25 991
Wijziging van de Wet milieubeheer (toevoeging van bepalingen over internationale zaken)

nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 25 februari 1999

Hierbij informeer ik u over mijn besluit de nota naar aanleiding van het verslag inzake wijziging van de Wet milieubeheer (toevoeging van bepalingen over internationale zaken) voorlopig aan te houden.

Aanleiding voor mijn besluit is onder meer de parlementaire behandeling van de Telecommunicatiewet van Verkeer & Waterstaat (TK 25 333). In deze wet is eveneens een delegatiebepaling, i.c. artikel 18.2, opgenomen ter uitvoering van internationale regelgeving. Bij de behandeling is gebleken dat dergelijke bepalingen op veel weerstand stuiten. Met name de Eerste Kamer had principiële bezwaren en bleek uiteindelijk slechts bereid in te stemmen met het wetsvoorstel na de toezegging van de Staatssecretaris van V&W dat het bovengenoemde artikel in elk geval niet in werking zou treden voordat overleg had plaats gevonden met de Staten-Generaal over een kabinetsstandpunt waarin in het algemeen zou worden ingegaan op toelaatbaarheid van delegatiebepalingen om versnelde implementatie mogelijk te maken.

Momenteel is dit kabinetsstandpunt in voorbereiding en het lijkt dan ook aangewezen om de nota naar aanleiding van het verslag voorlopig aan te houden. Na afloop van het overleg met de Staten-Generaal zal ik, mede gelet op de uitkomsten van dat overleg, de nota naar aanleiding van het verslag vaststellen en aan uw Kamer zenden.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

Naar boven