Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625883 nr. 264

25 883 Arbeidsomstandigheden

Nr. 264 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2015

Tijdens het algemeen overleg arbeid en zorg op 30 september jl. is de bekendheid over regelingen voor (zorg)verlof aan de orde gekomen. Voorafgaand aan het overleg hadden enkele maatschappelijke organisaties uw Kamer daarover een brief gestuurd.

Gezamenlijk hebben wij op 30 september geconstateerd dat er in het afgelopen voorjaar uitgebreid voorlichting is gegeven over de modernisering van de verlofregelingen die in dit jaar zijn beslag heeft gekregen. Aan relevante organisaties zijn door het Ministerie van SZW persberichten gestuurd over de nieuwe regelgeving en er is een publiekscampagne georganiseerd. Maar ook hebben wij vastgesteld dat het moeilijk is om mensen te bereiken op het moment dat de informatie voor hen daadwerkelijk relevant is.

Conform mijn toezegging tijdens het algemeen overleg heeft een gesprek plaatsgevonden met twee organisaties die dit onderwerp bij de Tweede Kamer aan de orde hadden gesteld: Women Inc. en de VCP (Vakcentrale voor Professionals). Wij hebben geconcludeerd dat wij het belang delen van overzichtelijke en eenvoudige informatie over verlofregelingen voor àlle betrokkenen: niet alleen voor werknemers, maar ook voor werkgevers en niet-werkenden. De informatie moet aansprekend zijn en beschikbaar op het moment dat een zorgvraag zich aandient. Gebruikelijke kanalen zijn werkgevers en organisaties van werkgevers en werknemers. Bezien wordt of het in de rede ligt om ook andere actoren hierbij te betrekken.

Nu in de SER adviesaanvraag Werken en leven in de toekomst de vraag is gesteld hoe we kunnen bereiken dat de huidige mogelijkheden om de combinatie van arbeid en zorg te faciliteren zo optimaal mogelijk worden ingezet, hebben we tijdens het gesprek vastgesteld, dat het in de rede ligt om na ontvangst van het advies nader te beoordelen of en zo ja welke verdere activiteiten op dit punt nuttig zijn. Dat is het geval als deze activiteiten er daadwerkelijk aan bijdragen dat mensen die voor de keuze staan hoe zij arbeid en zorg willen combineren, hierover optimaal zijn geïnformeerd.

Ik zal hierop terugkomen in de brief over arbeid en zorg die ik u in het voorjaar van 2016 na ontvangst van het SER-advies en de arbeid- en zorgbijeenkomst, zal doen toekomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher