25 897
Ontslag Voorzitter College van Procureurs-Generaal

nr. 4
MOTIE VAN HET LID MARIJNISSEN

Voorgesteld 19 februari 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de oorzaak van de verstoorde relatie tussen de minister en de voorzitter van het College van procureurs-generaal tot op heden niet duidelijk is geworden;

overwegende, dat de verstoorde relatie mogelijk zijn weerslag heeft op de toekomstige verhouding tussen de minister en het College en op de voortgang van de reorganisatie van het Openbaar Ministerie;

overwegende, dat het Parlement vanuit zijn controlerende taak alle feiten en omstandigheden ten aanzien van de verhouding tussen de minister en de voorzitter van het College dient te weten;

spreekt als haar mening uit dat het wenselijk is een parlementair onderzoek in te stellen naar de feiten en omstandigheden die hebben geleid tot de verstoorde relatie tussen de minister en de voorzitter van het College van procureurs-generaal,

en gaat over tot de orde van de dag.

Marijnissen

Naar boven