25 991
Wijziging van de Wet milieubeheer (toevoeging van bepalingen over internationale zaken)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer (toevoeging van bepalingen over internationale zaken).

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

10 april 1998

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de vaststelling van regels ter bescherming van het milieu ter uitvoering van EG-verordeningen te vereenvoudigen en te versnellen, en hiertoe de Wet milieubeheer te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt.

A

Na het opschrift van hoofdstuk 3 worden twee paragrafen ingevoegd, luidende:

§ 3.1 Uitvoering van EG-verordeningen

Artikel 3.1

1. Onze Minister wie het aangaat, kan regels stellen ter bescherming van het milieu, inzake onderwerpen waarop deze wet of een wet als bedoeld in artikel 13.1, tweede lid, van toepassing is, indien deze regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een verordening die is vastgesteld door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

2. Bij de regeling kunnen bij of krachtens een wet gestelde regels buiten werking worden gesteld, voor zover deze regels strijdig zijn met die verordening.

3. Ter vervanging van een regeling als bedoeld in het tweede lid, draagt Onze Minister wie het aangaat, ervoor zorg dat:

a. indien bij de regeling bij wet gegeven regels buiten werking zijn gesteld: binnen een jaar na de inwerkingtreding van de regeling een voorstel van wet wordt ingediend bij de Staten-Generaal;

b. indien bij de regeling krachtens een wet gegeven regels buiten werking zijn gesteld: binnen zes maanden na de inwerkingtreding van de regeling Ons de voordracht van een algemene maatregel van bestuur wordt gedaan.

4. Op de vaststelling van een regeling krachtens het eerste lid is artikel 21.6, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

§ 3.2 Uitvoering van andere communautaire of internationale regels

Artikel 3.2

1. Hetgeen ingevolge deze wet bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld, wordt in afwijking daarvan bij ministeriële regeling geregeld, indien deze regels uitsluitend strekken ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, anders dan een verordening als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid.

2. Het ontwerp van de regeling wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal.

3. Op de vaststelling van de regeling is artikel 21.6, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.3

1. Artikel 3.2 is niet van toepassing, indien voor een juiste uitvoering wijziging van een algemene maatregel van bestuur of deze wet noodzakelijk is.

2. Indien wijziging van een algemene maatregel van bestuur noodzakelijk is, wordt daarvan, gelijktijdig met de voordracht aan Ons, gemotiveerd kennis gegeven aan de beide kamers der Staten-Generaal, onder vermelding van de korte inhoud van de voorgenomen maatregel.

B

In artikel 5.4 wordt «artikel 21.6, zesde lid,» vervangen door: artikel 3.2.

C

In artikel 5.5, tweede lid, wordt «artikel 21.6, zesde lid,» vervangen door: artikel 3.2.

D

In artikel 10.44a vervalt het tweede lid en de aanduiding «1» voor het eerste lid.

E

Artikel 21.6 wordt gewijzigd als volgt.

1. Aan het vijfde lid, laatste volzin wordt na «ingediend» toegevoegd: bij de Staten-Generaal.

2. Het zesde lid vervalt.

ARTIKEL II

In artikel 1:8, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht wordt «artikel 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer» vervangen door: artikel 3.2, tweede lid, of 3.3, tweede lid, van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL III

Artikel 1a, onder 1°, in de opsomming na de Wet milieubeheer, van de Wet op de economische delicten wordt gewijzigd als volgt.

1. «artikel 1.2, eerste lid, – voor zover aangeduid als strafbare feiten –» wordt vervangen door: de artikelen 1.2, eerste lid, en 3.1, eerste lid, – voor zover aangeduid als strafbare feiten –.

2. In «artikel 10.44a, eerste en tweede lid» vervalt: en tweede.

ARTIKEL IV

Artikel 1c van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt gewijzigd als volgt.

1. In de tweede volzin wordt «artikel 21.6, tweede en vierde tot en met zevende lid, van de Wet milieubeheer» vervangen door: de artikelen 3.2, 3.3 en 21.6, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet milieubeheer.

2. In de derde volzin wordt «artikel 21.6, zesde lid, van die wet» vervangen door: artikel 3.2 en 3.3 van die wet.

ARTIKEL V

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Naar boven