25 829
Wijziging van de Vreemdelingenwet in verband met de invoering van hoger beroep in vreemdelingenzaken

A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOOR ZOVER NADIEN GEWIJZIGD

1. In artikel 33c is toegevoegd dat het beroepschrift op grond van artikel 33e de concrete gronden moet bevatten.

2. In artikel 33e, eerste lid, onder f is toegevoegd als uitgesloten categorie: het weigeren van de toegang tot Nederland

3. In artikel 33e, eerste lid, onder g, is toegevoegd als uitgesloten categorie: de kennisgeving van toepassing van artikel 15, vierde lid.

4. In artikel II is verduidelijkt dat het hoger beroep mogelijk wordt voor nieuwe aanvragen tot toelating die na inwerkingtreding van deze wet zijn ingediend.

5. In de memorie van toelichting zijn overeenkomstig de suggestie van de Raad van State toegevoegd:

– een precisering van de betekenis van het verdrag van Amsterdam voor dit wetsvoorstel in paragraaf 3;

– een beschouwing over de gevolgen van de invoering van dit wetsvoorstel met het oog op mogelijke aanspraken die voortvloeien uit communautaire wetgeving en daarmee verband houdende rechtsbescherming in paragraaf 3;

– een beschouwing over de gevolgen van de invoering van het hoger beroep met betrekking tot de Wet arbeid vreemdelingen in paragraaf 4;

– bij de financiële consequenties (paragraaf 6) is melding gemaakt van de uitgangspunten voor wat betreft het ramen van aanbod van zaken die vatbaar zijn voor hoger beroep.

Naar boven