nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING1
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid,
onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).
Inleiding
Op de Top van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) die op 10
en 11 januari 1994 te Brussel werd gehouden, is de mogelijkheid en wenselijkheid
van uitbreiding van de NAVO met Midden- en Oost-Europese landen voor het eerst
naar voren gekomen (zie kamerstukken II 1993/94, 23 400 V, nr. 52 en
X, nr. 59). In september 1995 kwam vervolgens een NAVO-studie gereed naar
de relevante aspecten van een mogelijke uitbreiding (zie kamerstukken II 1995/96,
24 400 V, nr. 6). Deze studie heeft in belangrijke mate als leidraad
gediend bij de bondgenootschappelijke discussie over de keuze van in aanmerking
komende landen en de daaropvolgende toetredingsonderhandelingen. Voorts is
op basis van de studie met geïnteresseerde landen die daarom hadden verzocht,
een individuele dialoog gestart over het uitbreidingsproces. Deze twaalf landen
zijn Albanië, Bulgarije, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en de voormalige Joegoslavische
Republiek Macedonië.
Tijdens het debat over de uitbreiding van de NAVO op 4 maart 1997 bleek
dat de Tweede Kamer in grote meerderheid voorstander was van uitbreiding van
het Bondgenootschap (Handelingen II 1996/97, blz. 4184–4249). Ook in
de Eerste Kamer sprak een meerderheid zich in die zin uit (Handelingen I 1996/97,
blz. 862–892).
Op 8 juli 1997, op de NAVO-top in Madrid, bereikte de NAVO consensus over
uitnodigingen aan Hongarije, Polen en Tsjechië tot het beginnen van toetredingsonderhandelingen.
De NAVO stelde vast dat opname van deze landen de algehele politieke en strategische
belangen van het Bondgenootschap zou dienen en de algehele Europese veiligheid
en stabiliteit zal versterken (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr.
89; 25 243, nrs. 1, 4, 5). Aangezien de NAVO open wil blijven staan voor
volgende toetredingen, is in Madrid tevens besloten dat de individuele dialogen
met de overige geïnteresseerde partners voortgaan en dat het uitbreidingsproces
op een volgende NAVO-Top in Washington, in de eerste helft van 1999, wederom
zal worden bezien.
Onderhandelingen met Hongarije, Polen en Tsjechië
Hongarije, Polen en Tsjechië hebben tijdens de toetredingsonderhandelingen,
die na de NAVO-Top in Madrid zijn gestart, aangegeven de bondgenootschappelijke
verplichtingen te willen aanvaarden. Ook willen zij volledig deelnemen aan
de militaire structuur, aan de planning voor collectieve verdediging en aan
de conflictpreventie- en crisisbeheersingstaken van de NAVO, alsook aan de
samenwerking en dialoog die de NAVO met derde landen heeft opgezet, met name
in Midden- en Oost-Europa, waaronder Rusland (kamerstukken II 1996/97, 25 243,
nr. 3) en Oekraine (kamerstukken II 1996/97, 25 000 V, nr. 89) en
met landen in het Middellandse Zee-gebied (kamerstukken II 1996/97, 25 000
V, nr. 85). De toetredende landen ondersteunen het standpunt van de huidige
leden dat de NAVO open blijft voor de opname van nieuwe leden. De onderhandelingen
zijn op 16 december 1997 succesvol afgerond met de ondertekening van de onderhavige
toetredingsprotocollen (kamerstukken II 1997/98, 25 600 V, nr. 49).
De NAVO streeft ernaar dat de toetredingsprotocollen van Hongarije, Polen
en Tsjechië bij gelegenheid van de NAVO-Top in Washington (april 1999)
in werking zullen zijn getreden en dat deze landen dan als volwaardige leden
begroet kunnen worden.
Achtergrond uitbreiding
Het begin van het huidige uitbreidingsproces ligt bij de wens van democratisch
gekozen regeringen in de betrokken landen om toe te treden tot de Euro-Atlantische
waardengemeenschap waarvan de NAVO een belangrijk onderdeel is. Artikel 10
van het op 4 april 1949 te Washington totstandgekomen Noord-Atlantisch Verdrag
(Stb. 1949, J.355; hierna te noemen het NAVO-Verdrag) biedt die mogelijkheid.
Het uitbreidingsproces draagt bij aan de verhoging van stabiliteit en veiligheid
in geheel Europa. Opname van nieuwe leden zal voorts de band tussen de Verenigde
Staten en Europa bestendigen en nieuwe impulsen geven aan de transatlantische
samenwerking.
De uitbreiding is onderdeel van de aanpassingen van de NAVO om een nieuwe,
bredere veiligheidsarchitectuur in Europa mogelijk te maken. De uitbreiding
is onlosmakelijk verbonden met ontwikkeling van dialoog en samenwerking met
de meeste landen in Midden- en Oost-Europa, in het bijzonder met Rusland en
met Oekraine. Hierdoor wordt voorkomen dat door uitbreiding van de NAVO nieuwe
scheidslijnen in Europa zouden ontstaan (kamerstukken II 1996/97, 25 243,
nr. 1).
Financiële consequenties van de toetreding van Hongarije,
Polen en Tsjechië
De NAVO heeft becijferd dat de gemeenschappelijke kosten van uitbreiding
ongeveer 1,5 miljard dollar bedragen, te spreiden over tien jaar. Het Nederlandse
aandeel in deze kosten bedraagt ongeveer f 13 miljoen per jaar (kamerstukken
II 1996/97, 25 000 V, nr. 85). Tijdens de toetredingsonderhandelingen
is overeenstemming bereikt over de bijdragen van Hongarije, Polen en Tsjechië
aan de gemeenschappelijke NAVO-budgetten (respectievelijk 0,65%, 2,48% en
0,9%). De uitgenodigde landen hebben voorts aangegeven hun defensie-uitgaven
geleidelijk te verhogen om daarmee modernisering van hun strijdkrachten mogelijk
te maken. Zo kunnen zij ook in de toekomst volwaardig bijdragen aan alle bondgenootschappelijke
taken, waaronder conflictpreventie en crisisbeheersing.
De Protocollen
Evenals dat het geval was bij eerdere toetredingen tot de NAVO, zoals
Griekenland en Turkije (Trb. 1951, 153), de Bondsrepubliek Duitsland (Trb.
1954, 177) en Spanje (Trb. 1982, 4) wordt het feit dat Hongarije, Polen en
Tsjechië zullen worden uitgenodigd toe te treden, neergelegd in Protocollen
bij het NAVO-Verdrag. Na ondertekening door partijen volgt goedkeuring van
de Protocollen conform de geldende nationale wetgeving van de onderscheiden
lidstaten. Alle 16 lidstaten dienen de Protocollen te aanvaarden, willen deze
in werking treden. Na inwerkingtreding van de Protocollen richt vervolgens
de Secretaris-Generaal van de NAVO namens alle lidstaten een uitnodiging aan
de respectieve regeringen. Hongarije, Polen en Tsjechië, aldus uitgenodigd,
kunnen partij worden bij het NAVO-Verdrag door het neerleggen van hun aktes
van toetreding bij de regering van de Verenigde Staten, de depositaris van
het NAVO-Verdrag.
Koninkrijkspositie
De Protocollen zullen, evenals het NAVO-Verdrag, alleen voor Nederland
gelden.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
H. A. F. M. O. van Mierlo
De Minister van Defensie,
J. J. C. Voorhoeve