Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201625883 nr. 262

25 883 Arbeidsomstandigheden

Nr. 262 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 oktober 2015

Tijdens het Algemeen Overleg op 28 mei jl. heb ik aan uw Kamer toegezegd de Kamer te informeren over het onderwerp schadevergoeding bij arbeidsongevallen en beroepsziekten nadat ik met de sociale partners hierover heb gesproken (Kamerstuk 25 883/29 544, nr. 255). Werkgevers en werknemers streven beide naar structureel goede oplossingen voor de gesignaleerde knelpunten bij schadevergoeding bij arbeidsongevallen en beroepsziekten en zijn bereid tot nader overleg.

De werkgever heeft op grond van artikel 7:658 BW een zorgplicht jegens zijn werknemers. Wanneer een werknemer ziek wordt door het werk en de werkgever verwijtbaar heeft gehandeld in het kader van zijn zorgplicht, kan de werknemer schadevergoeding eisen. Op dit moment zijn er knelpunten in het proces voor schadevergoeding bij arbeidsongevallen en beroepsziekten. Het belangrijkste knelpunt is het vaststellen van het causaal verband tussen ziekte en werk. Hierdoor lopen de doorlooptijd van het proces en de kosten op. We zien in de praktijk een opeenstapeling van deskundigenrapporten waardoor de rechtelijke procedure langdurig, kostbaar, emotioneel zwaar en onoverzichtelijk wordt. Hierdoor claimt een deel van de slachtoffers geen schadevergoeding. Daardoor komt de rekening in veel gevallen bij het slachtoffer en de samenleving terecht en niet bij de veroorzaker, waar zij hoort. Door de procedure te verbeteren moet de rekening vaker bij de veroorzaker terecht kunnen komen.

De lange rechtszaken zijn niet alleen duur, maar geven ook stress en zijn niet bevorderlijk voor het herstel van zieke mensen en hun re-integratie. Het verbeteren van de procedure door sneller duidelijkheid te scheppen over het causaal verband tussen werk en de ziekte heeft tevens als voordeel dat werknemers minder lang stress ervaren doordat zij minder lang verwikkeld zijn in een juridische procedure met de werkgever. Dit heeft mogelijk positieve effecten op de arbeidsrelatie en re-integratie.

Ik heb vorig jaar, na overleg met de sociale partners, aan PwC de opdracht gegeven om de mogelijkheden voor een onafhankelijke medische instantie te onderzoeken en hierover te adviseren. In het bijgevoegde rapport «onafhankelijke medische beoordeling bij arbeidsongevallen en beroepsziekten» zijn de mogelijkheden voor het instellen van onafhankelijke medische beoordeling uitgewerkt1.

Zowel in eerder onderzoek als in dit onderzoek komt een aantal knelpunten naar voren in het proces van schadevergoeding bij arbeidsongevallen en beroepsziekten. Deze zijn:

  • Vaststelling van het causaal verband tussen letsel/beroepsziekte en het werk.

  • Langdurige procedures voordat de gegrondheid van een claim en bijbehorend schadebedrag is vast te stellen.

  • Gebrek aan medische expertise in rechterlijke besluitvorming.

  • Hoge kosten van het proces. Door de lange duur lopen de advocaatkosten op. Door opeenstapeling van deskundigenrapporten lopen de kosten voor de deskundigen op.

  • Vaststelling van de mate van nakoming van de zorgplicht van de werkgever is juridisch ingewikkeld.

PwC adviseert te starten met een minimale variant waarin een medisch en juridisch oordeel wordt gegeven over het oorzakelijk verband tussen de ziekte en het werk. Zo wordt stapeling van deskundigenrapporten voorkomen. Daarmee wordt de procedure verkort en worden de proceskosten lager. PwC geeft aan dat vanuit het oogpunt van een oplossing van de knelpunten en procesefficiëntie het de voorkeur heeft om uiteindelijk een instantie het geschil in zijn volle omvang te laten beoordelen. In een dergelijke uitgebreide variant zou de instantie ook een uitspraak kunnen doen over de zorgplicht en de schade, aldus de rapportage. Een andere oplossing, zoals ook door de werkgevers bepleit, zou kunnen zijn het instellen van een gespecialiseerde rechter.

Ik zal over de uitkomsten van het onderzoek verder spreken met werkgevers en werknemers en de juridische mogelijkheden van een onafhankelijke instantie en de optie van een gespecialiseerde rechter verder verkennen. In het tweede kwartaal van 2016 informeer ik Uw kamer over de uitkomsten en eventuele vervolgstappen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L.F. Asscher


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl