Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1997-199825900 nr. 16

25 900
Wijziging van de Algemene nabestaandenwet in verband met gebleken onbillijkheden

nr. 16
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 15 april 1998

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel O, wordt als volgt gewijzigd:

I

Sub-onderdeel 1 wordt vervangen door:

1. Het eerste lid, onderdeel c, komt als volgt te luiden:

c. met ingang van 1 januari 1998 op de nabestaandenuitkering het overig inkomen in mindering wordt gebracht overeenkomstig het tweede lid, waarbij van de nabestaandenuitkering een bedrag gelijk aan 30% van het bruto-minimumloon buiten aanmerking blijft.

II

Na sub-onderdeel 1 wordt een nieuw sub-onderdeel ingevoegd, luidende:

1a. In het tweede lid wordt de zinsnede «50% van het bruto-minimumloon» telkens vervangen door: 70% van het bruto-minimumloon.

III

In sub-onderdeel 2 wordt in het voorgestelde artikel 67, derde lid, de zinsnede «30% van het netto-minimumloon» vervangen door: 30% van het bruto-minimumloon.

IV

In sub-onderdeel 4 wordt in het voorgestelde artikel 67, negende lid, de zinsnede «30% van het netto-minimumloon» vervangen door: 30% van het bruto-minimumloon.

B

Artikel V komt te luiden:

Beschikkingen voor de inwerkingtreding van deze wet gegeven door de Bank, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene nabestaandenwet, op grond van artikel 67, achtste lid, van die wet en de daarop berustende bepalingen, worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van deze wet en aangemerkt als beschikkingen op grond van artikel 67 van de Algemene nabestaandenwet zoals dat artikel luidt na inwerkingtreding van deze wet.

Toelichting

Onderdeel A

Onderdeel A, onder I, van deze nota van wijziging beoogt de zogenaamde «bodemuitkering» voor voormalig AWW-ers die inkomen uit of in verband met arbeid genieten te verhogen van 30% van het netto-minimumloon tot 30% van het bruto-minimumloon.

De wijziging onder II beoogt de vrijlating voor voormalig AWW-ers te verhogen van 50% tot 70% van het bruto-minimumloon.

De wijzigingen onder III en IV van deze nota van wijziging beogen de «bodemuitkering» voor voormalig AWW-ers die samenwoonden voor 1 juli 1996 te verhogen tot 30% van het bruto-minimumloon.

Onderdeel B

Ten behoeve van wijzigingen in de nabestaandenuitkering per 1 januari 1998 voor voormalig AWW-ers is een ministeriële regeling getroffen. Op grond van die regeling zijn door de SVB beschikkingen afgegeven. Als gevolg van de in onderdeel A voorgestelde wijzigingen zal een deel van deze beschikkingen moeten worden herzien. Onderdeel B beoogt de voorgestelde overgangsbepaling, artikel V, als gevolg van de wijzigingen in onderdeel A aan te passen.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

F. H. G. de Grave