Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 25760 nr. 6 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum vergadering |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1999-2000 | 25760 nr. 6 |
Vastgesteld 28 september 1999
De vaste commissie voor Justitie1 en de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties2 hebben op 1 september 1999 overleg gevoerd met minister Peper van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Korthals van Justitie over:
– de brief van de minister van Justitie d.d. 15 april 1999 inzake cameratoezicht (25 760, nr. 4);
– de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 15 juni 1999 (25 760, nr. 5).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.
Vragen en opmerkingen uit de commissies
Mevrouw Wagenaar (PvdA) vond echte veiligheid in plaats van schijnveiligheid het belangrijkste aspect in de discussie over cameratoezicht. Op plaatsen waar veel mensen komen, zou bemand cameratoezicht dan ook de regel moeten zijn. Aangezien uit de brief van de minister van Justitie blijkt dat het kabinet het met haar eens is, begreep zij niet dat het geen gevolgen verbindt aan deze opvatting en dat het het cameratoezicht beperkt tot uitgaansgebieden. Het zou meer experimenten met bemand toezicht moeten steunen en op dit punt meer daadkracht moeten laten zien. Wellicht had een incident in Ede voorkomen kunnen worden indien daar sprake was geweest van bemand cameratoezicht.
De door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangekondigde wettelijke regeling zal leiden tot de gewenste duidelijkheid en een einde maken aan de misverstanden over camera's en privacy. De kenbaarheid van camera's, de bewaartermijn van banden en de bevoegdheden van personen die de beelden bekijken, dienen onderdeel te vormen van de op te stellen regeling. Voorts dient de regeling zodanig te zijn opgesteld dat deze niet afhankelijk is van de technologie, aangezien de ontwikkeling daarvan erg snel gaat.
Vorig jaar is met het demissionair kabinet afgesproken dat er geen camera's in pashokjes mochten worden geplaatst. Hoe zijn betrokkenen van deze afspraak op de hoogte gebracht? Zijn in Nederland de camera's uit alle pashokjes verdwenen? Het vorige kabinet was, tot genoegen van de fractie van de PvdA, weinig enthousiast over camerahelmen voor de bereden ME. Het is dan ook jammer dat het huidige kabinet hier wel voorstander van is. De helmen kosten 50 000 per stuk en zullen waarschijnlijk alleen maar meer agressie opwekken.
Cameratoezicht kan nooit meer zijn dan een hulpmiddel om bepaalde plaatsen daadwerkelijk veilig te maken. Uiteindelijk zijn overheid en burgers daar verantwoordelijk voor.
Mevrouw Scheltema-de Nie (D66) achtte cameratoezicht slechts een van de maatregelen om de veiligheid te vergroten of de openbare orde te handhaven. Zij kon onder voorwaarden instemmen met het nemen van deze specifieke maatregel, gezien de toegenomen onveiligheid en de mogelijkheid om daar met dit instrument iets aan te doen. Met het oog op de privacy is het van belang om voorwaarden te stellen die ook in de op te stellen regeling zullen moeten worden opgenomen. De camera's zullen geplaatst moeten worden in specifiek aangewezen gebieden, niet alleen uitgaansgebieden, maar bijvoorbeeld ook winkelcentra. De kenbaarheid van de camera's is hierbij van belang, alsmede het opleggen van sancties indien niet aan de voorwaarde van kenbaarheid wordt voldaan. De maximale bewaartijd van 24 uur die de registratiekamer voorstelde, achtte mevrouw Scheltema te kort. Een periode van bijvoorbeeld zeven dagen lijkt redelijker. Tevens vond zij bemand toezicht effectiever dan onbemand, waarbij nog duidelijk moet worden of dit verplicht zal worden en wie dit toezicht gaat uitoefenen. Moet de politie dit zelf doen of kan dit worden uitbesteed?
Uit experimenten in Engeland blijkt dat de preventieve werking van cameratoezicht daar erg goed is. De repressieve werking blijkt echter niet optimaal te zijn: in 30% van de gevallen worden fouten gemaakt bij de herkenning van personen. Wat vinden de bewindslieden hiervan? Er zal voorts grote zorgvuldigheid moeten worden betracht bij het digitaal opslaan van beelden. De desbetreffende ontwikkelingen dienen kritisch gevolgd te worden. Mevrouw Scheltema was niet positief over het gebruik van camerahelmen, aangezien zij eerder agressie verwachtte die is gericht op het hoofd van de agent dan beelden die geweld kunnen voorkomen of aantonen. Bovendien vond zij de helmen erg duur. Zij verzocht de bewindslieden zich nog eens te bezinnen op het gebruik van deze helmen.
De heer Rabbae (GroenLinks) vond het jammer te moeten constateren dat cameratoezicht een substituut is voor sociale controle. De oplossing voor de aanpak en bestrijding van geweld ligt in de samenleving, maar zij is niet meer in staat om een oplossing te vinden. Ondanks zijn huiver, koos hij er wel voor om mee te gaan in de technologische ontwikkeling die de samenleving doormaakt.
Hij was blij dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn brief heeft aangegeven dat bij de invoering van cameratoezicht de nodige zorgvuldigheid in acht wordt genomen. Dit instrument mag echter slechts worden ingezet indien geen alternatieven voorhanden zijn, waarbij GroenLinks als voorwaarde stelt dat er sprake is van bemand toezicht. Degene die dit toezicht uitoefent, hoeft geen politieagent te zijn, maar dient te voldoen aan criteria op het gebied van capaciteit, deskundigheid en integriteit, en behoort te vallen onder de politie. Ter bevordering van de integriteit zal een code ontwikkeld moeten worden die in acht genomen dient te worden door degene die toezicht uitoefent.
De bewaartermijn van 24 uur die de registratiekamer voorstelde, leek de heer Rabbae kort. In elk geval dient de termijn beperkt te zijn, evenals de toegang tot de banden. Behoort het bewaken van prostitutiegebieden met camera's tot de mogelijkheden? Hij was daar geen voorstander van, aangezien dit de privacy van mensen schendt. Kan de minister bevestigen dat het niet de bedoeling is dat privacygevoelige beelden worden opgenomen bij cameratoezicht op publieke gebieden, bijvoorbeeld woonhuizen gelegen aan pleinen? Dit zou gaan in de richting van systematische observatie en dat past niet zolang er geen sprake is van een strafrechtelijke invalshoek.
De heer Nicolaï (VVD) gaf aan dat uit experimenten blijkt dat het cameratoezicht goed voldoet. Is ook het kabinet van mening dat een goed evenwicht is gevonden tussen plannen van lokale overheden en registratiekamer enerzijds en de uitvoering en effecten daarvan anderzijds?
Hij vond het terecht dat de regering nu regels voor cameratoezicht wil vastleggen, maar riep haar wel op eerst de resultaten af te wachten van de lopende experimenten en ruimte te houden voor de lokale afweging. Voorts dient de op te stellen regeling te voldoen aan de volgende voorwaarden: de subsidiariteits- en proportionaliteitscriteria dienen in acht genomen te worden; het cameratoezicht mag alleen worden gehanteerd indien andere middelen niet afdoende zijn; de mogelijkheid tot ingrijpen dient onder meer het doel te zijn en daarom is bemand toezicht van belang; er dienen richtlijnen te worden opgesteld voor de kenbaarheid; duidelijk moet zijn wie bevoegd zijn om de beelden te bekijken; over de doorlevering van beelden dienen goede afspraken gemaakt te worden.
Camerahelmen zullen eerder reacties oproepen dan vruchten afwerpen. Het uiteindelijke oordeel over het gebruik van de helmen dient aan de politie zelf overgelaten te worden. Wie heeft bij de huidige experimenten de bevoegdheid om beelden te bekijken? Wie zouden hiertoe in het algemeen bevoegd mogen zijn en onder welke voorwaarden? Voor de bewaartermijn zou beter een deadline dan een streeftijd gehanteerd kunnen worden, gezien de mogelijkheid om in te grijpen aan de hand van de beelden. Als harde termijn zou een week of een paar dagen langer beter zijn.
De heer Rietkerk (CDA) benadrukte dat cameratoezicht onderdeel vormt van een integraal veiligheidsplan en niet zonder meer overal kan worden toegepast. Het moet passen binnen de landelijke regeling en gelegitimeerd zijn door de gemeenteraad. De fractie van het CDA is voorstander van deze vorm van toezicht en vindt het jammer dat er nog geen regeling is opgesteld, zeker omdat de positieve resultaten van preventief cameratoezicht in het buitenland al enige tijd bekend zijn en de fractie hierover vorig jaar al vragen heeft gesteld. Is er wel een wet nodig, of kan worden volstaan met een lichtere regeling? Deze zou eindelijk duidelijkheid kunnen scheppen en kunnen bevorderen dat het misverstand uit de wereld wordt geholpen dat bijvoorbeeld de registratiekamer en opvattingen over privacy remmend werken op een breder gebruik van camera's. Dit is nodig om het collectieve recht op veiligheid in balans te brengen met de behoefte aan individuele privacy. Hoe staat het met de eventuele aanpassing of wijziging van het Wetboek van Strafrecht met het oog op een effectieve strafvervolging? Met het oog op de behoefte aan duidelijkheid is snelheid hierbij geboden.
Is het mogelijk om, in verband met het repressieve doel van cameratoezicht, soepel om te gaan met de bewaartermijn van bijvoorbeeld een week? Kan de termijn met enkele dagen worden verlengd? Indien dit laatste mogelijk is, dient wel een beperking te worden afgesproken. Aan welke termijn denkt de minister in dit geval? Zal het in de toekomst mogelijk zijn om mee te kijken bij de functionarissen op de centrale meldkamer?
Het kenbaar maken van de aanwezigheid van camera's is voorts een voorwaarde voor het gebruik ervan. Daarnaast is het van belang dat de digitalisering goed wordt gevolgd. Kan voor de lopende projecten nog gebruik worden gemaakt van een fonds dat is ingesteld om te experimenteren met digitalisering? Voor het verbod op camera's in pashokjes zou geen regeling nodig hoeven zijn. Engelse experimenten met camerahelmen hebben uitgewezen dat deze een grote preventieve werking hebben bij voetbalrellen. Alle instrumenten die preventief kunnen werken, zouden moeten worden ingezet tijdens de Europese voetbalkampioenschappen, dus ook deze helmen. De lokale driehoek dient wel bij die inzet betrokken te worden. Overigens is uit informatie van degenen die betrokken zijn bij het bewaken van de veiligheid rond de Europese voetbalkampioenschappen gebleken dat inzet van de camerahelmen naast andere middelen, verantwoord is. De kosten van de aanschaf van de helmen dienen, in overleg met de politie, gelegitimeerd te worden door de burgemeester. Deze moet hiervoor wel de ruimte krijgen.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatieswas het ermee eens dat cameratoezicht gezien moet worden als onderdeel van een totaalpakket. Bij het bekijken en bewaren van de beelden zal zeker zorgvuldigheid worden betracht. Uit diverse bronnen kan worden opgemaakt dat het preventieve effect van cameratoezicht zodanig is dat dit een bijdrage zou kunnen leveren aan het herstel van sociale contacten en sociale cohesie, alsmede aan het vergroten van het gevoel van veiligheid. Overigens is het zaak in het oog te houden of en wanneer het gebruik van camera's niet meer nodig is.
Camera's hoeven niet altijd door politieagenten te worden bemand. Ook medewerkers van bijvoorbeeld een particulier beveiligingsbureau kunnen deze taak op zich nemen, maar onder directe regie van de politie, die ook de beoordeling over de noodzaak tot eventueel ingrijpen maakt. Daarnaast dienen afspraken gemaakt te worden over onder meer de vertrouwelijkheid waarmee met de beelden wordt omgegaan. De minister vond het niet verantwoord om ter plekke een exacte bewaartermijn aan te geven. Deze is afhankelijk van het doel van de te gebruiken informatie en zal in de wetgeving nader worden gespecificeerd.
Verwacht wordt dat in het voorjaar van 2000 een wettelijke regeling aan de Kamer kan worden voorgelegd. Camera's in pashokjes zijn niet toegestaan. De opwinding over de aanschaf van camerahelmen vond de minister niet gerechtvaardigd. Hij zegde toe de commissie informatie te zullen verschaffen over de kosten van de helmen, over de effectiviteit ervan en over ervaringen die er inmiddels mee zijn opgedaan, maar benadrukte dat de beoordeling operationeel dient te worden gemaakt. Uiteraard zullen bij de beoordeling ook de eventuele risico's voor het personeel worden meegewogen.
Het maken van privacygevoelige opnamen is niet toegestaan, tenzij deze een specifiek vastgelegd doel hebben. De afweging om wel of niet tot cameratoezicht over te gaan in bepaalde delen van prostitutiegebieden, dan wel of sprake is van bijzondere omstandigheden, wilde de minister door de burgemeester laten maken. Hij was het ermee eens dat de resultaten van experimenten moeten worden afgewacht en kon zich vinden in de voorwaarden die de heer Nicolaï had genoemd.
In reactie op hetgeen de heer Rietkerk heeft gezegd over de invulling van de op te stellen landelijke regeling, benadrukte de minister dat het lokale bestuur daarin een zelfstandige rol dient te vervullen. Voorts zou het mogelijk zijn dat in de toekomst meegekeken wordt bij de functionarissen op de centrale meldkamer. Er zal binnenkort een nieuw experiment met cameratoezicht starten waar TenS (technologie en samenleving) bij betrokken is en waarbij speciale aandacht zal worden geschonken aan digitalisering. De huidige techniek is inmiddels overigens zo ver ontwikkeld dat vergissingen met identificatie steeds minder waarschijnlijk worden. De minister zegde toe schriftelijk te zullen aangeven om welk experiment het exact gaat.
De minister van Justitie beaamde dat de moeilijkheid van cameratoezicht is dat het enerzijds bijdraagt aan de veiligheid van de samenleving, maar anderzijds een inbreuk maakt op de privacy. De registratiekamer is er goed in geslaagd uitgangspunten voor het toezicht vast te leggen. Na een evaluatie daarvan zullen sommige punten wettelijk vastgelegd moeten worden. De regeling wordt beperkt tot uitgaansgebieden omdat er een relatie is geconstateerd tussen die gebieden en geweld op straat. Overigens zal de regeling ook van toepassing zijn op andere voor publiek toegankelijke ruimtes, bijvoorbeeld stations. Het plaatsen van camera's in pashokjes is niet geoorloofd, ook niet wanneer dit kenbaar wordt gemaakt. Overtreders kunnen primair langs civielrechtelijke weg worden vervolgd, waarbij het initiatief dient uit te gaan van de burger zelf. De minister merkte op dat een overtreding wellicht gebracht kan worden onder artikel 426bis Wetboek van Strafrecht over «hinderlijk volgen».
Hij gaf de voorkeur aan bemand toezicht en daaraan zal in de wettelijke regeling dan ook expliciet aandacht worden besteed. Het voorval in Ede zou overigens ook met bemand toezicht niet te voorkomen zijn geweest; in de pers is te veel een relatie gelegd met het cameratoezicht.
De gebruikte apparatuur zal van goede kwaliteit moeten zijn. Er zal voorts aandacht moeten worden geschonken aan het ongegrond in verzekering stellen op basis van onduidelijke camerabeelden. Het zou onaanvaardbaar zijn wanneer ook in Nederland 30% van dergelijke aanhoudingen onterecht blijkt te zijn. Overigens bestaat volgens artikel 89 Wetboek van Strafvordering de mogelijkheid tot schadeloosstelling. De minister zegde toe na te gaan of bij de lopende experimenten sprake is van een foutenmarge en welke omvang deze heeft.
Hij was het in beginsel eens met de heer Nicolaï dat gestreefd moet worden naar een deadline voor de bewaartermijn van banden. Op de exacte termijn zal te zijner tijd worden teruggekomen.
Hij had begrip voor de opmerkingen van de heer Rabbae over de verslapping van de sociale controle, maar benadrukte dat er een noodzaak wordt gevoeld om meer toezicht te houden op met name uitgaansgebieden. Het lijkt in het bijzonder voor de prostitutiegebieden nodig om duidelijke voorwaarden en uitgangspunten wettelijk vast te leggen. Op de doorlevering van beelden is de Wet persoonsregistraties van toepassing. In het kader van de beoogde effectieve strafvervolging zal een voorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in het najaar van 1999 in consultatie gaan. Verwacht wordt dat het wetsvoorstel medio 2000 bij de Tweede Kamer wordt ingediend.
Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), Biesheuvel (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Apostolou (PvdA), Middel (PvdA), Van Heemst (PvdA), voorzitter, Dittrich (D66), ondervoorzitter, Rabbae (GroenLinks), Rouvoet (RPF), Van Oven (PvdA), O. P. G. Vos (VVD), Van Wijmen (CDA), Patijn (VVD), De Wit (SP), Ross-van Dorp (CDA), Niederer (VVD), Nicolaï (VVD), Halsema (GroenLinks), Weekers (VVD), Van der Staaij (SGP), Wijn (CDA) en Brood (VVD).
Plv. leden: Balkenende (CDA), Verhagen (CDA), Wagenaar (PvdA), Van Vliet (D66), Arib (PvdA), Duijkers (PvdA), Kuijper (PvdA), Albayrak (PvdA), Barth (PvdA), De Graaf (D66), Karimi (GroenLinks), Schutte (GPV), Santi (PvdA), Van den Doel (VVD), Rietkerk (CDA), Rijpstra (VVD), Marijnissen (SP), Buijs (CDA), Passtoors (VVD), Van Blerck-Woerdman (VVD), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), De Vries (VVD), Van Walsem (D66), Eurlings (CDA) en Kamp (VVD).
Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van den Berg (SGP), Van de Camp (CDA), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Hoekema (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), Rehwinkel (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wagenaar (PvdA), De Boer (PvdA), Duijkers (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP) en Balemans (VVD).
Plv. leden: Van den Doel (VVD), Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Ravestein (D66), Van Wijmen (CDA), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Gortzak (PvdA), Rabbae (GroenLinks), Wijn (CDA), Dittrich (D66), Cherribi (VVD), Nicolaï (VVD), Van Oven (PvdA), Brood (VVD), Apostolou (PvdA), Kuijper (PvdA), Belinfante (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP) en Essers (VVD).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25760-6.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.