Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200725883 nr. 101

25 883
Arbeidsomstandigheden

nr. 101
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2007

Bij brief van 10 februari 2006 (TK 2005–2006, 25 883, nr. 70) heeft mijn collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – mede namens mij – aan u aangeboden het rapport «Invloed van luchtkwaliteit op het voorkomen van klachten bij personeel van zwemgelegenheden».

In de brief was aangegeven dat ik onderzoek zou laten uitvoeren naar buitenlandse studies naar de relatie tussen zwemmen en zwembaden en het mogelijk ontstaan van astma bij kinderen. Onder meer zou worden bezien of deze studies konden worden vertaald naar de Nederlandse situatie. Daarbij zou ook een Belgische studie worden meegenomen, die begin 2006 in de actualiteit was gekomen.

Ik heb het betreffende onderzoek door het RIVM laten uitvoeren en bied u hierbij het betreffende briefrapport aan.1

De belangrijkste conclusie van het RIVM-onderzoek is dat op grond van de betreffende Belgische studie (van Nickmilder en Bernard) niet de conclusie kan worden getrokken dat er een verband is tussen zwemmen in gechloorde binnenzwembaden en het ontwikkelen van astma bij kinderen. Het RIVM constateert dat de Belgische auteurs in hun studie een onjuiste statistische analyse hadden uitgevoerd, waarbij geen rekening was gehouden met de clustering van de data binnen een land.

De grote onrust en bezorgdheid die bij onder meer ouders en kinderen is ontstaan naar aanleiding van de media-aandacht voor de resultaten van het Belgische onderzoek, zijn achteraf gezien dus onterecht geweest.

Overigens geeft het RIVM uitdrukkelijk aan dat de genoemde relatie vooralsnog niet kan worden uitgesloten. Handelend vanuit het voorzorgsprincipe en overeenkomstig de toezegging in de hiervoor genoemde brief heb ik dan ook aan Kiwa opdracht gegeven voor een oriënterend onderzoek naar de stand van de techniek voor reiniging van zwem- en badwater (inclusief alternatieven voor chloor). Bezien wordt of er desinfectiemethoden beschikbaar zijn die eenzelfde hygiënische veiligheid voor de baders waarborgen, terwijl er een vermindering van chloorhoudende verbindingen in de zwembadlucht wordt bereikt. Dit onderzoek zal naar verwachting in april 2007 worden afgerond.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.