25 964
Gevangenis Koraal Specht

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR NEDERLANDS-ANTILLIAANSE EN ARUBAANSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 27 maart 1998

In mijn brief van 23 december 1997 heb ik toegezegd de Tweede Kamer eind maart 1998 te informeren over de voortgang van het plan «Kortetermijnmaatregelen gevangenis Koraal Specht». Onderstaand ga ik in op de uitvoering van het plan en de overige ontwikkelingen rond de gevangenis. Achtereenvolgens komen aan de orde:

– de uitvoering van het noodplan;

– de resultaten van mijn laatste bezoek aan de Nederlandse Antillen;

– de inzet van de heer Rook als algemeen projectleider;

– de plannen voor de langere termijn; en

– overdracht van gedetineerden.

Uitvoering noodplan «Kortetermijnmaatregelen gevangenis Koraal Specht»

Bijgaand zend ik ter kennisneming aan uw Kamer de voortgangsrapportage, die ik onlangs ontving en naar de inhoud waarvan ik kortheidshalve verwijs.1 Ik constateer dat een aantal reparaties en aanschaffingen is uitgevoerd of op het punt staat gerealiseerd te worden. Voorts constateer ik dat alle bouwkundige aanpassingen rond 1 mei a.s. gerealiseerd zullen worden.

De rapportage gaat niet in op de stand van zaken van de uitzending van vier functionarissen in het kader van technische samenwerking. Daarover kan ik het volgende melden.

Van de toegezegde functionarissen is er één reeds in tijdelijke dienst van de gevangenis. De overige drie zijn in Nederland geworven uit de gelederen van het gevangeniswezen.

Inmiddels zijn drie geschikte functionarissen geselecteerd. Zij zullen rond het moment dat u deze brief ontvangt op Curaçao arriveren en hun werkzaamheden aanvangen.

Tijdens mijn laatste bezoek aan Curaçao heb ik op 11 maart jl. de gevangenis Koraal Specht bezocht. Aldaar heb ik mij uitvoerig laten informeren. Ik ga ervan uit dat het noodplan voortvarend wordt uitgevoerd, mede ook door de nadere afspraken die hierover met de regering van de Nederlandse Antillen zijn gemaakt en die zijn opgenomen in het Convenant Koraal Specht.

Resultaten van mijn laatste bezoek aan de Nederlandse Antillen

Tijdens mijn laatste bezoek op 10 en 11 maart jl. aan Curaçao heb ik over de gevangenisproblematiek uitvoerig gesproken met minister-president Pourier en minister van Justitie Atacho. Het resultaat van deze besprekingen is neergelegd in het reeds hierboven genoemde «Convenant Koraal Specht», waarvan ik uw Kamer per brief van 13 maart jl. een exemplaar heb toegezonden. Ik meen dat dit convenant een goede basis vormt om de voortgang van de reorganisatie en nieuwbouw van de gevangenis te waarborgen. Kern van de afspraken is dat er een van de gevangenisleiding losgekoppelde projectorganisatie komt en er op korte termijn maatregelen worden getroffen in het management van de gevangenis.

Voorts is er een actieve rol toebedeeld aan het toezichthoudend orgaan. Door de diverse rapportages en overlegstructuren wordt de voortgang van de verbetering goed zichtbaar. De bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn, in het bijzonder waar het gaat om de projectorganisatie, helder gesteld. In de bijlage zijn concrete doelen opgenomen, inclusief een tijdpad voor de realisatie. De weg is vrij om aan de afspraken concreet invulling te geven.

Op 19 maart jl. namen de Staten van de Nederlandse Antillen unaniem een motie aan over de inhoud van het convenant. Naar aanleiding van deze motie verzocht de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen het convenant op twee onderdelen te wijzigen. Die punten betroffen de benoeming van een algemeen projectleider en zijn beslissingsbevoegdheid. Ik heb deze punten thans in beraad en zal daarop reageren langs de lijnen van de geest van het convenant: een gezamenlijke aanpak, waarbij de verantwoordelijkheid blijft rusten bij de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, met ondersteuning vanuit Nederland en uitsluitend gericht op daadwerkelijke actie.

De inzet van de heer Rook

In mijn brief van 13 maart jl. meldde ik reeds dat de heer Rook op 11 maart jl. is afgereisd en ik aldaar het convenant nog met hem heb besproken. De heer Rook zal als algemeen projectleider, daartoe door mijn ambtgenote van Justitie voor een periode van drie maanden ter beschikking gesteld, de afspraken uit het convenant nader invullen en voert daartoe thans besprekingen. Met hem zal door de betrokken partijen en door mij in deze weken frequent overleg worden gevoerd, hetgeen dient te resulteren in een door hem op te stellen plan van aanpak voor de projectorganisatie voor de reorganisatie en de nieuwbouw. De heer Rook neemt voorts als adviseur deel aan de wekelijkse vergadering van het interim-managementteam van de gevangenis.

De plannen voor de langere termijn

Minister-president Pourier zegde mij bij de presentatie van het noodplan toe eind maart een herzien ruimtelijk masterplan gereed te hebben. Dit is het plan dat zou voorzien in een geïntegreerde bouw van de verschillende afdelingen. Ik maakte hiervan melding in mijn brief van 23 december 1997 aan uw Kamer.

Ik heb vernomen dat over het concept van dit plan positief is geadviseerd door de gemengde werkgroep voor het gevangeniswezen en verwacht daarom dit plan over enkele weken te ontvangen. De op basis van dit plan te nemen besluiten dienen voortvarend te worden uitgevoerd.

Overdracht van gedetineerden

Indertijd is door het Koninkrijk aan vier landen in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika voorgesteld een verdrag ter zake van overdracht van gedetineerden te sluiten. Deze landen zijn Venezuela, Colombia, de Dominicaanse Republiek en Jamaica.

Inmiddels is met Venezuela een bilateraal verdrag gesloten waardoor het mogelijk wordt dat Venezolaanse gedetineerden hun gevangenisstraf in eigen land ondergaan. Dit verdrag is nog niet van kracht. Het is op 2 maart jl. ter stilzwijgende goedkeuring aan uw Kamer aangeboden en kan na goedkeuring direct in werking treden. Door Venezuela is dit verdrag reeds goedgekeurd.

Omdat er in Colombia sprake is van een groot capaciteitsgebrek in de gevangenissen en een groot aantal Colombiaanse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen verblijft, is er nauwelijks perspectief op de totstandkoming van een verdrag met dat land.

De Dominicaanse Republiek heeft een aanbod voor een verdrag al jaren in studie en Jamaica wees een dergelijk aanbod enige jaren geleden af. Op dit moment zijn bij de regering geen andere landen in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika in beeld, waarmee dergelijke verdragen zouden moeten worden gesloten. De reden hiervan is dat het vrij zelden voorkomt dat gedetineerden uit deze landen zich bevinden in Antilliaanse of Arubaanse gevangenissen.

Over de uitvoering van het noodplan, het herzien ruimtelijk masterplan en de aanpak voor de projectorganisatie zal ik uw Kamer in juni aanstaande nader informeren.

Een afschrift van deze brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer en de gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen.

De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

J. J. C. Voorhoeve


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven