Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200725883 nr. 102

25 883
Arbeidsomstandigheden

nr. 102
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2007

Mede namens de Staatsecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bied ik u aan het Eindrapport van een onderzoek naar vereenvoudiging van de vergunningverlening van het Besluit stralingsbescherming voor radioactieve stoffen en röntgentoestellen1. Ik merk op dat het onderzoek niet gaat over nucleaire installaties en vervoer gebaseerd op de Kernenergiewet.

Het voorliggende onderzoek is uitgevoerd in het kader van het terugdringen van administratieve lasten voor het bedrijfsleven, toegespitst op ondernemingen die met radioactieve stoffen of röntgenstraling werken.

De resultaten van het onderzoek zijn uitgebreid besproken met de inspecties, de uitvoeringsinstantie en het desbetreffende bedrijfsleven, ziekenhuiswereld en beroepsgroepen. Tijdens deze besprekingen zijn er nog andere mogelijkheden aangegeven voor het verder terugdringen van administratieve lasten. Het doen van aanvullend onderzoek hiernaar krijgt daarom thans prioriteit. Hierbij moet gedacht worden aan rapportage- en registratieverplichtingen en andere administratieve voorschriften.

Daarnaast worden de consequenties van de verschillende opties, die in het voorliggende onderzoek zijn geformuleerd, verder in kaart gebracht. Uitgangspunt bij een nadere beschouwing van deze opties is de beleidslijn die, conform het kabinetsbeleid, ook is gevolgd bij de herziening van de Arbeidsomstandighedenwet. Dit houdt in dat er zwaarwegende redenen aanwezig moeten zijn om een nationale kop te handhaven. Zwaarwegende redenen kunnen gelegen zijn in:

– de aard van het probleem voor de oplossing waarvan publieke regels het beste instrument zijn;

– het aanwezig zijn van maatschappelijk draagvlak;

– de ernst en omvang van de risico’s;

– de uitvoerbaarheid voor de praktijk;

– de recente invoering of een op korte termijn voorziene evaluatie van de desbetreffende wetgeving of voorziene nieuwe Europese wetgeving.

Deze exercitie is 1 juni 2007 afgerond.

Ik vind het zinvol de resultaten van het thans lopende onderzoek naar onnodige administratieve lasten af te wachten en pas daarna met een totaal standpunt te komen. Het kabinet zal u dan ook rond 1 september 2007 een beleidsstandpunt met voorstellen voor verdere administratieve lastenvermindering voor de omgang met radioactieve stoffen en röntgentoestellen aanbieden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. A. L. van Hoof


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.