Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-199925871 nr. 14

25 871
Wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek inzake de ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen (ondersteuning onderwijs aan zieke leerlingen)

nr. 14
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 21 september 1998

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel D, wordt aan artikel 18a een derde lid toegevoegd, luidend:

3. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

B

In artikel I, onderdeel R, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. De aanhef wordt vervangen door «In artikel 165 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid wordt de volgende volzin toegevoegd:».

2. Na het eerste lid worden de volgende leden toegevoegd:

2. Het vierde tot en met het achtste lid worden vernummerd tot het vijfde tot en met het negende lid.

3. Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, luidend:

4. Het ondersteunen, bedoeld in het derde lid, kan in overeenstemming tussen de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

4. In het nieuwe zevende lid onderdeel a, wordt «het zesde lid» vervangen door: het achtste lid.

5. In het nieuwe achtste lid wordt «het vijfde lid» telkens vervangen door: het zesde lid.

6. In het nieuwe negende lid wordt «het derde en vijfde lid» vervangen door: het derde, het vierde en het zesde lid.

C

Na artikel I, onderdeel R, wordt ingevoegd onderdeel R1, luidend:

R1

In artikel 166, derde lid, wordt «in het vijfde lid, onderdeel a,» vervangen door «in het zesde lid, onderdeel a,» en «in het vijfde lid, onderdeel b,» vervangen door: in het zesde lid, onderdeel b,.

D

In artikel II, onderdeel B, wordt aan artikel 9a een derde lid toegevoegd, luidend:

3. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

E

In artikel II, onderdeel C, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. De aanhef wordt vervangen door «In artikel 179 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid wordt de volgende volzin toegevoegd:».

2. Na het eerste lid worden de volgende leden toegevoegd:

2. Het vierde tot en met het achtste lid worden vernummerd tot het vijfde tot en met het negende lid.

3. Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, luidend:

4. Het ondersteunen, bedoeld in het derde lid, kan in overeenstemming tussen de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

4. In het nieuwe zevende lid onderdeel a, wordt «het zesde lid» vervangen door: het achtste lid.

5. In het nieuwe achtste lid wordt «het vijfde lid» telkens vervangen door: het zesde lid.

6. In het nieuwe negende lid wordt «het derde en vijfde lid» vervangen door: het derde, het vierde en het zesde lid.

F

Na artikel II, onderdeel C, wordt ingevoegd onderdeel C1, luidend:

C1

In artikel 180, derde lid, wordt «in het vijfde lid, onderdeel a,» vervangen door «in het zesde lid, onderdeel a,» en «in het vijfde lid, onderdeel b,» vervangen door: in het zesde lid, onderdeel b,.

G

In artikel III, onderdeel B, wordt aan artikel 18 een derde lid toegevoegd, luidend:

3. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

H

In artikel III, onderdeel D, wordt aan artikel 138a een derde lid toegevoegd, luidend:

3. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

I

In artikel III, onderdeel E, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. De aanhef wordt vervangen door «In artikel 280 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het derde lid wordt de volgende volzin toegevoegd:».

2. Na het eerste lid worden de volgende leden toegevoegd:

2. Het vierde tot en met het achtste lid worden vernummerd tot het vijfde tot en met het negende lid.

3. Na het derde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd, luidend:

4. Het ondersteunen, bedoeld in het derde lid, kan in overeenstemming tussen de schoolbegeleidingsdienst en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

4. In het nieuwe zevende lid onderdeel a, wordt «het zesde lid» vervangen door: het achtste lid.

5. In het nieuwe achtste lid wordt «het vijfde lid» telkens vervangen door: het zesde lid.

6. In het nieuwe negende lid wordt «het derde en vijfde lid» vervangen door: het derde, het vierde en het zesde lid.

J

Na artikel III, onderdeel E, wordt ingevoegd onderdeel F, luidend:

F

In artikel 281, derde lid, wordt «in het vijfde lid, onderdeel a,» vervangen door «in het zesde lid, onderdeel a,» en «in het vijfde lid, onderdeel b,» vervangen door: in het zesde lid, onderdeel b,.

K

In artikel IV wordt in artikel 7.1.4, een derde lid toegevoegd, luidend:

3. De ondersteuning bedoeld in het eerste lid kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening dan wel de schoolbegeleidingsdienst en de instelling waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

L

In artikel V, onderdeel A, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. Het derde lid van artikel 1.4 wordt vernummerd tot het vierde lid.

2. In artikel 1.4 wordt een nieuw derde lid ingevoegd, luidend:

3. Het ondersteunen van leerlingen, bedoeld in het tweede lid, kan in overeenstemming tussen de educatieve voorziening en de school waarbij de leerling is ingeschreven, mede het geven van onderwijs aan de leerling betreffen.

3. In het nieuwe vierde lid wordt «, bedoeld in het tweede lid.» vervangen door: , bedoeld in het tweede en het derde lid.

Toelichting

Met deze nota van wijziging wordt er in voorzien dat de ondersteuning mede het geven van onderwijs kan betreffen. Daarvoor is evenwel nodig dat daarover overeenstemming bestaat tussen de schoolbegeleidingsdienst/educatieve voorziening en de ondersteuner enerzijds en de thuisschool anderzijds. Het initiatief daarvoor kan bij elk van de partijen liggen, net als dat het geval is ten aanzien van de vraag of een kind dat is opgenomen, voor ondersteuning in aanmerking komt. Constateert de ondersteuner en daarmee de schoolbegeleidingsdienst/educatieve voorziening dat een kind onvoldoende wordt ondersteund als het gaat om zijn onderwijsleersituatie dan staat het hun immers te allen tijde vrij om daarover contact op te nemen met de thuisschool en daarbij dus het initiatief te nemen, gericht op de ondersteuning van het kind. In dat kader kan dan tevens worden aangeboden om voor dat kind van de zijde van de ondersteuner onderwijs te verzorgen. Evenzo kan overigens als de thuisschool wel eigener beweging contact opneemt met de schoolbegeleidingsdienst/educatieve voorziening van laatstgenoemde zijde worden aangeboden om onderwijs voor het desbetreffende kind te verzorgen. Alle partijen hebben dus op elk moment het recht om het initiatief te nemen op het punt óf ondersteuning voor het kind nodig is en op welke wijze die gestalte krijgt. Wel is het uiteraard zo dat de thuisschool verantwoordelijk is voor de door het kind tot stand te brengen onderwijsleersituatie, zodat ook die thuisschool zich er van dient te vergewissen of de ondersteuning in de vorm van het bieden van onderwijs op adequate wijze gestalte zal krijgen.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K. Y. I. J. Adelmund