25 890
Aanpak riooloverstorten

nr. 25
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 7 juli 2003

De vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij1, de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer2 en de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat3 hebben op 17 juni 2003 overleg gevoerd met staatssecretaris Schultz van Haegen-Maas Geesteranus van Verkeer en Waterstaat en staatssecretaris Van Geel van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over:

– de brief van de staatssecretaris van VW van 9 mei 2003 met de kabinetsreactie en rapport commissie Diergezondheid en Riooloverstorten (LNV-03-311, VW-03-304, VROM-03-300);

– de brief van de staatssecretaris van VROM van 1 april 2003 over de zwemwaterkwaliteit langs de Nederlandse kust (LNV-03-306, VW-03-297, VROM-03-194);

– de brief van de staatssecretaris van VW van 6 mei 2003 over de zwemwaterkwaliteit langs de Nederlandse kust (LNV-03-303, VW-03-280, VROM-03-280).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Van Lith (CDA) merkt op dat uit recente studies van de ANWB en de commissie-Van Dijk de noodzaak blijkt van een voortvarende aanpak van de afvalwaterproblematiek, met name van risicovolle riooloverstorten. Over twee jaar moet er een basisvoorziening zijn waardoor lozingen in normale omstandigheden kunnen worden voorkomen. Wat is er gedaan om de toezegging dat de meest risicovolle overstorten voor 2002 zouden worden weggenomen, waar te maken? Welke concrete acties worden ondernomen om de laatste 4% risicovolle overstorten in 2005 te saneren?

Het afkoppelen van regenwater heeft tot nu toe onvoldoende aandacht gekregen. Door afkoppelen wordt het rioolwater met de helft teruggebracht, waardoor de kosten met 20% tot 30% omlaag gebracht kunnen worden. De druk op riooloverstorten wordt verminderd, wat weer gunstig is voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Hij stelt voor de opbrengst van de rioolheffing te gebruiken voor de stimulering van afkoppelingsmaatregelen. Is de staatssecretaris voornemens op korte termijn met maatregelen ter zake te komen?

De heer Van Lith maakt zich zorgen, omdat het kwaliteitskeurmerk de Blauwe Vlag dit jaar voor de Zuid- en Noord-Hollandse kust in 2002 weer niet is toegekend. Dat suggereert dat er iets structureel mis zou zijn met de kwaliteit van het zwemwater, hoewel uit publicaties van de Europese Commissie blijkt dat dit niet het geval is. Toch zou het met name voor Duitse toeristen aanleiding kunnen zijn de badplaatsen te mijden, omdat zij zich bij de keuze van een badplaats voor een groot deel baseren op informatie over de kwaliteit van het zwemwater. Waarom is niet met voorrang gewerkt aan het drastisch terugdringen van riooloverstorten en lozing van ongezuiverd afvalwater aan de Nederlandse kust?

Uit het rapport van de commissie-Van Dijk blijkt dat een groot aantal slepende kwesties over de relatie tussen riooloverstorten en de gezondheidsrisico's voor dieren na bemiddeling is opgelost. Ook voor de laatste gevallen moet worden bekeken of de omstandigheden zodanig zijn dat mogelijke schade kan zijn veroorzaakt door riooloverstort. Hoeveel slepende conflicten zijn er nog? Wat wordt voor hen op korte termijn gedaan? Kunnen meer structurele maatregelen snel worden ingevoerd?

De notitie Waterketen sluit goed aan op de discussie over de financiering van het waterbeheer. De waterketen moet anders, efficiënter worden georganiseerd. Het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) dat door het ministerie van Financiën wordt voorbereid, zou voor de Tweede Kamer de basis kunnen zijn voor de discussie. Wanneer is het IBO gereed? Kan dit onderzoek direct na het zomerreces in de Tweede Kamer behandeld worden?

Het gaat de heer Van Lith niet ver genoeg dat alle risicovolle overstorten over een actuele vergunning moeten beschikken waarin de sanering van de overstort is vastgelegd. Om slepende conflicten in de toekomst te voorkomen, is tijdige communicatie door de waterschappen met de betrokkenen van belang. Een klachtenprotocol en richtlijnen voor communicatie moeten worden opgenomen in de vergunningvoorwaarden. Bij overstort of storing moeten veehouders, recreatieondernemers en recreanten direct worden geïnformeerd. Moet de Wet verontreiniging oppervlaktewater (WVO) worden aangepast? Komt de staatssecretaris met voorstellen om de vergunningvoorwaarden aan te scherpen? De rijksinspectie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat zou scherper moeten toezien op de uitvoering van het beleid en de vergunningverlening. Via jaarrapportages van de inspecties kan de Tweede Kamer controleren of afspraken worden nagekomen. De inspectie moet meer worden ingezet, want meten is weten. Voorstellen voor scherpere handhaving kunnen worden opgenomen in het wetsvoorstel Handhavingsstructuur.

De heer Van den Brink (LPF) stelt vast dat van de 15 000 riooloverstorten 438 risicovol zijn en 270 zelfs gevaar opleveren voor de volksgezondheid. Wat is echter een niet-risicovolle riooloverstort in jaren gemeten? Door riooloverstorten kunnen mineralen zich ophopen. Wat zijn de gevolgen daarvan op termijn? Het kabinet heeft waarden en normen hoog in het vaandel en verwacht van de burger dat die zich houdt aan wat wel en niet is toegestaan. Hoe kan die burger de regering nog serieus nemen als zij niets doet aan die risicovolle overstorten? Dat is meten met twee maten. Is de staatssecretaris ook van mening dat een goede riooloverstort nooit eindigt in het oppervlaktewater? Het verbaast de heer Van den Brink dat vergunning wordt verleend om te mogen overstorten.

De commissie-Van Dijk heeft de problemen van veehouders met diergezondheid tengevolge van riooloverstorten onderzocht. De commissie adviseert in die gevallen omgekeerde bewijslast toe te passen. Uit de brief van de staatssecretaris maakt hij op dat als de riooloverstort volgens de regering niet risicovol is en er toch problemen ontstaan, omgekeerde bewijslast niet geldt. Een gedupeerde schiet daar toch niets mee op?

De commissie heeft een regeling kunnen treffen voor een aantal slepende conflicten. Is het juist dat een van de betrokkenen een zwijgplicht is opgelegd over de afhandeling van de zaak? Zo ja, waarom en waarover?

De overheid heeft de rode kaart gekregen voor de kwaliteit van het zwemwater. Als de overheid van de burger grote inspanningen vraagt ook op milieugebied, maar die zelf niet realiseert, hoe kan een overheid dan regeren en handhaven?

De heer Waalkens (PvdA) merkt op dat er een onlosmakelijk verband bestaat tussen riooloverstorten en de kwaliteit van het oppervlaktewater. De werkzaamheden van de commissie-Van Dijk verdienen veel waardering, met name omdat zij voor de meest schrijnende gevallen een oplossing heeft gevonden.

De aanbevelingen van de commissie hebben betrekking op de inventarisatie en sanering van de risicovolle overstorten, de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen partijen en de acceptatieplicht voor bagger en hekkelspecie. De teneur van het rapport is dat de afspraken onacceptabel traag worden uitgevoerd. De heer Waalkens concludeert dat het op dit punt ontbreekt aan management. De problematiek van de riooloverstorten en het al dan niet causale verband met diergezondheid is gejuridiseerd. Omkering van de bewijslast zou een oplossing kunnen zijn. Kan de staatssecretaris uiteenzetten hoe het staat met de verantwoordelijkheden en daarbij ingaan op de positie van de boeren? Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Van den Brink dat de betrouwbaarheid van de overheid in het geding is. Aan burgers worden zeer hoge eisen gesteld, maar de overheid komt haar verplichtingen en afspraken niet na.

Hoe groot is de achterstand bij het uitvoeren van de afspraak om per 1 januari 2002 de risicovolle overstorten te identificeren en te markeren? Welke maatregelen zijn er genomen? Voor 2005 moeten de risicovolle overstorten gesaneerd zijn. Over de definitie van een risicovolle overstort zijn goede afspraken gemaakt. Wat zijn de echte cijfers die leiden tot sanering van de risicovolle overstorten? Als zij niet allemaal worden gesaneerd, wat gebeurt er met de overige? Wil de staatssecretaris bevorderen dat de afspraken over sanering duidelijk zijn, zodat de betrokkenen weten waaraan zij toe zijn? Dat geldt ook voor de vergunningen. Wie is waarvoor verantwoordelijk en wat zijn de afspraken? Via de jaarlijkse rapportages van de inspectie, een van de aanbevelingen van de commissie-Van Dijk, kan een en ander gecommuniceerd worden met de verschillende overheden en degenen die betrokken zijn bij de rioleringsproblematiek.

Volgens de zwemwaterrichtlijn hoeft een lidstaat fecale streptokokken pas te meten als er een verdenking is. Als de uitkomsten ongunstig zijn, mag opnieuw gemeten worden. Hoe gaat dat in andere landen? Is meten weten? Hoe staat het met de eigen verantwoordelijkheid van de mensen om het zwemwater zuiver te houden? Wat is de visie van de staatssecretaris daarop? Kan zij ook nog ingaan op de kaderrichtlijn Water?

De heer Geluk (VVD) constateert dat er weinig vooruitgang is geboekt bij de aanpak van de riooloverstorten, omdat die bij gemeenten en waterschappen geen prioriteit heeft. Wat is er gedaan met de aanbevelingen van de werkgroep-Meijer inzake de riooloverstorten? Hij sluit zich aan bij de woorden van waardering voor het werk van de commissie-Van Dijk. Ook deze commissie betreurt de geringe bereidheid van de berokken overheden de riooloverstorten aan te pakken. De vergunningverlening is gebrekkig, de handhaving onvoldoende en de communicatie slecht. Sommige vergunningen zijn verouderd, zodat sommige overstorten feitelijk illegaal zijn. De vergunningverlener moet zijn taak serieuzer oppakken. Inspecties moeten zorgvuldiger en harder worden uitgevoerd. Onaangekondigde en gerichte acties zijn hard nodig. Hoe kun je boeren uitleggen dat zij wel worden aangepakt als zij milieuvoorschriften niet naleven en gemeenten niet? Waterschappen dienen jaarlijks verslag uit te brengen over de handhaving op dit gebied. Hij onderschrijft de conclusies van de commissie-Van Dijk over voorzorg, plaatsen van hekken, communiceren bij overstort, betere vergunningverlening en handhaving.

Volgens de commissie is het causale verband tussen riooloverstort en diergezondheid moeilijk aan te geven. De heer Geluk plaatst dan ook vraagtekens bij de omkering van de bewijslast. Als de communicatie goed is, het voorzorgprincipe geldt, handhaving en milieuvergunningen goed in orde zijn, zullen de probleemgevallen voor de rechter dan ook niet veel duidelijker zijn? Omkering van de bewijslast is dan toch niet nodig?

Volgens de Unie van waterschappen zou het probleem van de riooloverstorten na 2005 grotendeels zijn opgelost en nog slechts 4% van de overstorten risicovol zijn. Volgens de voormalig staatssecretaris van VW zou in 2005 slechts 40% van alle risicovolle overstorten gesaneerd zijn en 60% dus niet. Wat zijn nu de juiste cijfers? De heer Geluk verwijst naar een overzicht van Riool Nederland. Wie onderneemt welke actie zodat achterblijvers in de sanering gedwongen worden beter te presteren?

De ANWB hanteert streefwaarden bij het vaststellen van de kwaliteit van zwemwater, terwijl de overheid grenswaarden hanteert. Dat maakt het voor de burger moeilijk om te begrijpen of zwemwater al dan niet aan de normen voldoet. In de meting van de overheid worden de fecale streptokokken niet betrokken. Is de staatssecretaris bereid te onderzoeken wie de veroorzaker is van de vervuiling door streptokokken: de recreatievaart, de recreant, vogels, mest- of riooloverstort? Welke normen worden er vastgelegd door de Europese Unie? Zijn die normen zo hoog dat niemand meer in buitenwater mag zwemmen? Hoe wordt de burger voorgelicht?

De heer Van der Vlies (SGP) merkt op dat schoon en kwalitatief betrouwbaar oppervlaktewater belangrijk is voor mens en dier. De ANWB signaleert dat de kwaliteit incidenteel onvoldoende is. De zwemwaterkwaliteit voldoet aan de huidige normen, maar niet aan de aangescherpte normen in de nieuwe richtlijn, met name voor fecale verontreiniging. Wat is de status van het richtlijnenvoorstel, wat is het verdere traject en wat zijn de gevolgen voor Nederland?

De regering voorziet de noodzaak van ingrijpende maatregelen, zoals het drastisch terugdringen van riooloverstorten en het tegengaan van de lozing van ongezuiverd afvalwater door de pleziervaart. Welke stappen worden op dat laatste punt ondernomen? Hij refereert aan een motie van zijn hand voor het inrichten van afgiftepunten voor de pleziervaart van huisvuil en afvalwater.

Sinds 1995 spreekt de Kamer over de riooloverstorten. In een motie is destijds aan de regering gevraagd een actieve bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem van de riooloverstorten en te bevorderen dat wetenschappelijke gegevens beschikbaar zouden komen over de relatie tussen riooloverstorten en gezondheidsschade bij vee. Er is een indringend pakket van afspraken tot stand gekomen tussen de diverse overheden, maar het doel is nog steeds niet bereikt. Verschillende commissies hebben zich over de problematiek gebogen en zijn met aanbevelingen gekomen. Wat is de reden dat risicovolle overstorten die vanaf 2005 in heel Nederland definitief tot het verleden moeten behoren, toch nog zullen plaatsvinden? Komt dat omdat er geen aanwijsbare verantwoordelijkheden zijn en landelijke overheid, gemeenten en waterschappen zich achter elkaar verschuilen?

De heer Van der Vlies sluit zich aan bij de opmerkingen over het nuttige werk van de commissie-Van Dijk. Wat wordt er met de conclusies en aanbevelingen van deze commissie gedaan? Een van de aanbevelingen is om tijdens en direct na een overstort de veehouders te informeren over de ontstane risico's. Beide staatssecretarissen willen de veehouders echter alleen wijzen op de algemene risico's van het gebruik van oppervlaktewater. Alle aanbevelingen zouden zonder meer overgenomen moeten worden.

Omkering van de bewijslast vergt precisie. De commissie beveelt aan ter voorkoming van slepende conflicten, de bewijslast om te keren als er sprake is van een illegale overstort of van een erkende risicovolle overstort. Er is dan toch sprake van een tekortkoming van gemeenten of waterschappen? Het is dan toch logisch dat zij bewijzen dat zij onschuldig zijn als het vee van boeren ziek wordt door het drinken van verdacht water? Falend overheidsbeleid mag niet worden afgewenteld op de boeren. De regering dient zich in te zetten om de omkering van de bewijslast te effectueren.

Het antwoord van de regering

De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat antwoordt dat er afspraken zijn gemaakt met de waterschappen en gemeenten over het aanpakken van de riooloverstorten. Voor 2005 moeten de saneringen afgerond zijn. Haar voorgangster heeft de Kamer meegedeeld dat slechts de helft van de saneringen gerealiseerd zou worden. De huidige verwachting is echter dat 96% gerealiseerd zal zijn en dus nog 4% geëffectueerd moet worden. Uiteraard wordt gestreefd naar 100%. De waterschappen zijn indringend op hun verantwoordelijkheid gewezen om de sanering van de riooloverstorten te realiseren. Uitzonderingen zijn alleen toegestaan bij investeringen die samenhangen met andere zaken. Uitstel is echter geen afstel.

Rijksoverheid, gemeenten en waterschappen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving. Als de overheid burgers houdt aan het naleven van regels, dient zij dat zelf ook te doen. Op het realiseren van de sanering moet druk uitgeoefend blijven worden.

De commissie-Van Dijk heeft twintig van de eenentwintig slepende conflicten opgelost, waarvan een gedeeltelijk. Nieuwe conflicten zijn de staatssecretaris niet bekend. De commissie heeft aanbevelingen gedaan om te voorkomen dat in de toekomst risicovolle overstorten plaatsvinden, mensen daarvan niet goed op de hoogte zijn en er gevaar optreedt voor de omgeving. Een risicovolle overstort wordt niet alleen bepaald aan de hand van de dimensionering, maar ook door de aanwezigheid van risicovolle functies in de nabijheid. De Commissie integraal waterbeheer (CIW) heeft in haar rapport een methodiek opgesteld om risicovolle overstorten te bepalen aan de hand van technische punten, zoals doorstroming, vuillast, grootte ontvangend oppervlaktewater. Ook bij overstort en lozing nabij een zwemwater is sprake van een risicovolle overstort.

De commissie-Van Dijk beveelt onder andere een klachtenprocedure aan en betere communicatie. Sommige waterschappen werken inmiddels al met de klachtenprotocollen, andere nog niet. In breed verband wordt door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) communicatieoverleg georganiseerd, waarin niet alleen wordt gewezen op het risico van rioolstorten, maar waarin ook wordt gezegd wie wanneer gewaarschuwd moet worden. Veehouders worden daarbij gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het drinkwater van hun vee. Met de veehouders zal worden gesproken over de resultaten van het actieprogramma Waterkwaliteit en diergezondheid. Op die manier krijgen zij meer inzicht en zullen zij zich meer bewust zijn van hun rechten, zodat zij partijen kunnen aanspreken op hun plichten.

De vergunningverlening door de Unie van Waterschappen is geïntensiveerd. Vanaf 2003 zullen bijna alle risicovolle overstorten over een actuele vergunning beschikken waarin ook de sanering is vastgelegd. De CIW heeft de vergunning doorgelicht. Een CIW-rapport met aanbevelingen voor de vergunningsvoorwaarden is opgesteld alsmede richtlijnen voor monitoring. Voorschriften voor de communicatie kunnen anders dan bij vergunning worden vastgelegd.

Desgevraagd antwoordt de staatssecretaris niet geslaagd te zijn in haar doelstelling als na vier jaar de laatste 4% te saneren risicovolle riooloverstorten niet zijn gerealiseerd. Dat probleem moet kort na 2005 zijn opgelost. De kwaliteit van het water is haar eindverantwoordelijkheid. Het oppervlaktewater moet schoon zijn.

Idealiter zou riooloverstort nooit in het oppervlaktewater mogen plaatsvinden. Er moet echter een maatschappelijke afweging worden gemaakt tussen kosten en risico. Bij het afgeven van nieuwe vergunningen en het bouwen van nieuwe installaties is het volgens de huidige regelgeving nog steeds mogelijk op oppervlaktewater te lozen. Natuurlijk wordt getracht dat zoveel mogelijk te voorkomen, omdat anders weer van alles gedaan moet worden om het water schoon te krijgen.

Omgekeerde bewijslast is een moeilijk punt. Als een boer problemen ondervindt door riooloverstort is dat lastig te bewijzen. De commissie stelt voor bij illegale en risicovolle overstorten de bewijslast om te keren. Het heeft de voorkeur van de staatssecretaris deze afweging aan de rechter over te laten, omdat het causale verband tussen riooloverstort en dierziekten moeilijk aantoonbaar is. De jurisprudentie toont aan dat de rechter de omgekeerde bewijslast steeds vaker toepast als aantoonbaar is dat een van de partijen nalatig is geweest en schade als gevolg daarvan onvermijdelijk is. Omkering van de bewijslast zou de erkenning inhouden dat er een causaal verband is tussen de onrechtmatige daad of de tekortkoming enerzijds en het ontstaan van de schade anderzijds. Volgens het rapport van de commissie-Van Dijk is dat causale verband niet aan te tonen. Bovendien vermindert het aantal risicovolle overstorten snel. Na 2005 is dat nog maar 4% die uiteraard ook gesaneerd moeten worden. Desgevraagd antwoordt de staatssecretaris dat omkering van de bewijslast de snelheid van de uitvoering niet zal vergroten. De vertraging is opgetreden doordat gemeenten en waterschappen de verantwoordelijkheid op elkaar afschoven. Er zijn nu afspraken gemaakt over de vraag wie waarvoor verantwoordelijk is en over de verdeling van de kosten. Er zal druk op de waterschappen uitgeoefend blijven worden om de sanering te realiseren. De rijksoverheid heeft geen instrumenten om sancties op te leggen.

In het wetsvoorstel Handhavingsstructuur zal de rol van de inspectie van het ministerie van Verkeer en Waterstaat worden opgenomen. Het ministerie heeft dus wel degelijk instrumenten voor de handhaving. Onderzocht wordt in hoeverre het tweedelijnstoezicht versterkt kan worden.

Verschillende berichten over de kwaliteit van het zwemwater hebben voor verwarring gezorgd. Dat verschil wordt veroorzaakt door streefwaarden dan wel grenswaarden als norm te hanteren. Nederland voldoet aan de grenswaarden die worden gebruikt in de officiële Europese richtlijn. De ANWB hanteert streefwaarden waarbij ook de fecale streptokokken worden meegerekend. In de toekomstige zwemwaterrichtlijn zal ook rekening worden gehouden met fecale streptokokken. In het kader van de riooloverstorten zijn ook de risico's inzichtelijk gemaakt met betrekking tot overstorten aan de kust. Deze zijn echter niet de enige oorzaak van de aanwezigheid van fecale streptokokken. Met name de recreanten zelf en de pleziervaart zijn daarvoor verantwoordelijk. Het is de taak van gemeenten, waterschappen en het Rijk de voorzieningen in Nederland zo in te richten dat dit in de toekomst niet meer kan gebeuren. De recreant moet op de eigen verantwoordelijkheid gewezen worden. Vogelkolonies zijn ook een bron van vervuiling die echter moeilijk aan te pakken is. De gevolgen van fecale streptokokken voor de gezondheid zijn misselijkheid en diarree.

De Nederlandse regering houdt zich intensief bezig met de normen die zullen worden opgenomen in de zwemwaterrichtlijn. De eisen in de nieuwe richtlijn zullen strenger zijn, maar minder streng dan de streefwaarden voor de Blauwe Vlag. Het moment van meting is ook belangrijk. De Blauwe Vlag wordt bepaald aan hetgeen in het jaar daarvoor is gebeurd. Met United Nations Environment Protection (UNEP) zou kunnen worden bekeken hoe meetmethodes op elkaar afgestemd kunnen worden. De zeer strenge streefwaarden van de Blauwe Vlag moeten geen wettelijke grenswaarden worden.

De staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer antwoordt dat in de nota Rijksvisie waterketen de samenhang en de ontwikkeling van de waterketen is aangegeven. Daaruit vloeit een aantal acties voort, waaronder herijking van het regenwaterbeleid. Ontkoppeling van het watersysteem en de waterketen is zeer zinvol en zal de oplossing moeten brengen voor de problematiek van de riooloverstorten. Desgevraagd antwoordt de staatssecretaris dat de afkoppeling van het regenwater over een periode van twintig, dertig jaar zijn beslag moet krijgen. Die ontkoppeling zal in het landelijk gebied en bij nieuwbouw gemakkelijker te realiseren zijn dan in het hoogstedelijk gebied, waar reconstructies en aanpassingen nodig zijn. De visie op omgaan met regenwater zal in het najaar aan de Kamer gepresenteerd worden. Na de zomer zal het interdepartementaal beleidsonderzoek Financiering waterbeheer gereed zijn waarin tevens zal worden ingegaan op het rioolrecht. Met de Kamer kan dan gediscussieerd worden over de bekostiging van het waterbeheer.

Het afvalwaterakkoord tussen gemeenten, waterschappen, de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal overleg (IPO) is in voorbereiding. De resultaten van de benchmark inzake riolering zijn al met de Kamer besproken.

De aandacht voor Europese zaken is niet altijd even groot, maar 80% van het milieubeleid wordt door Europa bepaald. Maart jl. is met de Kamer de inzet besproken voor het vaststellen van de Europese normen voor de zwemwaterkwaliteit. Het voorstel voor de nieuwe richtlijn kent een streefwaarde en een grenswaarde. De normstelling is door de Nederlandse afvaardiging niet aangevochten. De normstelling is goed onderbouwd door de Europese Commissie. De World Health Organization (WHO) en de Gezondheidsraad ondersteunen deze normstelling. De normstelling in de huidige richtlijn voor maag-darminfecties als gevolg van zwemmen is 12% à 15%. Die norm gaat terug naar 5%. De normstelling wordt dus niet aangevochten, maar de metingen zijn vrij willekeurig. Daarvoor zijn nog geen goede meetprotocollen afgesproken. Er moet rekening gehouden worden met de uitvoerbaarheid en de koppeling aan de verschillende functies van water. De norm voor vaarwater behoeft niet gelijk te zijn aan die voor zwemwater. Het Europees Parlement zal zich nu uitspreken over de nieuwe richtlijn. Via de Europese Commissie komt de richtlijn weer terug bij de Milieuraad die in goed overleg met de departementen een definitief standpunt zal bepalen.

De normen voor de Blauwe Vlag zijn aanzienlijk strenger dan die in de nieuwe Europese richtlijn. Overstorten zijn niet de primaire oorzaak van de problemen met de zwemwaterkwaliteit. Uit brononderzoek blijkt dat 10% van de verontreiniging veroorzaakt wordt door overstorten, maar 20% door recreatievaart. De ministeries van VROM en VW hebben afgiftepunten gesubsidieerd voor afvalwater, maar daarvan wordt geen gebruik gemaakt. Misschien moet de oude slogan van de ANWB nu veranderd worden in: laat niet als dank voor het aangenaam varen de zwemmer de buikloop en de blaren. Andere vervuilers zijn de zwemmers zelf en vogelkolonies.

In oktober verschijnen twee rapporten van de inspecties van de ministeries van VROM en VW over de inspanningen van gemeenten en waterschappen om de problematiek van de overstorten aan te pakken. Op basis van beide rapporten zal in overleg met de staatssecretaris van VW vastgesteld worden wat op dat terrein nog meer gedaan kan worden. Vervolgens zal de Kamer daarvan in kennis worden gesteld.

Desgevraagd antwoordt de staatssecretaris van VROM namens de staatssecretaris van VW dat na bemiddeling door de commissie-Van Dijk geen enkele veehouder zwijgplicht is opgelegd. In onderling overleg zijn wel afspraken gemaakt over publiciteit en privacy-aspecten.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Meijer

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Buijs

De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,

De Pater-van der Meer

De waarnemend griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Van Leiden


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Cornielje (VVD), Meijer (CDA), voorzitter, Buijs (CDA), Van Beek (VVD), Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Verbeet (PvdA), Van den Brink (LPF), Vergeer-Mudde (SP), Van den Brand (GroenLinks), Herben (LPF), Tichelaar (PvdA), Jager (CDA), Ormel (CDA), Duyvendak (GroenLinks), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Boelhouwer (PvdA), Douma (PvdA), Verdaas (PvdA) en Kruijsen (PvdA).

Plv. leden: Slob (ChristenUnie), Örgü (VVD), Spies (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Mastwijk (CDA), Mosterd (CDA), Hofstra (VVD), Van Miltenburg (VVD), Samsom (PvdA), De Krom (VVD), Duivesteijn (PvdA), Eerdmans (LPF), Lazrak (SP), Vos (GroenLinks), Van As (LPF), Van Heteren (PvdA), Van Lith (CDA), Van Gent (GroenLinks), Van Bochove (CDA), Van der Laan (D66), Gerkens (SP), Timmer (PvdA), Depla (PvdA), Fierens (PvdA) en Dubbelboer (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Buijs (CDA), voorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Van Gent (GroenLinks), Geluk (VVD), Örgü (VVD), Dijsselbloem (PvdA), ondervoorzitter, Snijder-Hazelhoff (VVD), Depla (PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), Van As (LPF), Van den Brink (LPF), Van Bochove (CDA), De Ruiter (SP), Duyvendak (GroenLinks), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Koopmans (CDA), Spies (CDA), Van Lith (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Timmer (PvdA), De Krom (VVD), Verdaas (PvdA), Kruijsen (PvdA) en Samsom (PvdA).

Plv. leden: Crone (PvdA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Mastwijk (CDA), Ormel (CDA), Van den Brand (GroenLinks), Luchtenveld (VVD), Oplaat (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schippers (VVD), Dubbelboer (PvdA), Meijer (CDA), Kraneveldt (LPF), Varela (LPF), Ten Hoopen (CDA), Vergeer-Mudde (SP), Vos (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Vietsch (CDA), Giskes (D66), Gerkens (SP), Verbeet (PvdA), Balemans (VVD), Waalkens (PvdA), Van Heteren (PvdA) en Wolfsen (PvdA).

XNoot
3

Samenstelling:

Leden: Duivesteijn (PvdA), Dijksma (PvdA), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Meijer (CDA), Buijs (CDA), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Eurlings (CDA), Oplaat (VVD), Geluk (VVD), Ten Hoopen (CDA), Dijsselbloem (PvdA), De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Depla (PvdA), Van As (LPF), Van den Brand (GroenLinks), Duyvendak (GroenLinks), Gerkens (SP), Van Haersma Buma (CDA), Bruls (CDA), Van der Ham (D66), Boelhouwer (PvdA), Dubbelboer (PvdA), De Krom (VVD), Hermans (LPF) en Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD).

Plv. leden: Heemskerk (PvdA), Tichelaar (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hessels (CDA), Koopmans (CDA), Smeets (PvdA), De Ruiter (SP), Huizinga-Heringa (ChristenUnie), Van Lith (CDA), De Grave (VVD), Szabó (VVD), Van Winsen (CDA), Van Dijken (PvdA), Haverkamp (CDA), Waalkens (PvdA), Herben (LPF), Vos (GroenLinks), Halsema (GroenLinks), Vergeer-Mudde (SP), Jager (CDA), Mastwijk (CDA), Giskes (D66), Van Dam (PvdA), Verdaas (PvdA), Van Beek (VVD), Van den Brink (LPF) en Luchtenveld (VVD).

Naar boven