26 003
Onderzoek afkoop subsidies beleggers en particuliere verhuurders

nr. 1
BRIEF VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 april 1998

De vaste commissie voor de Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer brengt het volgende voorstel onder uw aandacht.

Evenals bij de aanvang van het groot project Balansverkorting Volkshuisvesting in 1994 heeft de commissie behoefte aan een extern onderzoek naar de totstandkoming en de onderbouwing van de afkoop van subsidies van institutionele beleggers en particuliere verhuurders, waarover de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onlangs een basisconvenant heeft afgesloten (Kamerstukken 25 600 XI, nr. 46 en nr. 49 en bijlagen).

De commissie stelt de Kamer voor, op grond van artikel 58 van de Comptabiliteitswet, de Rekenkamer te verzoeken een onderzoek uit te voeren aan de hand van de vragen die in de bijlage bij deze brief zijn gevoegd en de Kamer daarover uiterlijk 15 juni a.s. te rapporteren.

Ingevolge artikel 21a van het Reglement van Orde is over dit verzoek tot onderzoek advies gevraagd aan de commissie voor de Rijksuitgaven. Het antwoord van de commissie is opgenomen in de bijlagen.

Gezien de voortgang van de onderhandelingen verzoekt de commissie u het hiervoor vermelde voorstel nog vandaag ter besluitvorming aan de Kamer voor te leggen.

De voorzitter van de commissie,

Versnel-Schmitz

De griffier van de commissie,

De Gier

BIJLAGE 1 Vragen voor het onderzoek naar de afkoop van subsidies van institutionele beleggers en particuliere verhuurders

1a Kan de Algemene Rekenkamer inzicht geven in het onderhandelingsproces dat heeft geleid tot de afkoopsom van f 1,4 miljard en zijn de onderhandelingen ordelijk en controleerbaar verlopen?

1b Is het door de staatssecretaris van VROM geraamde bedrag voor de compensatie van fiscale effecten van de afkoopregeling van f 124 miljoen voldoende onderbouwd?

2 De staatssecretaris van VROM meent dat het akkoord met de institutionele beleggers en particuliere verhuurders evenwichtig uitpakt ten opzichte van de afkoop van de subsidies aan toegelaten instellingen.

2a Kan de Algemene Rekenkamer de aanpak en uitkomst van de voorgestelde afkoopregeling vergelijken met het akkoord met de toegelaten instellingen?

2b Zijn kanttekeningen bij de voorgestelde afkoopregeling op hun plaats?

3a Welke risico-analyses heeft het ministerie van VROM laten uitvoeren en waren die analyses toereikend?

3b Welke risico's voor de betrokken partijen (de Staat, het ministerie van VROM, beleggers/verhuurders en huurders) zijn in het onderhandelingsproces betrokken?

3c Zijn deze risico's afgedekt en hoe?

3d Zijn er nog overige risico's?

BIJLAGE 2

Aan de Voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven

Den Haag, 14 april 1998

Tijdens de procedurevergadering van 8 april jl. heeft de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te kennen gegeven een extern onderzoek naar de afkoop van subsidies van beleggers en particuliere verhuurders wenselijk te achten. Omdat de Algemene Rekenkamer eerder op verzoek van de Kamer een onderzoek heeft ingesteld naar de balansverkorting Volkshuisvesting, ligt het voor de hand de Rekenkamer opnieuw om een onderzoek te verzoeken. Ingevolge de bepalingen in artikel 21a van het Reglement van orde Tweede Kamer verzoek ik uw commissie advies te geven over het hiervoor omschreven onderzoek. De vraagstelling voor het onderzoek staat in bijlage 1.

De griffier van de commissie,

De Gier

BIJLAGE 3

Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

's-Gravenhage, 15 april 1998

Ingevolge het verzoek van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer adviseert de commissie voor de Rijksuitgaven de Kamer hiermede over een verzoek om onderzoek door de Algemene Rekenkamer naar de afkoop van subsidies van beleggers en particuliere verhuurders.

Met de afkoop van deze 2e tranche subsidies is een totaal bedrag van 1,4 miljard gulden gemoeid. In verhouding tot het financieel belang dat met het project Balansverkorting Volkshuisvesting gemoeid is (circa f 35 miljard), lijkt het bedrag deze keer gering. Cruciaal verschil met de eerste tranche is echter dat er nu sprake is van afspraken met instellingen voor welke het winstoogmerk leidend principe is. Deze situatie in overweging nemend loopt de Staat het risico dat de afkoop op de wat langere termijn onvoordelig uitpakt. Het onderzoek zal ondermeer moeten aantonen dat deze risico's tijdens de onderhandelingen voldoende zijn onderkend en waar mogelijk zijn afgedekt.

De commissie voor de Rijksuitgaven is van mening dat het, gezien het eerder door de Algemene Rekenkamer uitgevoerde onderzoek naar de balansverkorting Volkshuisvesting, voor de hand ligt een verzoek om onderzoek naar deze tweede tranche afkoop van subsidies eveneens aan dit Hoge College van Staat voor te leggen. Gezien de termijn waarop de Kamer haar instemming dient te geven, zullen de resultaten van het onderzoek uiterlijk 15 juni 1998 aan de Kamer meegedeeld moeten worden.

De Voorzitter van de commissie voor de Rijksuitgaven,

Van Rey

Naar boven