Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200025839 nr. 18

25 839
Tegoeden Tweede Wereldoorlog

nr. 18
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 augustus 2000

Hierbij bied ik u een notitie aan waarin wordt ingegaan op enkele onderwerpen die verband houden met de Tegoeden Tweede Wereldoorlog.

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Brief Tegoeden Tweede Wereldoorlog aan de Tweede Kamer

Inleiding

Bij brief van 17 juli 2000 heeft het kabinet de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de voortgang van de werkzaamheden in het kader van het Regeringsstandpunt Tegoeden Tweede Wereldoorlog. In deze brief werd toegezegd dat de oprichting van de stichtingen na de beëindiging van het reces komt «voor te hangen» bij de Tweede Kamer. Het was de bedoeling dat de stichtingen dan eind september opgericht zouden worden. Dit tijdpad heeft een vertraging van enkele weken ondergaan. Deze vertraging heeft naar verwachting geen consequenties voor het streven dat nog dit jaar de eerste uitkeringen gedaan worden. Onderstaand wordt u kort verder geïnformeerd over de stand van zaken.

Verdeling van gelden onder de joodse gemeenschap

Het overleg binnen de joodse gemeenschap over de statuten van de twee stichtingen die zich bezig gaan houden met de verdeling van de f 400 miljoen is zo goed als afgerond. Hetzelfde geldt voor het uitkeringsreglement van de stichting die voor de verdeling van de individuele uitkeringen zal gaan zorgdragen. Op het ogenblik wordt met behulp van de Landsadvocaat aan de technische afronding van de statuten en het uitkeringsreglement gewerkt. Een tweede taak van deze stichting is de verdeling van enige tientallen miljoenen guldens ten behoeve van projecten op het vlak van de joodse infrastructuur in Nederland en de infrastructuur van de Nederlandse gemeenschap in Israël. De discussie over het daarbij behorende uitkeringsreglement verkeert nog in oriënterend stadium, omdat prioriteit is gegeven aan het zo snel mogelijk uitkeren van de bedragen voor individuen. Dit geldt ook voor het uitkeringsreglement van de stichting die verantwoordelijk is voor de verdeling van de f 50 miljoen voor projecten in het buitenland.

De voorbereiding van de statuten en de uitkeringsreglementen heeft meer tijd nodig gehad dan voorzien. Naar het zich nu laat aanzien zal rond eind september de oprichting van de stichtingen bij de Tweede Kamer komen «voor te hangen». De statuten van beide stichtingen en het uitkeringsreglement inzake individuele uitkeringen zullen daarbij worden meegestuurd. De uitkeringsreglementen inzake infrastructuur en projecten zullen u later worden toegezonden. Een termijn daarvoor is nog niet goed te geven.

De vertraging van enkele weken zal naar verwachting geen gevolgen hebben voor het streven om nog dit jaar de eerste individuele uitkeringen uit te keren. Alle werkzaamheden rondom het opzetten van de uitvoeringsorganisaties zijn in volle gang en verlopen in goed en continu overleg tussen de joodse gemeenschap en de overheid volgens schema. Dit geldt ook voor diverse andere werkzaamheden, zoals het waarborgen van het netto-karakter van de individuele uitkeringen en het opstellen van rente-overeenkomsten tussen de Staat en de toekomstige stichtingen in het kader van het zogenaamde schatkistbankieren.

Afsluitend wil ik u nog melden dat er op 12 september een kort geding tegen de Staat zal dienen. Het kort geding is door een achttal personen aangespannen met als eis om de Staat «te verbieden om in het kader van rechtsherstel een regeling te treffen krachtens welke aan individuele personen op grond van hun joodse afstamming het recht op een (eenmalige) uitkering zal worden toegekend, waarbij voor de bepaling wie als rechthebbende in aanmerking komen wordt afgeweken van de wettelijke regels krachtens de Wet Uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 om als vervolgde te worden erkend». De Landsadvocaat zal de Staat vertegenwoordigen.

Verdeling van gelden onder de Roma en Sinti

Evenals bij de joodse gemeenschap is het overleg over de statuten en het uitkeringsreglement inzake individuele uitkeringen zo goed als afgerond. Met behulp van de Landsadvocaat wordt aan de technische afronding van de statuten en het uitkeringsreglement gewerkt. De discussie over het uitkeringsreglement ten behoeve van de projecten verkeert nog in oriënterend stadium, omdat prioriteit is gegeven aan het zo snel mogelijk uitkeren van de bedragen voor individuen. De oprichting van de Roma- en Sinti-stichting zal eveneens rond eind september bij de Tweede Kamer komen «voor te hangen». Alle overige werkzaamheden – ook die rondom de uitvoering – verlopen in goed en continu overleg tussen de Roma- en Sinti-gemeenschap en de overheid conform schema. De vertraging zal naar verwachting geen gevolgen hebben voor het streven om nog dit jaar de eerste uitkeringen te verstrekken.

Overleg met het Indisch Platform

Bij brief van 17 juli heeft het kabinet u geïnformeerd over het overleg met het Indisch Platform. Tijdens dat overleg is namens het kabinet de wens uitgesproken om tot een uitwerking te komen van het regeringsstandpunt. Naar verwachting zal het Indisch Platform begin september met voorstellen komen.

In dezelfde brief heeft het kabinet u tevens geïnformeerd over het feit dat gezien de onduidelijkheden rond de toegankelijkheid en het eventueel nog voorhanden zijn van onderzoeksmateriaal, door het Indisch Platform is voorgesteld een inventariserend onderzoek te verrichten naar de haalbaarheid van onderzoek ten behoeve van het in behandeling nemen van individuele claims. In het regeringsstandpunt is aangegeven dat aan deze wens tegemoet gekomen zal worden. De hiertoe enige tijd geleden gestarte haalbaarheidsstudie zal begin september gereed zijn.

Over beide zaken zult u nader worden geïnformeerd.