Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 25964 nr. 5 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1998-1999 | 25964 nr. 5 |
Vastgesteld 23 september 1998
De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 24 juni 1998 overleg gevoerd met minister Voorhoeve voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken over:
– zijn brief van 27 mei 1998 inzake rapportage uitvoering protocol Aruba–Nederland (Aarts) (NAAZ-98–32);
– zijn brief van 29 mei 1998 inzake plan van aanpak reorganisatie gevangeniswezen Nederlandse Antillen (25 964, nr. 4).
Het overleg werd gevoerd in aanwezigheid van de heer drs. H.J.B. Aarts, voorzitter van de commissie-Aarts.
Van het gevoerde overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.
Rapportage uitvoering protocol Aruba–Nederland (zesde rapportage commissie-Aarts inzake de voortgang van het protocol Aruba–Nederland uit 1993)
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Van Middelkoop (GPV) complimenteerde de heer Aarts met het resultaat van zijn werkzaamheden ten aanzien van het protocol. Hoe evalueren de heer Aarts en de minister het uiteindelijke resultaat ervan? Op de rapportage is uitvoerig commentaar geleverd door de regering van Aruba, terwijl het standpunt van de koninkrijksregering ook licht gelardeerd is met inbrengen van de Arubaanse regering. Wil de minister commentaar geven op het feit dat de toonzetting van het commentaar van de Arubaanse regering in het algemeen optimistischer is dan die van de koninkrijksregering? Dat geldt in het bijzonder de beheersing van de overheidsuitgaven en het oplopende financieringstekort.
Het standpunt van de koninkrijksregering gaat in op de vraag, op welke wijze aan de monitoring van de situatie op Aruba een vervolg kan worden gegeven. Is daar, nu artikel 62 uit het Statuut is geschrapt, wel een rechtsbasis voor te vinden? Hoewel het begrip «monitoring» een wat bevoogdende bijklank heeft, vond de heer Van Middelkoop er overigens veel voor te zeggen. Het is plezierig dat de heer Aarts heeft kunnen constateren dat het met de controle door het Arubaanse parlement de goede kant opgaat. De controle door de Arubaanse rekenkamer is nog voor verbetering vatbaar. Hoe is op dit moment de samenwerking met de Algemene Rekenkamer? Aruba zou het duidelijk moeten zijn dat het volstrekt normaal is om binnen het Koninkrijk jegens elkaar verantwoording af te leggen, zoals dat ook binnen de EMU gebeurt. Is over de toekomstige gang van zaken nog gesproken met de Arubaanse regering en, zo ja, hoe luidt hierover het Arubaanse standpunt?
Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) sloot zich aan bij het compliment, gemaakt door de heer Van Middelkoop, voor deze zesde en waarschijnlijk laatste rapportage van de heer Aarts. Ook zij was benieuwd naar een evaluatie van hetgeen in de afgelopen jaren ter uitvoering van het protocol is verwezenlijkt.
Hoewel de economie sterk groeit, blijft Aruba kampen met zwakke overheidsfinanciën. De rapportage is hierover heel duidelijk, terwijl de Arubaanse rekenkamer de situatie rond de jaarrekeningen zorgwekkend noemt. Mevrouw Scheltema had zich er bijvoorbeeld over verbaasd dat de omvang van het ambtenarenkorps sinds 1995 met 12,5% is toegenomen. Het lijdt geen twijfel dat op korte termijn pijnlijke maatregelen zullen moeten worden genomen om de overheidsuitgaven te beteugelen. In dit kader kwam haar het extraatje van ruim 400 000 Antilliaanse guldens als compensatie voor niet genoten vakantiedagen van kabinetsleden merkwaardig voor. Naar aanleiding van de conclusies in paragraaf 8 van het standpunt van de koninkrijksregering stelde zij de volgende vragen.
– De situatie ten aanzien van het nog steeds niet aan Carlson Wagon Lits overgedragen Radissonhotel had haar erg verbaasd, temeer daar het fungeert als onderpand voor bancair krediet ten behoeve van steun aan Air Aruba. Kan hierover duidelijkheid worden verschaft?
– Wanneer valt een oplossing voor de garantieproblematiek te verwachten? Het ziet ernaar uit dat de tax holidays niet meer zullen worden verlengd. Gezien het sterk groeiende toerisme in Aruba, zou dit ook overdreven zijn, maar bestaat hiervoor voldoende draagvlak?
– Ronduit teleurstellend vond mevrouw Scheltema het dat, als gevolg van de lange verkiezingsperiode, niets te melden valt over het wetgevingstraject. Het is te hopen dat het nieuwe kabinet erin zal slagen, ook op dit punt voortgang te maken.
– Acht de minister het terecht dat ouderen op Aruba zich zorgen maken over de toenemende criminaliteit?
– Veel verwachtte zij van het Arikok-project voor het milieu; zij hoopte dat het snel zijn beslag zal krijgen.
Het deed haar deugd dat de heer Aarts kan rapporteren dat het beter gaat met de werking van de parlementaire democratie. Ook was zij er blij mee dat de aanbevelingen uit het rapport-Calidad integraal in het regeerakkoord zullen worden opgenomen. Zodoende heeft Aruba de potentie om in de komende periode tot een deugdelijk en democratisch openbaar bestuur te komen.
Samenvattend meende mevrouw Scheltema dat door de commissie-Aarts uitstekend werk is verricht. Wordt op deze weg voortgegaan en, zo ja, op welke wijze? Het protocol voorziet hierin immers niet meer. Zij zou het wenselijk vinden als over enigerlei vorm van voortzetting van dit soort gezamenlijke en onafhankelijke rapportages met de Arubaanse regering overeenstemming kon worden bereikt. Ziet de minister daar mogelijkheden voor?
Ook de heer Van der Knaap (CDA) had zich wat verbaasd over de verschillende reacties van de Arubaanse en van de koninkrijksregering op deze rapportage. Gezien de benarde financiële situatie, kan men zich afvragen wat de Arubaanse regering in de afgelopen periode heeft gedaan. Hij vroeg zich af of en, zo ja, hoe in de toekomst verder wordt geopereerd in koninkrijksverband ten aanzien van de overheidsfinanciën aldaar. Hij vernam graag de reacties van de heren Aarts en Voorhoeve. Het is verheugend dat op enkele punten (voornemens tot) verbeteringen kunnen worden gesignaleerd, maar bij de CDA-fractie overheerst toch bezorgdheid. Er zal een cultuuromslag moeten worden bereikt. Aanzetten daartoe zijn terug te vinden in de rapportage over de deugdelijkheid van het bestuur. Deze aanbevelingen zouden integraal moeten worden overgenomen in het nieuwe regeerakkoord op Aruba. Heeft de heer Aarts aanwijzingen dat de nieuwe regering aldaar die aanbevelingen serieus neemt?
Welke lessen trekt de minister na vier jaar uit de relaties met Aruba? Wat heeft hij kunnen bewerkstelligen?
De heer Remkes (VVD) sloot zich aan bij de waardering van de koninkrijksregering voor het werk van de commissie-Aarts. Zich baserend op de oordelen van de koninkrijksregering, vond hij dat de situatie op Aruba weinig vreugdevol kan worden genoemd. Ook hij hoopte dat de aanbevelingen inzake de deugdelijkheid van het bestuur zullen worden overgenomen én uitgevoerd door de nieuwe regering van Aruba.
Hij was, wat de financiële rapportage betreft, met name geschrokken van de ontwikkeling van de personeelsomvang en van de mededeling dat de groei met 12,5% in het bijzonder plaatsvond in de sfeer van persoonlijke adviseurs en assistenten bij de bureaus van de ministers, waardoor de kosten van die bureaus zijn verdubbeld. Dit leidt inderdaad tot de conclusie dat er een cultuurverandering nodig is. Zo komt bijvoorbeeld het uitbetalen van niet genoten vakantiedagen de beeldvorming bij de bevolking ten aanzien van de werkelijke sanering zeker niet ten goede. De heer Remkes vond het betreurenswaardig dat de financiële ruimte die ontstaat door de economische groei, niet is gebruikt om de overheidsfinanciën te saneren en voldoende productieve investeringen te doen. Het komt ook de VVD-fractie wenselijk voor dat de nu afgesloten rapportage door de commissie-Aarts op enigerlei wijze wordt vervolgd. Het kan hier niet bij blijven. Hoe ziet de minister dit?
De heer Van Oven (PvdA) vroeg of de Nederlandse regering het standpunt van de koninkrijksregering deelt. Dit spreekt niet geheel vanzelf, gezien de reactie van de Arubaanse regering. De heer Van Oven had goed begrepen dat de zeer kritische bezorgdheid van de rapporteur over onder meer de wetgeving, de financiën, de belastinginkomsten, gebrek aan uitgavendiscipline, de ontwikkeling van de schuld, de boedelscheiding met de Antillen, de groei van het ambtenarenkorps en de liquiditeitspositie gedeeld wordt door de koninkrijksregering. Door het gunstige economische tij wordt dit beeld nog onrustbarender. Er staan enkele gunstige ontwikkelingen tegenover, maar de koninkrijksregering komt tot een tamelijk omfloerste maar toch duidelijk sombere eindconclusie over de gehele periode sinds het sluiten van het protocol. Welke onderdelen betreft dit in het bijzonder en welke balans levert dit dan op voor de koninkrijksregering? Wat betekent dit voor de uitvoering van het rapport-Biesheuvel over de afbouw van de ontwikkelingssamenwerkingsrelatie?
De heer Aarts constateert dat in totaal 186 mensen zijn aangetrokken bij de bureaus van de ministers. De Arubaanse regering noemt in dit verband een aantal van 85. Hoe is dit verschil te verklaren? Welke reële kans op verbetering zien de minister en de heer Aarts?
Ook de heer Van Oven zei ten slotte dat zijn fractie, gezien deze rapportage, zeker behoefte heeft aan voortgaande aandacht in enigerlei vorm, waarbij drie vragen vooropstaan:
– is de rapportage tot nu toe afdoende gebleken?
– is zij vervolgbaar, al dan niet geïntensiveerd?
– is dit de juiste weg, gezien de rol die in het protocol was weggelegd voor de koninkrijksregering als zodanig?
Het antwoord van de heer Aarts en van de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken
De heer Aarts dankte de commissie voor de uitgesproken waardering voor het werk van de commissie-Aarts.
De vraag of de rapportages datgene hebben gebracht wat het protocol ten tijde van de opstelling bedoelde, is moeilijk te beantwoorden, omdat je nooit weet wat er zou zijn gebeurd als die rapportages er niet waren geweest. Het nogal strenge oordeel van de heer Remkes kon de heer Aarts overigens niet geheel onderschrijven, want met name de laatste vier jaar zijn ook enkele zeer positieve ontwikkelingen te melden. In de eerste plaats betreft dit de sterke economische ontwikkeling; die duidt erop dat Aruba sinds 1986, toen de Lago sloot, een zeer grote prestatie heeft geleverd. Dit is primair te danken aan de particuliere bedrijvigheid, maar de overheid heeft er daadkrachtig in geparticipeerd. Nu bestaat zelfs het gevaar van oververhitting. In de tweede plaats kan de voortgang van de wetgeving positief worden beoordeeld, afgezien van de periode van de kabinetscrisis. Dit wil overigens niet zeggen dat alle wetten ter bevordering van de deugdelijkheid van het bestuur reeds in werking zijn getreden.
Speciaal de ontwikkeling van de overheidsfinanciën baarde de heer Aarts grote zorgen. Hierop is de zegswijze van toepassing: het land is rijk, maar de Staat is arm. Voor een deel kan dit uit het verleden worden verklaard. Bij de sluiting van de Lago moesten gaten worden gevuld. De met behulp van tax holidays geopende hotels leverden minder inkomsten op voor de Staat dan normaal gevestigde bedrijven. De Arubaanse overheid mag worden verweten dat de inkomsten achterblijven bij de begroting en dat de uitgaven de begrotingen hebben overschreden. In zekere zin is men de dupe van de economische ontwikkeling geworden, waardoor wellicht een te groot optimisme is ontstaan.
Nog een ander punt baarde de heer Aarts grote zorgen. In een gezamenlijke brief van de Arubaanse ministers van vervoer en van volksgezondheid (terwijl om een regeringsstandpunt was verzocht) wordt erop gewezen dat de politieke cultuur op Aruba nu eenmaal anders is dan in Nederland en dat Nederland zich daarbij heeft neer te leggen. In dit cultuurverschil zit naar zijn mening een kernprobleem voor de samenwerking tussen Nederland en Aruba. Het verschil in politieke cultuur manifesteert zich in de eerste plaats in de slechte gewoonte van benoeming van partijgenoten en zelfs familie en aanverwanten door nieuwe ministers. De vraag is of binnen het Koninkrijk geen universele normen op het gebied van de integriteit van het bestuur moeten gelden. Het parlementaire stelsel lijdt sterk onder die op Zuid-Amerikaanse leest geschoeide politieke benoemingscultuur, omdat enigerlei vorm van geobjectiveerde en dualistische controle op en geargumenteerde debatten met de regering wordt gefrustreerd. Het ergste vond de heer Aarts nog dat dit een reactie oproept bij de politici die «toevallig» in de oppositie zitten, op het moment dat zij regeringsverantwoordelijkheid krijgen. In het rapport-Calidad wordt een en ander uitstekend beschreven. De nieuwe initiatiefvoorstellen over de werking van de Staat zijn niet slecht, maar de heer Aarts had er niet veel vertrouwen in dat men er op een goede manier mee zou omgaan.
Het is betreurenswaardig dat de salarissen van de statenleden verleden jaar zeer aanzienlijk zijn gestegen. Vervolgens werd voorgesteld om de salarissen van de ministers te verhogen, inclusief het toestaan van allerlei cumulaties die in Nederland ondenkbaar zijn. De Staten konden hiertegen niet optreden, na het verhogen van de eigen salarissen. De heer Aarts vroeg zich af of dit geen zaak van koninkrijkszorg zou moeten zijn. Het is met name schrijnend voor de Nederlandse Antillen, want binnen één Koninkrijk zouden binnen een straal van 60 km niet zulke grote verschillen in beloning mogen bestaan. Dit soort beloningen wekt terecht wrevel op.
De tax holidays vormen een onontkoombare erfenis uit het verleden. Nu doet zich het probleem voor dat ze na een geldigheidsperiode van tien jaar ophouden. Het effect hiervan kan tweeërlei zijn: (a) de ondernemingen die hierop niet zijn voorbereid, kunnen gaan klagen, waarna de regering door de knieën gaat; (b) de ondernemingen kunnen besluiten weer te vertrekken. In beide gevallen is er sprake van «normale» inkomsten. Het is een zorg voor de Arubaanse regering, die zou kunnen besluiten tot een overgangsregime.
Het optimisme over het afstoten van het Radissonhotel is de laatste tijd snel geslonken. De precieze achtergronden hiervan kende de heer Aarts niet. Doordat het hotel mede dient als onderpand voor een bancair krediet aan Air Aruba, is een moeilijke situatie ontstaan, juist omdat het met Air Aruba niet echt beter gaat.
De garantieproblematiek is verminderd doordat de garanties voor een groot aantal hotels inmiddels zijn afgebouwd, maar er zijn nog steeds sluimerende garanties. De heer Aarts adviseerde de regering dit fonds niet te snel op te heffen.
In antwoord op de vraag «Hoe nu verder?» verwees hij naar zijn rapport. Hij adviseerde het verloop van de formatie op Aruba af te wachten. Voorop staat in elk geval dat over enigerlei voortzetting van het protocol met Aruba tot overeenstemming moet worden gekomen. De situatie die bestond bij aanvang van het protocol, doet zich nu niet voor. Het Koninkrijk heeft op dit moment geen kapstok meer om nieuwe voorwaarden te stellen. Het wederzijdse respect binnen het Koninkrijk dient ook bewaakt te worden, waarbij het heel normaal is om over en weer verantwoording af te leggen, zoals het ook binnen de EMU gebeurt. Als er inderdaad een nieuwe commissie komt, zou men die moeten verplichten ook klachten over de houding van Nederland serieus te nemen. Het zou voor de Arubaanse regering aantrekkelijk zijn, wanneer ook zij een spreekbuis voor haar problemen en ergernissen over het Nederlandse beleid heeft.
De minister sprak zijn erkentelijkheid uit voor de rapportage van de commissie-Aarts. Deze commissie heeft de afgelopen jaren zeker bijgedragen aan een intensievere en positievere communicatie binnen het Koninkrijk.
De minister had tijdens zijn bezoek aan de Nederlandse Antillen tot zijn vreugde geconstateerd dat ook de Arubaanse regering tevreden is over het werk van de onafhankelijke commissie-Aarts. Ontegenzeggelijk is een positief proces in gang gezet. De premier van Aruba heeft inmiddels toegezegd dat hij voorstellen zal doen om dit proces voortgang te doen vinden. Alvorens te besluiten over de vraag «Hoe nu verder?», ligt het in de rede deze voorstellen af te wachten. In ieder geval zal de Kamer worden geïnformeerd over een eventueel vervolg.
Vooropgesteld dient te worden dat Aruba en de Nederlandse Antillen autonome bestuurseenheden zijn. De feitelijke bevoegdheden van de Nederlandse regering zijn derhalve beperkt. Bovendien kent de koninkrijksregering, die vooral een waarborgfunctie heeft, eigenlijk alleen abstracte geformuleerde verantwoordelijkheden. Dit alles betekent dat eventuele beïnvloeding van de zijde van de Nederlandse regering slechts kan plaatsvinden middels communicatie met de Antilliaanse en Arubaanse regeringen.
De minister sloot zich aan bij de opvatting van de heer Aarts dat zonder het protocol van 1993, de rapportage en de daaruit volgende beleidsdialoog, een aantal ontwikkelingen in Aruba anders zouden zijn gelopen. Te denken valt aan het feit dat het nieuwe kabinet-Eman de integrale uitvoering van het rapport-Calidad en de sanering van de overheidsfinanciën tot hoge beleidsprioriteiten heeft bestempeld. Hoopgevend zijn ook het voornemen tot invoering van een antecedentenonderzoek bij benoemingen en de maatregelen die zijn voorgenomen ter voorkoming van belangenverstrengeling. Zorgwekkend zijn het financiële beheer en bepaalde aspecten van het personeelsbeleid van de Arubaanse overheid, met name de gewoonte om buiten het reguliere personeelsbeleid om bezoldigde coördinatoren te benoemen.
De uitvoering van de aanbevelingen van de commissie-De Ruiter heeft ertoe geleid dat de relatie tussen politie, justitie, politiek en openbaar ministerie op Aruba inmiddels beter is dan anderhalf jaar geleden, al blijft het zaak om te waken voor nieuwe erosie van die onderlinge verhoudingen.
De rechtsbasis voor een verdere rapportage moet worden gevonden in overeenstemming op grond van het samenwerkingsartikel in het Statuut. Verdere rapportage wordt per slot van rekening door beide partijen nuttig gevonden.
De Arubaanse, Antilliaanse en Nederlandse rekenkamer zijn voornemens hun samenwerking voort te zetten en zelfs te intensiveren. De rapportage van de Arubaanse rekenkamer omtrent vier omstreden overheidsbestedingen is inmiddels overgedragen aan het Arubaanse openbaar ministerie. Gezien haar uitgebreide takenpakket is de bestaffing van de Arubaanse rekenkamer aan de kleine kant. Vandaar dat samenwerking met de Algemene Rekenkamer van belang is en blijft. Dit laat de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de Staten van Aruba echter onverlet: het is aan het Arubaanse parlement om ook daadwerkelijk iets met de rapporten van de Arubaanse rekenkamer te doen.
De minister had de indruk dat in Aruba wordt gestreefd naar een versterking van de positie van de Staten ten opzichte van andere politieke organen. Het besef is gegroeid dat de sterk gepolitiseerde en vaak moeilijke verhoudingen binnen de Staten en de moeizame relatie tussen Staten en kabinet niet kunnen worden gecontinueerd. Aruba is een nog jonge staat en het gaat hier om een omslag die tijd vergt. Tijd en een intensieve communicatie zullen ook nodig zijn om de verschillende bestuursstijlen binnen het Koninkrijk op elkaar af te stemmen. Overigens wekte de nieuwe voorzitter van de Staten de indruk zeer geïnteresseerd te zijn in een intensieve samenwerking met de Staten-Generaal.
De minister deelde de zorg omtrent de groei van de personele lasten. Let wel: die groei wordt niet veroorzaakt door een omvangrijker ambtenarenapparaat, maar juist door de aanstelling van vele niet-ambtenaren in overheidsdienst. Dit probleem komt aan de orde in het rapport-Calidad. De gouverneur buigt zich op dit moment over de wettelijke basis voor de forse uitkering voor niet opgenomen vakantiedagen.
Rond de garantieproblematiek rond het Radisson-, Marriot- en Beta-hotel lopen op dit moment nog rechtszaken. Zolang de uitkomst hiervan nog ongewis is, is een financiële reservering dus op haar plaats. De minister kon niet beoordelen in hoeverre de renovatie en de toekomstige exploitatie van het Radissonhotel worden bemoeilijkt door de hypotheek ten behoeve van Air Aruba. Deze kwestie moet nader worden onderzocht. De Kamer zal hierover schriftelijk worden geïnformeerd.
In het kader van het Arikok-project is intensief samengewerkt met de Nederlandse overheid. Het oordeel over de opzet van het project is zeer positief.
Het probleem van de criminaliteit op Aruba is tweeledig: enerzijds is er sprake van de gewone criminaliteit, waar de gewone burger en toerist en het bedrijfsleven last van hebben, anderzijds is er de witteboordencriminaliteit en internationaal vertakte criminaliteit. De Arubaanse regering heeft grote aandacht voor deze problematiek. Voor de economie van het eiland is het van het grootste belang dat de toerist zich veilig voelt, al steekt de veiligheid op Aruba positief af ten opzichte van andere landen in het Caribisch gebied. In de strijd tegen de internationale criminaliteit en de witteboordencriminaliteit zijn de afgelopen jaren successen geboekt. De waardering van de Amerikaanse overheid voor de aanpak van de criminaliteit op Aruba is de laatste jaren gegroeid. Desondanks blijft het een onderwerp dat aandacht vraagt.
Het rapport-Biesheuvel is pas goed uitvoerbaar als de objectiviteit van het beheer van de overheidsfinanciën is gewaarborgd. Het probleem heeft de aandacht van de Arubaanse centrale bank. Het is hoopgevend dat minister Tico Croes de portefeuille van financiën gaat beheren.
Resumerend kan worden gezegd dat sprake is van een aantal positieve ontwikkelingen. Als de voornemens van de nieuwe Arubaanse regering met betrekking tot de integrale uitvoering van het rapport-Calidad en de verbetering van 's lands financiële sector worden gerealiseerd, kan de komende jaren veel vooruitgang worden geboekt.
Plan van aanpak reorganisatie gevangeniswezen Nederlandse Antillen
Vragen en opmerkingen uit de commissie
De heer Remkes (VVD) had na bestudering van de rapportage de indruk dat de uitvoering van de reorganisatie redelijk op schema ligt.
De heer Van der Knaap (CDA) had begrepen dat de gevangenis Koraal Specht nu de capaciteit gaat benutten van de minder beveiligde halfopen inrichting. Welke maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat met deze maatregel de problemen worden verschoven van de gevangenis naar de halfopen inrichting?
De verwachting is dat de totale capaciteit op het eiland zal worden uitgebreid met 700 à 750 plaatsen. Bij de berekening van dit aantal is echter rekening gehouden met een kleinere instroom vanwege alternatieve straffen. Als de effecten hiervan tegenvallen, kan het zijn dat de geplande uitbreiding te gering is.
Het plan van aanpak is vaag over de vraag hoe de vaak slechte arbeidsomstandigheden van de cipiers kunnen worden verbeterd. Hieromtrent moet meer duidelijkheid komen. Onduidelijkheid is er ook over de personeelsformatie. In Nederland wordt de norm gehanteerd van één gevangenisbewaarder per acht gedetineerden. Op de Antillen is de huidige norm naar verluidt 1:140. De oplossing van dit probleem vergt inderdaad de nodige tijd, maar wat wordt in de tussentijd ondernomen om de situatie voor het personeel zo draaglijk mogelijk te maken? Is het managementteam reeds geformeerd en is de cruciale vacature van personeelsdeskundige inmiddels vervuld?
Over de beschikbare en benodigde budgetten heerst veel onduidelijkheid. Graag had de heer Van der Knaap wat meer helderheid over de financiële aanpak en over de vraag welke personen hiervoor de verantwoordelijkheid dragen.
Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) vond de situatie uitermate zorgelijk. Niettemin was ze tevreden over het plan van aanpak. Zij besefte dat de uitvoering van het plan een zaak van lange adem zal zijn. Zijn er inmiddels wel tekenen van verbetering te bespeuren?
Ook vroeg zij of de regering heeft gereageerd op het kritische rapport van de commission on the prevention of torture van de Raad van Europa.
Verder wilde mevrouw Scheltema-de Nie weten of inmiddels een personeelsdeskundige is benoemd. Als dit nog niet is gebeurd, wat zijn dan de eventuele bezwaren? Voorts vroeg zij of de verantwoordelijke Antilliaanse minister zich bereid heeft getoond om mee te werken aan het vervolg op het plan van aanpak. In de pers heeft deze namelijk laten weten andere beleidsprioriteiten te stellen.
De heer Van Middelkoop (GPV) had de indruk dat het ongenoegen van Antilliaanse zijde over de Nederlandse benaderingswijze van de onderhavige problematiek nu is geweken. De aanstellingsperiode van de algemene projectleider, de heer Rook, is op dit moment bijna verstreken. Graag vernam de heer Van Middelkoop iets over de positie van de algemene projectleider.
Is het voornemen om de zwaarste criminelen tijdelijk over te plaatsen naar Nederlandse gevangenissen nu definitief van de baan? Wat is de stand van zaken rond de uitzetting van criminele buitenlanders, meest Colombianen en Venezolanen, naar de landen van herkomst? In de brief van 29 mei is sprake van een voortgangsrapportage, maar onduidelijk is of dit een intern stuk betreft of een stuk dat bestemd is voor de Kamer.
De heer Van Middelkoop stelde vast dat de achilleshiel van het plan van aanpak is gelegen in een effectief en goed functionerend personeelsbeleid. Hoe taxeert de regering dit?
Ten slotte vroeg hij naar de wijze waarop de reactie op het rapport van de commission on the prevention of torture is opgesteld en wie de verantwoordelijkheid voor deze reactie draagt. Hij vroeg dit met het oog op de zeer verschillende wijze waarop Antilliaanse en Nederlandse parlementariërs de situatie in gevangenis Koraal Specht bleken in te schatten.
De heer Van Oven (PvdA) was te spreken over de aanbevelingen van het plan van aanpak. Hij uitte zijn zorg over de vreemdelingenbewaring op de Antillen; zo wees hij op het feit dat mensen hele dagen in barakken moeten doorbrengen zonder te worden gelucht. Hij vroeg zich af of deze problematiek in het project aandacht krijgt.
Verder vroeg hij wie de exacte opdrachtgever voor de aanbesteding van de bouw van de gevangenis is geweest. Ook vroeg hij of de nadere aanpassingen die het plan-Rook met zich brengt, gevolgen hebben voor het tijdstip waarop de landsverordening beginselen gevangeniswezen in werking treedt. Als deze een vertraging zouden veroorzaken, zou hij dat betreuren.
De heer Van Oven sloot zich aan bij de reeds gestelde vragen over de financiën. Met name de vraag hoe de som voor nieuwbouw (80 mln.) over de jaren wordt gespreid, achtte hij aan de orde.
Vanwege het feit dat de datum van 19 juni is verstreken, ging hij ervan uit dat de koninkrijksregering inmiddels heeft gereageerd op het rapport van de commission on the prevention of torture over het geweld binnen de gevangenismuren. Hij stelde het op prijs als de Kamer van de inhoud van die reactie op de hoogte wordt gebracht. Zal het comité het gevraagde voortgangsverslag overigens nog binnen zes maanden ontvangen?
De heer Van Oven concludeerde dat in de gevangenis Koraal Specht weer enigszins sprake is van rust en wederzijds vertrouwen. De situatie is vergeleken met enige tijd geleden onmiskenbaar verbeterd. Is de voortgang van deze positieve ontwikkeling echter verzekerd? Wat dit betreft baarden twee zaken hem zorgen: het feit dat een aantal benoemingen in het projectteam nog niet hebben plaatsgevonden en de gerezen onzekerheden rond de toekomstige rol van de Nederlandse functionaris die in het gehele proces een voortrekkersrol heeft vervuld.
De minister wees erop dat de nieuwe Antilliaanse minister van justitie het plan van aanpak van de heer Rook bij landsbesluit heeft vastgesteld. De problematiek rond gevangenis Koraal Specht heeft de volle aandacht van de Antilliaanse regering; zo is een staatssecretaris onder verantwoordelijkheid van de minister van justitie met het gevangeniswezen belast. Ook heeft de Antilliaanse ministerraad inmiddels een reactie geformuleerd op de kritiek in het rapport van de commission on the prevention of torture. De tekst hiervan kan nog niet worden gegeven, daar deze eerst formeel door de minister van buitenlandse zaken van het Koninkrijk in Straatsburg moet worden overhandigd. De minister zegde toe, met de Antilliaanse regering te bespreken of de tekst tegelijkertijd aan de Tweede Kamer en aan de Staten van de Antillen kan worden aangeboden. Voor de deskundigheid en de wijze van optreden van de heer Rook bestaat alom grote waardering. Ook is de bevolkingsdruk in de gevangenis Koraal Specht afgenomen, waardoor de sfeer in de inrichting is verbeterd. Door al deze positieve ontwikkelingen is de situatie gunstiger dan een aantal maanden geleden. Niettemin waarschuwde de minister voor het trekken van al te optimistische conclusies: de fundamentele oorzaken van de problematiek moeten immers nog worden opgelost. Met het plan van aanpak is hierin voorzien, maar nu komt het aan op de concrete uitvoering. Het is geenszins uit te sluiten dat problemen uit het verleden zullen terugkeren als de uitvoering stokt. In ieder geval stemt het hoopvol dat de Antilliaanse regering volledig is doordrongen van de ernst van de situatie en dat zij de indruk wekt er alles aan te doen om de situatie te verbeteren.
De verbouw en nieuwbouw van de gevangenis zullen tijd vergen, evenals de versterking van het personeels- en managementssysteem, zowel op top- als op middenniveau. De aanstelling op korte termijn van een personeelsdeskundige om een en ander in goede banen te leiden, is van groot belang. Ook hiervoor blijkt meer tijd nodig dan voorzien. Ook de benoeming van een deskundige voor het financiële beheer van de gevangenis moet nog plaatsvinden.
De vreemdelingenbewaring vormt wel degelijk een onderdeel van het project. Strikt genomen hoort vreemdelingenbewaring inderdaad niet tot het gevangeniswezen. Ook vormt zij eigenlijk geen landsaangelegenheid, maar is zij zaak van de eilanden. Niettemin noopt de feitelijke situatie tot aandacht hiervoor. Het huidige beleid maakt overplaatsing van zware criminelen naar Nederland in individuele gevallen mogelijk. Dit geschiedt echter altijd bij uitzondering, als sprake is van speciale omstandigheden en in ieder geval na overleg tussen de Nederlandse en Antilliaanse ministers van justitie. In het verleden hebben dergelijke uitzonderingsgevallen zich acht maal voorgedaan. In geen geval kan sprake zijn van het overplaatsen van groepen Antillianen of vreemdelingen naar Nederland om de problematiek in de gevangenis Koraal Specht te verlichten. In die richting zijn nooit toezeggingen gedaan. De bevolkingsdruk in gevangenis Koraal Specht is wel enigszins verlicht door de uitzetting naar derde landen van niet lang gestraften die een deel van hun straf reeds hadden uitgezeten. Gezien de uitermate slechte omstandigheden in de gevangenissen in veel landen in de regio, is uitzetting op grote schaal echter onverantwoord, zodat hiervan niet al te veel soelaas kan worden verwacht.
Ondanks een verzoek aan de Antilliaanse regering is nog geen integrale rapportage ontvangen over de capaciteitsuitbreiding van de halfopen inrichting. In de aanbestedingsprocedure waren wat vertragingen ontstaan. Inmiddels is onderhandse aanbesteding mogelijk geworden. Hiermee zal op korte termijn worden begonnen.
Een ruwe schatting van de kosten van het totale project voor de verbetering van het gevangeniswezen bedraagt, over een periode van zes à zeven jaar, tussen 80 mln. en 100 mln. De Nederlandse regering is bereid om het grootste deel van die kosten te dragen. Het is op dit moment niet mogelijk om hier meer specifiek op in te gaan, omdat de plannen eerst moeten worden getoetst aan een aantal professionele criteria en aan het programma van eisen. Wel moet de nodige soberheid worden betracht; het betreft hier immers een groot bedrag, zeker gezien de andere noden van de Nederlandse Antillen die de nodige investeringen behoeven. Over de bestedingen in 1998 vindt momenteel overleg plaats. De benodigde uitgaven zullen van jaar tot jaar moeten worden bezien. Overigens is door de bevriezing van de KabNA-begrotingen een waar stuwmeer van financiële verplichtingen ontstaan. Om dit te beheersen moet goed rekening worden gehouden met het feitelijke kasritme. Door de verschaffing van extra middelen is een gedeelte van deze problematiek opgelost. Hoe het ook zij, een gebrek aan financiën mag er in geen geval de oorzaak van zijn dat de gevangenisproblematiek niet wordt opgelost. Het valt te verwachten dat het afgesproken kasritme voldoende ruimte biedt voor de uitgaven die op korte termijn nodig zijn.
De regering van de Nederlandse Antillen heeft gevraagd of de heer Rook na 1 juli beschikbaar kan blijven. Hierover vindt op dit moment overleg plaats tussen het Nederlandse ministerie van Justitie en de heer Rook. De minister had goede hoop dat de uitkomst hiervan positief zal zijn.
De landsverordening beginselen gevangeniswezen spoort met de aanbevelingen van de heer Rook, dus daarin hoeven geen vertragingen op te treden.
De Antilliaanse regering en de koninkrijksregering zijn uiteraard voornemens om aan hun rapportageplicht aan de commission on the prevention of torture te voldoen. De eerste verantwoordelijkheid in dezen ligt nu bij de Antilliaanse regering. De Antilliaanse minister van justitie zal worden verzocht om hiertoe actie te ondernemen. De Tweede Kamer en de Antilliaanse Staten zullen hiervan op de hoogte worden gehouden.
Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), Te Veldhuis (VVD), Ter Veer (D66), Rosenmöller (GroenLinks), voorzitter, Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Van Middelkoop (GPV), Zijlstra (PvdA), Van Zijl (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Voorhoeve (VVD), Van der Hoeven (CDA), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), De Graaf (D66), Van Oven (PvdA), Van der Knaap (CDA), Balkenende (CDA), Karimi (GroenLinks), Bussemaker (PvdA), Van Bommel (SP), Oplaat (VVD), Albayrak (PvdA), E. Meijer (VVD) en Brood (VVD).
Plv. leden: Rijpstra (VVD), Bolkestein (VVD), Van den Berg (SGP), Van Gent (GroenLinks), Van Vliet (D66), Rouvoet (RPF), Valk (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Van de Camp (CDA), Weisglas (VVD), Van Wijmen (CDA), Hillen (CDA), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Melkert (PvdA), Stroeken (CDA), Atsma (CDA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Cloe (PvdA), Marijnissen (SP), O.P.G. Vos (VVD), De Boer (PvdA), Van den Doel (VVD), Luchtenveld (VVD) en Middel (PvdA).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25964-5.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.