Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200125877 nr. 18

25 877
Regels met betrekking tot de inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede wijziging van enkele wetten (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 19..)

nr. 18
AMENDEMENT VAN HET LID VAN OVEN

Ontvangen 6 juni 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Aan artikel 33a wordt, onder vernummering van het tweede tot en met zesde lid tot derde tot en met zevende lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

2. Indien het uitbrengen van het verslag aan de persoon tegen wie de in het eerste lid genoemde bevoegdheden zijn uitgeoefend niet mogelijk is, wordt de commissie van toezicht hiervan op de hoogte gesteld. De mededeling aan de commissie gaat vergezeld van een motivering waarom het verslag niet aan de persoon kan worden uitgebracht.

II

Aan artikel 59, tweede lid wordt, onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel b, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

c. het ongevraagd adviseren van Onze betrokken Ministers terzake van de uitvoering van de notificatieplicht.

Toelichting

Het wetsvoorstel kent een notificatieplicht. De gronden voor het achterwege laten van de notificatie zijn noodzakelijkerwijs ruim geformuleerd. Indien een notificatie achterwege blijft zal de betrokkene nooit weten dat er gegevens over zijn persoon bij de dienst zijn geregistreerd. Omdat de dienst zelf belang heeft bij de beslissing om de notificatie al dan niet achterwege te laten is het van het grootste belang dat de controletaak van de commissie op dit punt wordt versterkt. Dit amendement beoogt deze controletaak te versterken door de dienst te verplichten het achterwege laten van een notificatie gemotiveerd te melden bij de commissie van toezicht zodat zij, indien zij meent dit noodzakelijk te achten, de minister over de uitvoering van de notificatieplicht kan adviseren.

Van Oven