25 927
Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie en van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, strekkende tot vervanging van de mogelijkheid van beroep in cassatie door de mogelijkheid van hoger beroep, alsmede het aanbrengen van enige andere wijzigingen (vervanging in Mulderzaken van beroep in cassatie door hoger beroep bij het gerechtshof Leeuwarden)

nr. 8
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 23 november 1998

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

Na onderdeel A wordt een onderdeel Aa ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel 7, eerste lid, wordt «en 7:26, vierde lid» vervangen door: , 7:26, vierde lid, en 10:3, eerste lid, onder c,.

Toelichting

De beslissing op het administratief beroep ingevolge de artikelen 6 tot en met 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is ingevolge artikel 6 van de wet opgedragen aan de officier van justitie. In de praktijk worden deze beroepen vergaand voorbereid en afgehandeld door parketsecretarissen. Ingevolge artikel 10:3, eerste lid, onder c, van de Algemeen wet bestuursrecht kan van de bevoegdheid tot het beslissen op het beroepschrift geen mandaat worden verleend. Reden hiervoor is de in het algemeen bijzondere positie van het bestuursorgaan aan wie het administratief beroep is opgedragen.

Het college van Procureurs-Generaal heeft recent bij nota verzocht het mandaat uitdrukkelijk wel mogelijk te maken in deze zaken. Daartoe is aangevoerd dat de almaar stijgende instroom van zaken de officier van justitie feitelijk voor de onmogelijke taak stelt op alle administratieve beroepen zelf te beslissen, naast de uitvoering van de andere aan hem opgedragen taken. Hoewel ik de betrokkenheid van de officier van justitie bij de afhandeling van deze zaken in beginsel gewenst acht, ben ik ook van mening dat er thans onvoldoende feitelijke mogelijkheden zijn om dat in alle gevallen te waarborgen. Ik stel daarom voor de mogelijkheid van het mandateren van de bevoegdheid om op het administratief beroep te beslissen in de wet te openen. Ik merk op, dat de officier van justitie niet verplicht zal zijn van deze mogelijkheid gebruik te maken. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kan de officier van justitie, indien hij van zijn bevoegdheid mandaat verleent, instructies geven aan de gemandateerde. Bovendien kan de officier van justitie de gemandateerde bevoegdheid te allen tijde zelf uitoefenen.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven