Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-199925879 nr. 14

25 879
Arbeidsomstandighedenwet 1998

nr. 14
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 5 oktober 1998

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, vierde lid, wordt «de wet» vervangen door: deze wet en wordt «Wet economische delicten» vervangen door: Wet op de economische delicten.

B

In artikel 7, derde lid, wordt na «richtlijn nr. 96/82/EG» ingevoegd: van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996.

C

Artikel 13, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In de derde volzin, wordt «Artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op de ondernemingsraden» vervangen door: Artikel 21, vierde volzin, van de Wet op de ondernemingsraden.

b. De vierde volzin vervalt.

D

In artikel 15, vijfde lid, wordt na «de gestichten, bedoeld in de Beginselenwet gevangeniswezen» ingevoegd: , de inrichtingen, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden.

E

In artikel 28, vierde lid, wordt «krachtens het eerste lid van dat artikel» vervangen door: krachtens artikel 27, eerste lid,.

F

In artikel 32, eerste lid, vervalt de zinsnede «en 26, derde lid, voor zover de eis bedoeld in laatstbedoeld artikellid is gesteld tot naleving van een bepaling ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd.» en wordt na «18» een punt geplaatst.

G

In artikel 38, eerste lid, wordt na de eerste zin een tweede zin toegevoegd, luidende: De verschuldigde boete wordt verhoogd met de op de aanmaning betrekking hebbende kosten.

H

Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het opschrift komt te luiden: Wet op de economische delicten.

b. In het tweede lid wordt de zinsnede «De Wet arbeid gehandicapte werknemers, artikel 6, tweede tot en met vierde lid, voor zover daarin de Arbeidsomstandighedenwet......» vervangen door: De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, artikel 9, eerste en tweede lid, voor zover daarin artikel 36, tweede en zesde lid, en 40 van de Arbeidsomstandighedenwet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.

I

Artikel 49 komt te luiden:

Artikel 49

Voor de toepassing van deze wet worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling geacht te zijn vastgesteld krachtens deze wet.

J

Na artikel 50 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 50a

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2 luidt dit artikel als volgt:

Toepassingsgebied

Artikel 2

1. Het bij of krachtens deze wet bepaalde is niet van toepassing ten aanzien van arbeid:

a. verricht in de ondergrondse werken van mijnen benevens in de bij een mijn behorende bovengronds gelegen werken en inrichtingen, die zijn aangewezen krachtens artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnwet 1903;

b. verricht door personen als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onder b, van de Mijnwet continentaal plat.

2. Het bij of krachtens deze wet bepaalde is mede van toepassing op:

a. verrichtingen van leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen of gedeelten daarvan, open ruimten daaronder begrepen;

b. arbeid die geheel of ten dele buiten Nederland wordt verricht door personen, werkzaam aan boord van zeeschepen die op grond van Nederlandse rechtsregels gerechtigd zijn de Nederlandse vlag te voeren;

c. arbeid die voor een in Nederland gevestigde werkgever geheel of ten dele buiten Nederland wordt verricht door personen, werkzaam aan boord van luchtvaartuigen.

Artikel 50b

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 15, vierde lid, luidt dit artikellid als volgt:

4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bij of krachtens deze wet bepaalde geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is op arbeid:

a. verricht in of op een luchtvaartuig, dan wel een zeeschip of binnenvaartuig, dan wel een voertuig op een openbare weg of een spoor- of tramweg;

b. verricht in militaire dienst;

c. verricht door werknemers, leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen.

Artikel 50c

Indien deze wet in werking treedt voordat het bij koninklijke boodschap van 7 april 1998 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet rampen en zware ongevallen en de Arbeidsomstandighedenwet ter uitvoering van de EG-richtlijn betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II; 25 972) tot wet wordt verheven en in werking treedt worden de artikelen 6 en 7 van deze wet vervangen door:

Artikel 6

1. De werkgever zorgt ervoor dat in een bedrijf, een inrichting of een deel daarvan, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, met betrekking tot dat bedrijf, die inrichting of dat deel daarvan een arbeidsveiligheidsrapport aanwezig is, bevattende:

a. een beschrijving van het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen;

b. een beschrijving van het proces dat in het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan plaatsvindt, alsmede van de werking daarvan;

c. een beschrijving van de redelijkerwijs voorzienbare gevaren die door storingen in het onder b bedoelde proces of door foutieve handelingen kunnen optreden tijdens alle fasen van het proces met inbegrip van het in werking stellen en het tot stilstand brengen daarvan;

d. een beschrijving van hetgeen verder nodig is voor de beoordeling van de redelijkerwijs voorzienbare gevaren voor de veiligheid en de gezondheid van de in dat bedrijf of die inrichting werkzame werknemers;

e. een beschrijving van de technische en organisatorische voorzieningen die getroffen zijn om storingen en foutieve handelingen zoveel mogelijk te voorkomen en de ernst van de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken.

2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werkgever van een bedrijf of een inrichting of een deel daarvan, dat daartoe door Onze Minister afzonderlijk is aangewezen.

3. Krachtens het eerste en het tweede lid kunnen slechts worden aangewezen een bedrijf, een inrichting of een deel daarvan, waarin zich bijzondere gevaren kunnen voordoen voor de veiligheid of de gezondheid van de daarin werkzame werknemers.

4. Indien in het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, een zodanige verandering wordt aangebracht of optreedt, dat het rapport niet meer voldoet aan het eerste lid, wordt het rapport dienovereenkomstig gewijzigd. Een zodanige wijziging wordt tevens aangebracht indien een verandering in het veiligheidsinzicht daartoe aanleiding geeft.

5. Van het rapport en de wijziging daarvan worden zeven afschriften aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 23 en een afschrift aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers gezonden. De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer kennis kan nemen van het rapport.

6. Het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, aangewezen krachtens het eerste of tweede lid, wordt niet in werking gebracht en de in het vierde lid bedoelde verandering wordt niet doorgevoerd, alvorens aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid, is voldaan.

7. Bij een aanwijzing krachtens het eerste of tweede lid wordt bepaald met ingang van welk tijdstip aan de daarbedoelde verplichting, voor zover deze betrekking heeft op vóór de aanwijzing reeds in werking gebrachte bedrijven, inrichtingen of delen daarvan, moet zijn voldaan.

8. De daartoe aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 23, zendt een afschrift van het rapport of van een wijziging daarvan ter kennisneming aan:

a. de regionale inspecteur van de volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu, in wiens ambtsgebied het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, waarop het rapport betrekking heeft, is gelegen;

b. het gezag dat ten aanzien van de inrichting, waarop of op het deel waarvan het rapport betrekking heeft, bevoegd is tot het verlenen van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer;

c. het bestuur van de gemeente, van de provincie en van de regionale brandweer waarin het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan, waarop het rapport betrekking heeft, is gelegen, behalve indien dit bestuur het gezag is, bedoeld onder b.

9. Een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 23 kan met betrekking tot de in het eerste en vierde lid bedoelde gegevens en voorzieningen aan de werkgever een eis stellen als bedoeld in artikel 26, dat hem aanvullende gegevens worden verschaft dan wel dat andere of aanvullende voorzieningen worden getroffen. De in de eerste volzin bedoelde gegevens en voorzieningen worden vermeld in een aanvulling van het rapport. Op een zodanige aanvulling zijn het vijfde en het achtste lid van overeenkomstige toepassing. Een eis tot het treffen van een voorziening, die met een voorschrift dat is verbonden aan een op grond van een der wetten tot bescherming van het milieu verleende vergunning tot het oprichten, in werking brengen of houden, uitbreiden of wijzigen van een bedrijf of inrichting dan wel tot het veranderen van een daarin gebezigde werkwijze één of meer zodanige raakpunten heeft dat hij met dat voorschrift in strijd kan komen, stelt de ambtenaar niet dan na overleg met het gezag dat de vergunning heeft verleend. In verband met dit overleg hoort het gezag de inspecteur, bedoeld in het achtste lid, onder a.

10. Indien een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 23 van oordeel is dat bij falen van de getroffen voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder e, dan wel in andere omstandigheden een bedrijfsramp kan ontstaan, kan hij een eis stellen als bedoeld in artikel 26, dat met betrekking tot het bedrijf, de inrichting of het deel daarvan een stelsel van technische en organisatorische voorzieningen, dienende om de gevolgen van zulk een ramp zoveel mogelijk te beperken, tot stand wordt gebracht of een zodanig reeds tot stand gebracht stelsel wordt aangevuld of gewijzigd. De eis kan onder meer betrekking hebben op:

a. de wijze van interne alarmering en de organisatie daarvan;

b. de door de werknemer individueel of in groepsverband te verrichten handelingen;

c. het alarmeren van betrokken overheidsinstanties en hulporganisaties;

d. oefeningen, te houden volgens een vooraf vastgesteld schema.

Een eis tot het tot stand brengen, aanvullen of wijzigen van een stelsel van voorzieningen dat met een gemeentelijk of regionaal rampenplan, opgesteld ten behoeve van de bevolking, een of meer raakpunten heeft, stelt de ambtenaar niet dan na overleg met het gezag dat het rampenplan heeft opgesteld.

11. Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid bevat de termijn waarbinnen eraan moet worden voldaan.

12. De werking van een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.

13. Het niet naleven van het bij of krachtens dit artikel bepaalde is een overtreding.

K

Artikel 55 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het opschrift komt te luiden: Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

b. De onderdelen a, b en c worden geletterd: A, B en C.

L

In artikel 56 wordt «eerste lid, onderdeel e,» vervangen door: eerste lid, onderdeel d, en wordt na de puntkomma een punt geplaatst.

M

Na artikel 59 wordt een artikel ingevoegd luidende:

Burgerlijk Wetboek

Artikel 59a

Het Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A In artikel 670, vierde lid, vervalt «,van een arbocommissie».

B Artikel 670a wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid, onderdeel c vervalt.

b. Het eerste lid, onderdeel d wordt geletterd onderdeel c.

c. In het nieuw geletterde onderdeel c vervalt «als mentor of» en wordt «als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, onderscheidenlijk 17, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet» vervangen door: als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.

Toelichting

Onderdelen A en B

De in deze onderdelen voorgestelde wijzigingen betreffen correcties van technische aard.

Onderdeel C

Na inwerkingtreding van de Wet flexibiliteit en zekerheid is de ontslagbescherming geregeld in het Burgerlijk Wetboek. De regeling in de Arbeidsomstandighedenwet kan derhalve vervallen. De onderhavige wijziging strekt daartoe.

Onderdeel D

In het desbetreffende artikel was verzuimd de inrichtingen ingevolge de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden te noemen; in dit onderdeel wordt deze omissie hersteld.

Onderdeel E

In dit onderdeel wordt een foutieve verwijzing hersteld.

Onderdeel F

De in dit onderdeel opgenomen wijziging strekt er toe dat het niet naleven van een eis niet meer apart als beboetbaar feit wordt genoemd. De bepaling terzake waarvan de boete wordt opgelegd is maatstaf voor de hoogte van de boete.

Onderdeel G

Het ligt voor de hand om evenals bij de regeling over invordering te bepalen dat in een situatie van aanmaning de verschuldigde boete wordt verhoogd met de kosten van de aanmaning. De desbetreffende wijziging strekt daartoe.

Onderdeel H

In dit onderdeel worden wijzigingen aangebracht die verband houden met het in werking treden van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.

Onderdeel I

De nieuwe tekst van artikel 49 strekt er toe zowel het Arbeidsomstandighedenbesluit als ook de Arbeidsomstandighedenregeling mede te baseren op de nieuwe wet.

Onderdeel J (artikelen 50a en 50b)

Bij de wet van 30 oktober 1997, Stb. 536, tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet en de Wet op de gevaarlijke werktuigen in verband met uitbreiding van het toepassingsgebied tot de mijnbouwsector, is de in artikel 2, zevende lid, onder a en b, van de Arbowet opgenomen uitzondering voor de mijnbouwsector geschrapt en is het bij of krachtens de Arbowet bepaalde mede van toepassing verklaard op arbeid, verricht bij een verkennings- of opsporingsonderzoek of het winnen van delfstoffen als bedoeld in de Mijnwet continentaal plat. Tevens werd voorzien in de mogelijkheid om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen dat de wet en de daarop berustende bepalingen geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn op de mijnbouwsector of ten aanzien van die sector regels te stellen die afwijken van of strekken ter aanvulling van de wet en de daarop berustende bepalingen.

De wetswijziging is, in afwachting van een daarvoor noodzakelijke wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en van de op de mijnwetgeving gebaseerde mijnreglementen, nog niet in werking getreden, maar is al wel in het wetsvoorstel Arbeidsomstandighedenwet 1998 verwerkt (artikel 2, onderdeel a, en artikel 15, vierde lid, onder d en e). Een en ander in samenhang met de regeling van de overige andere sectoren.

Destijds is bij de voorbereiding van het wetsvoorstel aangenomen dat de wetswijziging tegen de tijd dat de nieuwe wet tot stand zou komen, in werking zou zijn getreden. Dit laatste is echter niet het geval.

De aanpassing van de mijnreglementen is inmiddels onderdeel gaan uitmaken van de integrale herziening van de mijnwetgeving en in dat kader gekoppeld aan de totstandkoming van de nieuwe Mijnbouwwet. Het voorstel van de nieuwe Mijnbouwwet is inmiddels bij de Tweede Kamer ingediend. Het streven is er op gericht die wet op afzienbare termijn in werking te laten treden. Op dat moment zal de uitzonderingspositie van de mijnbouwsector worden opgeheven.

Een en ander brengt met zich dat in de Arbeidsomstandighedenwet 1998 de uitzondering voor de mijnbouwsector tot de inwerkingtreding van de nieuwe Mijnbouwwet moet worden gehandhaafd.

Artikel 50c

Het wetsvoorstel ter implementatie van de Seveso II-richtlijn voorziet in wijziging van de huidige Arbeidsomstandighedenwet. Indien er, zoals tot nu toe, van wordt uitgegaan dat het Seveso-wetsvoorstel eerder tot wet wordt verheven en in werking treedt dan de Arbeidsomstandighedenwet 1998, volgen de wetswijzigingen elkaar in een logische volgorde op. De voorgestelde nieuwe artikelen 6 en 7 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 zijn immers ontleend aan de voorgestelde wetgeving ter implementatie van de Seveso-II richtlijn.

Inmiddels moet echter rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de Arbeidsomstandighedenwet 1998 eerder tot wet wordt verheven en in werking treedt dan het wetsvoorstel ter implementatie van Seveso II. Voor het geval dat zich die situatie voordoet moeten er zowel in de nieuwe Arbeidsomstandighedenwet als in het wetsvoorstel ter implementatie van de Seveso II-richtlijn wijzigingen worden aangebracht.

De onderhavige wijziging strekt er toe dat in de Arbeidsomstandighedenwet 1998 een regeling komt die analoog is aan artikel 5 van de huidige Arbeidsomstandighedenwet (en overigens genummerd is als artikel 6).

Met betrekking tot het Seveso II wetsvoorstel zullen dan de, door middel van een nota van wijziging bij dat wetsvoorstel aangebrachte wijzigingen, nieuwe artikelen 6 en 7 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 worden opgenomen (en zal het hierboven genoemde artikel 6 komen te vervallen).

Het betreft hier in hoofdzaak een – ingewikkelde –, maar voornamelijk technische operatie. Vermeldenswaard is nog wel dat, ten gevolge van het aansluiten wat betreft de medezeggenschap bij de systematiek van de Wet op de ondernemingsraden, de regeling met betrekking tot het vooraf overleggen met de ondernemingsraad, zoals thans opgenomen in de Arbeidsomstandighedenwet niet meer terugkomt. Op grond van de WOR hebben de ondernemingsraad en de personeelsvertegenwoordiging o.m. overleg- en instemmingsrecht. Een expliciete bepaling dienaangaande in de Arbeidsomstandighedenwet is derhalve niet meer nodig.

Onderdelen K, L en M

De in deze onderdelen opgenomen wijzigingen vloeien voort uit inmiddels gewijzigde regelgeving op andere gebieden en bevatten slechts correcties van technische aard.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. F. Hoogervorst