om bij het bezoek van de president van Indonesië aan de Molukken een zogenaamde Molukse onafhankelijkheidsvlag te voeren. Deze jongen mensen verdienen een humane behandeling en een eerlijk proces, maar wie oproept tot zulke zaken heeft een grote verantwoordelijkheid.
Indonesië en Nederland kunnen elkaar steunen bij de handel, bijvoorbeeld Nederland Indonesië in de verhoudingen tot de EU, en Indonesië Nederland in de verhouding tot ASEAN. De heer Van Baalen is blij met de marinesamenwerking en met de levering aan Indonesië van corvetten die zullen worden ingezet bij het bestrijden van piraterij. Verder merkt hij op dat de visumplicht tot het verleden moet behoren en vraagt de minister om aandacht te besteden aan het vliegverbod voor Garuda. Komt dit nog binnen de EU aan de orde?
Wellicht kan Indonesië in de toekomst als belangrijkste moslimstaat een bijdrage leveren in Afghanistan. De heer Van Baalen ziet voor Indonesië ook mogelijkheden in Birma en China. Het BUPO- en het ESOCUL-verdrag (economische, sociale en culturele rechten) zijn door Indonesië ondertekend, maar op het vlak van de mensenrechten is men er nog niet. Het is van belang om in dialoog te blijven en te zien hoe de grootste gemeenschappen in Indonesië met elkaar opschieten en welke tendensen plaatsvinden.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) heeft gemengde gevoelens bij het overlijden van oud-president Soeharto. Hij speelde een grote rol bij de economische groei in Indonesië en heeft gezorgd voor een zekere stabiliteit, maar dat ging wel gepaard met corruptie, schending van de mensenrechten en gebrek aan democratie. De regering-Yudhoyono boekt vooruitgang op tal van terreinen. De uitspraak van oud-minister Bot is van een geweldig positieve betekenis geweest voor de samenwerking tussen Indonesië en Nederland.
Wat het CPA precies omvat is onduidelijk. Wordt hierin aandacht besteed aan de mensenrechten? Wat betekent de mensenrechtenstrategie voor het Nederlandse beleid ten aanzien van Indonesië? Mevrouw Wiegman vraagt speciaal aandacht voor de godsdienstvrijheid, die in Indonesië onder druk staat. Ook de mensenrechtensituatie in Papoea is zorglijk en de naleving van de internationale verdragen blijft er achter. Hoe is deze constatering vertaald in het beleid? De Nederlandse regering moet zich blijvend inzetten voor een volledige toegankelijkheid van Papoea voor journalisten, onderzoekers, diplomaten en mensenrechtenorganisaties. De toename van Indonesische troepen in Papoea vanwege de straffeloosheid in dit land, leidt tot een toename van het aantal schendingen van de mensenrechten. Mevrouw Wiegman vraagt de minister om hieraan aandacht te schenken in contacten met Indonesische autoriteiten.
De implementatie van de Speciale Autonomiewet (SAL) verloopt uitermate traag. Welke mogelijkheden ziet de minister voor de EU om hierin een bemiddelende rol te spelen en hoe staat het met de opening van een donorkantoor van de EU in Papoea? De mensenrechtensituatie op de Zuid-Molukken vraagt overigens ook om aandacht.
Zij is blij met de aandacht van de minister voor OS voor illegale houtkap en met de samenwerkingsafspraken die in december in Atjeh, Kalimantan en Papoea zijn gemaakt. De minister heeft aangekondigd na te gaan of ondersteunende activiteiten mogelijk zijn op het gebied van bossen en biodiversiteit. In de geboden ondersteuning, die direct ten goede moet komen aan de bevolking, moet er aandacht zijn voor het gebruik van goede verdelingsprincipes. Zij roept de minister op niet te gemakkelijk de REDD-principes toe te passen (reduced emissions from deforestation and degradation) omdat deze te eenzijdig zijn gericht op CO2-reductie en onvoldoende behoud van biodiversiteit.
De Indonesische gemeenschap in Nederland mag niet vergeten worden. Er moet aandacht zijn voor het verhaal van oude en jonge generaties, voor de Indische literatuur en cultuur. Wat wordt overigens gedaan met de ideeën en afspraken genoemd op blz. 25 van de beleidsnotitie (26 049, nr. 51)?
De heer Van Dam (PvdA) noemt «de speciale band met Indonesië», zoals de Nederlandse regering het verwoordt, een bijzondere omschrijving voor een historie van drie eeuwen koloniale overheersing en uitbuiting. De Nederlanders van nu kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor de tijden van toen, maar op hen rust wel de morele plicht om Indonesië steun te bieden bij haar ontwikkeling. Indonesië is de ontvanger van de grootste som aan Nederlandse ontwikkelingssteun en dat is nodig, want de helft van het land leeft van 2 dollar of minder per dag. Het stemt hoopvol dat de Indonesische regering de ontwikkeling wil aangrijpen om de armoede te bestrijden en zich richt op economische ontwikkeling, terreurbestrijding en internationale betrokkenheid. De heer Van Dam hoopt dat Indonesië deze koers zal vasthouden.
Het tijdperk van Soeharto, van stabilisatie en economische ontwikkeling, maar ook van bloedvergieten, onderdrukking en corruptie, had afgesloten moeten worden met een rechtszaak, zodat Indonesië een punt achter deze periode had kunnen zetten. De reactie van de minister van Buitenlandse Zaken op het overlijden van Soeharto heeft de heer Van Dam dan ook verbaasd. Is de minister slechts voor de helft geciteerd of heeft hij de helft vergeten?
Nederland heeft 5 mln. gestoken in het beheer van de oerbossen op Kalimantan, maar tegelijkertijd wordt dit oerbos op grote schaal gerooid en vervangen door palmolieplantages. Een deel van het probleem is wellicht het gebrek aan alternatieven voor de bevolking, maar nog meer is dat de vraag vanuit de westerse wereld en in toenemende mate vanuit China naar producten zoals palmolie en soja. Is de Nederlandse inzet in Kalimantan een onderdeel van een grotere internationale inspanning om de oerbossen in Indonesië op duurzame wijze te beheren? Welke mogelijkheden ziet de minister voor Ontwikkelingssamenwerking om de vraag naar palmolie en soja te beteugelen?
Uit rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch blijkt dat er veel problemen zijn op het gebied van vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie. Vooral de grove mensenrechtenschendingen in Papoea-Nieuw-Guinea springen in het oog. De Nederlandse regering maakt hiervan in haar brieven nauwelijks melding. Onderkent zij deze zaken en is zij bereid om deze expliciet aan de orde te stellen in contacten met de Indonesische autoriteiten? Het aanspreken van Indonesische autoriteiten op de mensenrechtenschendingen ligt gevoelig door de Nederlandse geschiedenis in Indonesië. Het is pijnlijk te moeten constateren dat Nederland moeite heeft om in de spiegel te kijken. Het wordt tijd dat Nederland deze geschiedenis op een waardige wijze afsluit. Is de regering bereid om na het verschijnen van de laatste publicaties van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) een commissie te verzoeken om de gebeurtenissen in kaart te brengen zodat Nederland lering kan trekken uit zijn verleden en desgewenst oprechte spijt kan betuigen voor foute politieke beslissingen en individuele misdragingen.
De heer Van Dam vraagt tot slot of de minister vindt dat met de veroordeling van de moordenaar van Munir de zaak is afgedaan of dat onderzocht moet worden of er meer betrokkenen zijn.
Het lijkt mevrouw Peters (GroenLinks) dat door de spijtbetuiging van oud-minister Bot en door de dood van oud-president Soeharto een nieuw hoofdstuk is begonnen in de geschiedenis van Nederland en Indonesië. De reactie van minister Verhagen op het overlijden van Soeharto heeft mevrouw Peters verbaasd. Zij had het gepast gevonden als ook was stilgestaan bij de massaslachtingen. Voor een blik op de toekomstige relatie met Indonesië is een stevige analyse van het verleden nodig. Hoe kan de Nederlandse regering bijdragen aan processen van transitional justice in Indonesië, inzake de conflictperiode in Papoea, Molukken en Atjeh, maar ook aan het Nederlandse proces van transitional justice?
Met de gewenste decentralisering van het bestuur in Indonesië lijkt ook een decentralisering van corruptie de kop op te steken. Hoe kan daaraan aandacht worden besteed? 72% van het bos in Indonesië is weg. 80% daarvan wordt illegaal gekapt en 20% van al het hout komt in Nederland terecht. Indonesië heeft volgens Greenpeace de op twee na grootste CO2-uitstoot van de wereld. Mevrouw Peters schrikt daarvan. De inzet van minister Koenders en zijn bezoek aan Indonesië in dat licht waardeert zij zeer. Zij deelt de analyses waaruit blijkt dat ingrijpen noodzakelijk is, maar is tegelijkertijd ongeduldig omdat het probleem urgent is. Zij stelt hierover de volgende vragen: kan de minister aangeven wanneer een concrete uitwerking wordt gegeven van het beleid om ontbossing tegen te gaan, hoe kunnen een EU-importverbod van illegaal hout uit Indonesië en een certificering worden gerealiseerd, kan een rechtshulpverdrag worden gesloten om heling en handel in illegaal hout uit Indonesië te onderzoeken, hoe zit het met de samenwerking in dezen tussen LNV en VROM en welke criteria zullen worden gehanteerd voor de verduurzaming van palmolie?
De minister van Buitenlandse Zaken brengt onder de aandacht dat de leidraad van de Nederlandse inzet in Indonesië, de beleidsnotitie Indonesië «Vormgeving van een bilaterale samenwerkingsrelatie met Indonesië voor de periode 2006–2010», gericht is op een langere termijn. Indonesië blijft een van de prioriteiten van het Nederlandse buitenlandse beleid en van ontwikkelingssamenwerking. Door de politieke en morele aanvaarding van de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring door oud-minister Bot bij de viering van de 60ste verjaardag van de Republiek Indonesië is een intensivering van de betrekkingen mogelijk geworden. Deze intensivering is niet alleen van belang voor de bilaterale betrekkingen, maar ook met het oog op de steeds belangrijkere rol van Indonesië op het wereldtoneel en het lidmaatschap van Indonesië van de Veiligheidsraad. Dit land met de grootste moslimbevolking kan een brugfunctie vervullen tussen het Westen en de islamitische wereld. Indonesië is ook een van de aanjagers van de interregionale samenwerking tussen de landen van de ASEAN. Nauwe samenwerking met Indonesië is van belang voor het oplossen van verschillende internationale vraagstukken. Nederland en de internationale gemeenschap hebben belang bij een stabiel en democratisch Indonesië dat zijn burgers bestaanszekerheid biedt en de mensenrechten accepteert. Op basis van de genoemde beleidsnotitie kan hieraan invulling worden gegeven.
De Nederlandse inzet is erop gericht de relaties in allerlei sectoren te versterken, maar ook om de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven te vergroten. Indonesië verdient steun door de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden onder leiding van president Yudhoyono op het gebied van corruptiebestrijding, het terugdringen van armoede, de verbetering van het investeringsklimaat, de beëindiging van de interne conflicten in Atjeh en Papoea, de modernisering en hervorming van de juridische veiligheidssector en de verbetering van de mensenrechtensituatie. De ondertekening van een MoU tussen de Indonesische overheid en de GAM, de onafhankelijkheidsbeweging in Atjeh, heeft vertrouwen gegenereerd. Dit is gevolgd door een positief verlopen ontwapenings- en re-integratieproces. Bovendien heeft de Indonesische overheid niet geschroomd om forse hervormingen in het leger door te voeren. De politieke rol van de krijgsmacht is teruggedrongen en de taken zijn sterker gedefinieerd. In 2006 is een aantal wetgevingsinitiatieven aangekondigd die beogen om de positie, de structuur en de aansturing van de krijgsmacht te verduidelijken. Door de instelling van een capabele politieleiding en door de politie los te koppelen van het leger is ook binnen het politieapparaat een substantiële hervorming doorgevoerd. De politie heeft daardoor als civiele instantie aanzienlijk aan kracht gewonnen en kan effectiever optreden tegen corruptie, drugshandel en terroristische activiteiten. Nederland kan hieraan een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door politiesamenwerking. De Nederlandse politieacademie geeft trainingen, juist om die verbeteringen mogelijk te maken. Ook in het kader van terrorismebestrijding is er samenwerking bij Aviation en Airportsecurity.
De afgelopen jaren is de mensenrechtensituatie in Indonesië verbeterd. Dat de Indonesische regering hieraan in toenemende mate aandacht schenkt, blijkt uit de ratificatie van het BUPO- en ESOCUL-verdrag. De wetgeving geeft een juridisch kader voor het berechten van mensenrechtenschendingen. De beëindiging van het conflict in Atjeh en de terugtrekking van het leger uit Atjeh hebben bijgedragen aan een verbetering van de mensenrechtensituatie. Tegelijkertijd is de minister het eens met de leden die aandacht hebben gevraagd voor de mensenrechten. In Papoea vindt vooral door het leger nog steeds een aantal schendingen van de mensenrechten plaats zonder dat er een afdoende wettelijke controle is. Nederland en de EU zullen Indonesië hierop blijven aanspreken. Dat geldt ook voor de behandeling van de daar actieve mensenrechtenverdedigers zoals Iwanggin Sabar Olif in Jayapura. De minister roept in herinnering dat in het kader van de VN Mensenrechtenraad als eerste in Indonesië de Universal Periodic Review zal plaatsvinden. Het is opmerkelijk dat VN-rapporteurs inzake marteling en speciale vertegenwoordigers van de SG inzake de mensenrechtenverdedigers zijn toegelaten tot Indonesië. Een aantal jaren geleden was dit ondenkbaar.
Ook met het oog op corruptiebestrijding hebben hervormingen plaatsgevonden. Het probleem is dat het bestuurlijke hervormingsprogramma, dat noodzakelijk is om corruptie te bestrijden, vaak in strijd is met de gevestigde politieke en economische belangen, waardoor het proces met horten en stoten verloopt. De bestrijding van corruptie krijgt in toenemende mate aandacht van de autoriteiten. Ook voormalige hoogwaardigheidsbekleders en topmensen uit het bedrijfsleven zijn in de afgelopen jaren in verband met vermeende corruptie voor de rechter gebracht, maar de straffen zijn nog relatief licht.
In de reactie op het overlijden van oud-president Soeharto is benadrukt dat hiermee een einde is gekomen aan het leven van een belangrijke politieke figuur in de geschiedenis van Indonesië. Dat is een objectieve constatering die geen waardeoordeel in zich heeft. Het is overduidelijk dat de politieke en economische nalatenschap van Soeharto niet eenduidig is. Het was een periode van relatieve stabiliteit en economische groei, maar er waren ook mensenrechtenschendingen. De reactie op het overlijden was echter niet het beste moment om de mensenrechten te bespreken. Bij het bevorderen van respect voor de mensenrechten, mede gelet op de ontwikkelingen in Rawagedéh, gaat het niet om een verklaring omtrent het verleden, maar om acties die nu uitgevoerd kunnen worden om dat respect te verbeteren. Het is allereerst aan het Indonesische volk om uit te spreken hoe zij omgaan met zaken die in het verleden hebben plaatsgevonden. Het verleden is niet alleen een zaak van historici, die het verleden moeten onderzoeken en analyseren, maar ook van politici, die daarmee hun voordeel moeten doen. Het kan nuttig zijn om naar het verleden te kijken, bijvoorbeeld naar de buitengewoon roerige politieke situatie in Oost-Timor of naar het opzeggen van de ontwikkelingsrelaties, maar nu wordt gewerkt aan een intensivering van de bilaterale betrekkingen achtte de minister een bescheiden reactie gepast. De minister is het met mevrouw Wiegman eens dat het nuttig is om aandacht te besteden aan deze geschiedenis in het onderwijs. Deze vraag zou voorgelegd moeten worden aan minister Plasterk van OCW.
In 1995 heeft het OM onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen in Rawagedéh. Daarbij is vastgesteld dat het Nederlandse leger standrechtelijke executies heeft uitgevoerd. Het bleek niet meer mogelijk om de plegers van de desbetreffende misdrijven te vervolgen. Daarom is geconcludeerd dat nader onderzoek niet zinvol is. Het is een van de meest schrijnende voorbeelden van de pijnlijke en gewelddadige wijze waarop Nederland en Indonesië zich indertijd hebben gescheiden. De aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Nederlandse ambassade op de bijeenkomst die tot doel had om respect en medeleven over te brengen aan de overlevenden en nabestaanden van de tragedie in Rawagedéh was een aanvulling op de spijtbetuiging van oud-minister Bot. Daarmee geeft Nederland duidelijk zijn positie aan. De afwijzing van claims in dezen berust op de Nederlandse-Indonesische amnestieregeling uit 1949, voorafgaande aan de soevereiniteitsoverdracht. De bevestiging van deze regeling is in de Excessennota van 1969 vastgesteld. Voorts is er een financieel verdrag tussen Nederland en Indonesië uit 1966, dat in 2003 is afgelopen. Dat was bedoeld ter volledige en definitieve regeling van álle financiële vraagstukken.
Op het verzoek van mevrouw Van Velzen om tegenover degenen die de dienst geweigerd hebben een gebaar te maken, antwoordt de minister dat iedereen op basis van de dienstplicht is veroordeeld vanwege de dienstweigering, niet omdat hij niet mee wilde doen aan een standrechtelijke executie. De minister vindt dat de beoordeling van mevrouw Van Velzen geen recht doet aan de Indië-veteranen die naar eer en geweten in opdracht van de toenmalige Nederlandse regering hun dienstplicht hebben vervuld. Welke compensatie de Indonesische regering heeft gegeven aan nabestaanden of overlevenden is de minister niet bekend. Juist hierover heeft Nederland met Indonesië het financieel verdrag gesloten.
Op 25 januari 2008 heeft het Hooggerechtshof van Indonesië een gevangenisstraf van 20 jaar opgelegd aan Pollycarpus Priyanto voor de moord op Munir Said Thalib. Hiermee werd de eerdere vrijspraak door de Hoge Raad herzien. Het is volgens het Hooggerechtshof bewezen dat Pollycarpus Munir in Singapore gif heeft toegediend. De rechtszaak tegen de voormalig directeur van Garuda moet half februari afgerond zijn. Het is aan de Indonesische politie en het OM om het motief te achterhalen en mogelijke medeplichtigen te berechten. Het is van belang dat de eerlijke rechtsgang en de berechting van alle schuldigen steeds onder de aandacht wordt gebracht. Er is steeds een medewerker van de Nederlandse ambassade bij de rechtszittingen aanwezig geweest. Nederland heeft waar mogelijk ook steun verleend aan mevrouw Suciwati Munir.
De Nederlandse ambassadeur heeft recentelijk voor de zaken Siebel Yalvac, Nicolaas en Ang aandacht gevraagd bij de minister van Justitie in Indonesië. Daarbij is duidelijk aangegeven dat Nederland tegen de doodstraf is. Ook in EU-verband maakt Nederland deze principiële stellingname duidelijk en in VN-verband is aan de Indonesische autoriteiten het verzoek gedaan om de doodstraf te schrappen of een moratorium toe te passen. De Nederlandse ambassade heeft in de zaak Nicolaas en anderszins verzocht om het omzetten van de doodstraf in gevangenisstraf. In de zaak van Siebel Yalvac wordt consulaire bijstand verleend. Tussen de families en het ministerie van Buitenlandse Zaken is regelmatig contact. De Nederlandse ambassade is op de rechtszitting aanwezig om toe te zien op een eerlijk verloop van het proces. In verschillende gevallen, bijvoorbeeld bij Yalvac, is een vertrouwensadvocaat ingeschakeld. Volgens de meest recente informatie die de minister heeft, verblijft Sabar Olif momenteel in de Abepura gevangenis in Jayapura. Op 12 december 2007 is de zaak door de politie overgedragen aan de openbare aanklager voor vervolging. De Nederlandse ambassade wordt gevraagd de openbare zittingen bij te wonen. Op de zaken van de andere genoemde mensenrechtenactivisten wil de minister schriftelijk ingaan als mevrouw Van Gennip de precieze namen doorgeeft.
Over de piraterij en de terugkeermogelijkheden naar de Molukken wordt een kabinetsbrede brief naar de Kamer gestuurd.
Voor het vliegverbod voor Garuda moet zo snel mogelijk een oplossing worden gevonden zonder concessies te doen aan de veiligheidseisen van de Europese Commissie. Met de werkgroep van de Europese Commissie is een Nederlandse technische expert meegezonden. De werkgroep is in gesprek met de Indonesische autoriteiten en beziet hoe het verbod zo snel mogelijk kan worden opgeheven.
De implementatie van de Speciale Autonomiewet verloopt niet snel genoeg. Dit hangt onder andere samen met de gebrekkige capaciteit van het lokale bestuur. Nederland en vooral de EU hebben een goede implementatie van deze wet regelmatig onder de aandacht van de Indonesische regering gebracht.
Het Nederlandse internationale cultuurbeleid besteedt in ruime mate aandacht aan het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Indonesië is op dit gebied een van de acht prioriteitslanden. Er lopen verschillende projecten voor een nadere culturele samenwerking. De benedenstad van Jakarta verloedert inderdaad zienderogen. Het is voor Buitenlandse Zaken en voor OCW als trekkers van deze culturele samenwerking van groot belang dat juist de revitalisatie van deze binnenstad gecoördineerd wordt aangepakt. Nederland zal voornamelijk technische steun leveren, maar een integraal plan van Indonesische zijde is ook nodig.
De minister voor Ontwikkelingssamenwerking geeft aan dat Nederland het politieke en economische hervormingsproces in en de duurzame ontwikkelingsagenda van Indonesië actief steunt. Indonesië is een van de belangrijkste van de 36 partnerlanden van Nederland. Vorig jaar heeft Nederland 81 mln. aan Indonesië besteed en voor het jaar 2008 is zelfs een bedrag van 106 mln. voorzien. Indonesië is een categorie drie land, wat inhoudt dat naast ontwikkelingssamenwerking bredere relaties worden onderhouden, en een aankomend middeninkomensland dat langzaam maar zeker in staat is om zelf kapitaal aan te trekken en handel te bedrijven. De strategische focus is gericht op goed bestuur en democratisering. Bestrijding van corruptie, juridische hervormingen, transitional justice, mensenrechten en onderwijs zijn essentieel om de millenniumdoelstellingen dichterbij te brengen, evenals water en sanitatie, biodiversiteit, aandacht voor milieu en klimaat, een verbetering van het ondernemersklimaat en de wederopbouw van Atjeh en Yokyakarta. De Nederlandse inzet in Indonesië is vooral gericht op Oost-Indonesië, onder andere de Molukken en Papoea.
Nederland wordt in Atjeh zeer gewaardeerd omdat het een grote bijdrage heeft geleverd aan de wederopbouw. Tijdens zijn bezoek aan Indonesië heeft de minister kunnen spreken met gouverneurs van Papoea en van Centraal- en Oost-Kalimantan over de ontbossing, met de vicepresident Yusuf Kalla over de relatie tussen Nederland en Indonesië en de mogelijkheden voor bedrijven om te investeren. Ook heeft hij gesproken met de anticorruptiecommissie. Deze commissie heeft inmiddels een nieuwe voorzitter en een nieuw bestuur. Verder is gesproken met het NIMD en de Indische gemeenschap voor democratie.
Op dit moment leeft 7,4% van de Indonesische bevolking van minder dan één dollar per dag. 42% van de bevolking leeft van twee dollar per dag. Omdat de armoede geografisch gezien verschillend is, richt Nederland zich voornamelijk op Oost-Indonesië, waar vooral non income poverty een groot probleem is. Aan onderwijs wordt veel geld besteed. Hulp wordt onder andere gegeven via een trustfund dat wordt beheerd door de Wereldbank, die toeziet op de naleving van procedures en tegemoetkoming aan de gestelde criteria. De Wereldbank levert bovendien technische assistentie aan de Indonesische overheid . Het ministerie van Onderwijs in Indonesië rapporteert aan de Wereldbank over de besteding van de gelden van de Wereldbank en van Nederland. Aan het Indonesische onderwijsprogramma Better education through reformed management and universal teacher upgrading draagt Nederland 42 mln. bij. Ondanks de armoede heeft 97,7% van de kinderen toegang tot het primair onderwijs, maar dit percentage kan variëren per regio.
In Atjeh zijn 60 000 mensen aangesloten op drinkwatervoorzieningen, terwijl 10 000 mensen gebruikmaken van verbeterde voorzieningen. Nederland draagt voornamelijk bij aan de drinkwatervoorziening in samenwerkingsprogramma’s met tien lokale drinkwaterbedrijven in Oost-Indonesië en één op Sumatra. Binnen deze programma’s wordt gewerkt aan een verbetering van techniek en capaciteit bij lokale drinkwaterverblijven. Problemen bij privatisering doen zich voor bij de Indonesische bedrijven zelf en hebben betrekking op de transparantie van de privatisering en op de toegang tot water voor de armsten. Inmiddels is een groter aantal arme mensen aangesloten op drinkwatervoorzieningen, wat heeft geleid tot allerlei verbeteringen in de gezondheidszorg. Het programma Partners voor Water wordt effectief gebruikt om de Nederlandse watersector te profileren.
Het investeringsklimaat in Indonesië blijft achter bij dat in de andere landen in Oost- en Zuid-Azië, terwijl een goed investeringsklimaat wel van belang is voor de armoedebestrijding. Corruptie en rechtsonzekerheid zijn hierbij de grootste obstakels. Samen met de Indonesische kamer van koophandel is Nederland actief op het gebied van public finance management, verbetering van douane- en belastingdiensten en rurale infrastructuur.
De bestrijding van corruptie krijgt steeds meer aandacht van de Indonesische autoriteiten. Meer gevallen worden onderzocht en er worden meer overtreders vervolgd. De minister legt uit dat er hierdoor niet meer gevallen van corruptie zijn, maar er wel meer aan het licht komen. Over collusie wordt niet meer gesproken omdat dit in feite betrekking heeft op patronagenetwerken. Deze ondermijnen de democratie en de rechtsstaat. Tegelijkertijd probeert Indonesië de rechtsstaat en de democratie te versterken. De «achter de façade»-studie die hierop betrekking heeft, is inderdaad belangrijk. Deze is in concept klaar en kan op korte termijn worden afgesloten. Deze studie is van belang voor het vormgeven van de ontwikkelingssamenwerkingsrelatie.
Indonesië heeft een levendige meerpartijendemocratie, een actief maatschappelijk middenveld en een redelijk vrije pers. De NIMD gaat, ook decentraal, aan het werk met allerlei democratiescholen. In Atjeh heeft een enorme doorbraak plaatsgevonden. Op verzoek van Nederland verschuiven de fondsen van geld voor wederopbouw naar geld voor post-conflictsituaties.
In de justitiële sector zijn in 2007 nieuwe activiteiten gestart. Deze zijn vraaggestuurd. In mutilateraal verband werkt Nederland samen met de Wereldbank, UNDP en het Van Vollenhoven Instituut voor Access for justice en Justice for the poor. Het Indonesische ministerie van planning heeft Nederland verzocht actief te zijn inzake wetgevende capaciteiten van overheid en parlement. Het aantreden van een nieuwe gouverneur in Papoea en het ondertekenen van een presidentiële instructie heeft geleid tot nieuwe mogelijkheid van sociaaleconomische ontwikkeling. Nederland is bereid om hieraan bij te dragen. Een nieuw VN-kantoor zal daar binnen enkele weken gevestigd worden.
De ontbossing is in delen van Atjeh en in Centraal- en Oost-Kalimantan desastreus. Dit heeft ertoe geleid dat Indonesië op twee landen na het land is met de grootste CO2-uitstoot ter wereld. Deze ontbossing kan alleen worden gestopt door samen te werken met producenten, lokale autoriteiten en gouverneurs en te zorgen voor alternatieve inkomsten. In Kalimantan is begonnen met een groot rijstproject, maar dit is mislukt. Nederland is een belangrijke financier van het herstel, waaraan samen met andere landen zal worden gewerkt. Nederland heeft trouwens als enige land een letter of intent opgesteld inzake biomassa, maar het kost veel tijd om dit voor elkaar te krijgen. CO2-reductie is belangrijk, maar er is een spanning tussen het belang van de ontwikkeling en het belang van milieu. Het desbetreffende certificatieproces is gericht op een zinnige combinatie van beide aspecten en vervat in specifieke programma’s. Nederland heeft verder ingestemd met een bijdrage van 15 mln. aan de Forest Carbon Partnership Facility van de Wereldbank.
De voorzitter merkt op dat de regering heeft toegezegd de nog niet beantwoorde vragen schriftelijk aan de Kamer te doen toekomen.
Samenstelling:
Leden: Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Wilders (PVV), Waalkens (PvdA), Van Baalen (VVD), Çörüz (CDA), Ormel (CDA), voorzitter, Ferrier (CDA), Van Velzen (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA), Van Dam (PvdA), Dezentjé-Hamming (VVD), Irrgang (SP), Knops (CDA), Boekestijn (VVD), Voordewind (ChristenUnie), Pechtold (D66), ondervoorzitter, Van Gennip (CDA), Ten Broeke (VVD), Peters (GroenLinks), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA) en Thieme (PvdD).
Plv. leden: De Wit (SP), Van der Vlies (SGP), De Roon (PVV), Vermeij (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Omtzigt (CDA), Haverkamp (CDA), Roland Kortenhorst (CDA), Jasper van Dijk (SP), Ten Hoopen (CDA), Besselink (PvdA), Leerdam (PvdA), Arib (PvdA), Neppérus (VVD), Lempens (SP), Schermers (CDA), Griffith (VVD), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Koşer Kaya (D66), Jonker (CDA), Van Beek (VVD), Vendrik (GroenLinks), Gesthuizen (SP), Samsom (PvdA) en Ouwehand (PvdD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26049-67.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.