nr. 4
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR NEDERLANDS-ANTILLIAANSE EN ARUBAANSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 29 mei 1998
Met verwijzing naar het Algemeen Overleg met de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse
en Arubaanse Zaken van 4 maart 1998 respectievelijk 8 april 1998, alsmede
met verwijzing naar mijn brief aan u van 27 maart 1998 en de brief van de
griffier van de vaste commissie van 13 mei jl., nr. 98-Naaz-8, bied ik u bijgaand
aan, het door de algemeen projectleider reorganisatie gevangeniswezen Nederlandse
Antillen vastgestelde plan van aanpak gevangeniswezen Nederlandse Antillen.1
De totstandkoming van dit plan van aanpak volgt uit het «Convenant
Koraal Specht» van 11 maart 1998, dat ik u bij brief van 13 maart 1998
heb aangeboden. Het plan voorziet in zowel op korte als op lange termijn te
nemen maatregelen en gaat uit van een integrale aanpak. Als gevolg van deze
integrale benadering wordt met dit plan ook onder meer voorzien in een voortgangsrapportage
over de uitvoering van het noodplan, van het herzien ruimtelijk masterplan
en van de aanpak voor de projectorganisatie van de gevangenis Koraal Specht
te Curaçao. Tevens gaat het in op de aanbevelingen uit het rapport
van het Comité ter Voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende
Bestraffing of Behandeling van de Raad van Europa, dat u op 28 april jl. werd
aangeboden door mijn ambtgenoot van Buitenlandse Zaken. De demissionaire Minister
van Justitie van de Nederlandse Antillen heeft verklaard dat thans wordt gewerkt
aan een reactie op het rapport van het Europees Comité. Na ontvangst
van de reactie van de Nederlands-Antilliaanse regering zal ik bevorderen dat
u zo spoedig mogelijk daarvan in kennis wordt gesteld.
Met de uitvoering van het plan van aanpak wordt naar mijn mening een solide
basis gelegd voor structurele verbeteringen binnen de strafgevangenis Koraal
Specht in de nabije toekomst en op de lange termijn. Het plan zit naar mijn
oordeel deugdelijk in elkaar en is een goede stap om tot aanpak van de bestaande
problemen te komen. Zowel de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen
als ikzelf stemmen in met de uitvoering van dit plan. De feitelijke uitvoering
van het plan is een zaak van de nieuwe regering van de Nederlandse
Antillen. Met de in het plan voorgelegde beslispunten, voor zover deze mijn
competentie betreffen, kan ik instemmen. De beslispunten waarvoor de Nederlands-Antilliaanse
regering verantwoordelijkheid draagt, ondersteun ik.
Niettemin baart de in het plan beschreven stand van zaken met betrekking
tot de situatie in Koraal Specht mij nog steeds zorgen. lk doel daarbij met
name op het feit dat door de Nederlands-Antilliaanse regering nog steeds geen
personeelsdeskundige is benoemd, zoals is voorzien in het convenant. Ook is
het duidelijk dat de uitvoering van het plan een zaak van lange adem is en
voortdurende aandacht en monitoring behoeft. Verder meen ik dat het herziene
ruimtelijk masterplan voor de nieuwbouw van de gevangenis, zoals het als bijlage
bij het plan van aanpak is gevoegd, thans nog in een te geringe mate is uitgewerkt.
lk heb de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen daarom laten weten
dat ik het noodzakelijk acht dat het in de maand juni gereed komende programma
van eisen, dat naar aanleiding van het ruimtelijk masterplan zal worden opgesteld,
voorziet in een verdere uitwerking. Dit programma van eisen zal ter advisering
aan deskundigen van het Nederlandse Ministerie van Justitie worden voorgelegd,
waarbij met name ook op aspecten als soberheid zal worden getoetst. Om die
reden zal ik thans geen inhoudelijk oordeel geven over het herziene ruimtelijk
masterplan.
Het bepaald niet rooskleurige beeld dat ondanks het gedegen plan van aanpak
blijft hangen, bevestigt de noodzaak van snelle actie en een zeer grote inzet
door de verantwoordelijke en betrokken autoriteiten. Ik heb de Minister van
Justitie van de Nederlandse Antillen om zijn bijzondere aandacht terzake gevraagd.
Ook zal ik op korte termijn de nieuwe Minister van Justitie over deze problematiek
benaderen. Zoals ik reeds eerder heb gesteld, zal de Nederlandse regering
ook substantieel blijven bijdragen aan de oplossing van de weerbarstige problemen.
De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,
J. J. C. Voorhoeve