25 897
Ontslag Voorzitter College van Procureurs-Generaal

nr. 6
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 2 juni 1998

Ten vervolge op het debat dat met uw Kamer is gevoerd over het eervol ontslag van mr. A. W. H. Docters van Leeuwen als procureur-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag zend ik u hierbij een afschrift van de beslissing die bij koninklijk besluit van 30 mei 1998 is genomen op het bezwaarschrift dat namens betrokkene tegen zijn ontslag is ingediend.1

De beslissing op het bezwaarschrift houdt primair in dat het ontslag, overeenkomstig het advies dat daarover is uitgebracht door de bezwaaradviescommissie, gehandhaafd wordt. Wel is een wijziging aangebracht in de financiële regeling. Op dat punt wordt evenwel afgeweken van het advies van de bezwaaradviescommissie. Deze adviseerde tot betaling van een bedrag ineens van tweemaal een jaarsalaris. In plaats daarvan is, overeenkomstig hetgeen in dergelijke gevallen gebruikelijk is, volstaan met een verlenging van de termijn gedurende welke het wachtgeld wordt aangevuld tot de laatstgenoten bezoldiging. Deze termijn is ten opzichte van het oorspronkelijke besluit verlengd met 12 maanden. De regeling van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 is onverkort van toepassing op de wachtgeldregeling.

De gronden voor de beslissing zijn vermeld in de bij het koninklijk besluit behorende nota van toelichting. Als bijlage daarbij is gevoegd het advies dat de bezwaaradviescommissie heeft uitgebracht.

Tegen de beslissing op het bezwaarschrift staat voor betrokkene thans beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.

De Minister van Justitie a.i.,

H. F. Dijkstal


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven