Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1997-199825753 nr. 5

25 753
Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de verkorting van de bewaartermijn van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers

nr. 5
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 16 januari 1998

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Onder vernummering van het huidige artikel V tot VI, wordt een nieuw artikel V toegevoegd, luidende:

ARTIKEL V

In de Wet op de omzetbelasting 1968 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A. Na artikel 34 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34a

De ondernemer is verplicht boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – betreffende onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen gedurende negen jaren, volgende op het jaar waarin hij het goed is gaan bezigen, te bewaren.

B. In artikel 36 wordt «bij of krachtens de artikelen 34, 35 en 39.» vervangen door: bij of krachtens de artikelen 34, 34a, 35 en 39.

Toelichting

Onderdeel A

De door een ondernemer in aftrek gebrachte omzetbelasting ten aanzien van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen (zakelijke rechten), hierna te noemen: onroerend goed, wordt na het jaar van ingebruikneming gedurende negen jaren – de zogenoemde herzieningstermijn – gevolgd (zie artikel 15, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 juncto artikel 13 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968). Indien binnen deze herzieningsperiode de omzetverhoudingen van belaste en vrijgestelde prestaties van de ondernemer wijzigen, het werkelijk gebruik een reëler of ander beeld geeft of indien sprake is van een vrijgestelde levering van het onroerend goed, wordt de initiële aftrek van voorbelasting gecorrigeerd. Om te kunnen bepalen welke in aftrek gebrachte omzet belasting herzien dient te worden, is de aanwezigheid van boeken en bescheiden inzake de betreffende transacties een voorwaarde. Het ligt derhalve in de rede dat de genoemde periode van de herzieningstermijn tevens wordt aangehouden voor de bewaarplicht van informatiedragers met betrekking tot onroerend goed. Een kortere bewaartermijn ondermijnt gezag en werking van de herzieningsbepalingen. Daarom is een afwijking op het voorstel tot verkorting van de algemene bewaartermijn voorzien. Voor de tekst van het nieuwe artikel 34a van de Wet op de omzetbelasting 1968 is aansluiting gezocht bij de tekst van de artikelen 47 en 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Ten aanzien van de uitleg van het begrip «boeken, bescheiden en andere gegevensdragers» zij derhalve verwezen naar de memorie van toelichting bij de Wet van 29 juni 1994, Stb. 499 inzake de aanpassing van de administratieve verplichtingen (Kamerstukken II, 1988/89, 21 287, nr. 3). Bij informatiedragers met betrekking tot onroerend goed kan bijvoorbeeld worden gedacht aan notariële akten, (eind)afrekeningen van de notaris, beschikkingen voor belaste verhuur/levering en vastleggingen omtrent het tijdstip van eerste ingebruikneming en de daadwerkelijk in aftrek gebrachte voorbelasting.

Onderdeel B

In artikel 36 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is voorzien in de zogenoemde omkering van de bewijslast van de artikelen 25, zesde lid en 29, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, indien niet is voldaan aan de (administratieve) verplichtingen van de artikelen 34, 35 en 39 van eerstgenoemde wet. Deze sanctie houdt in dat bij niet-nakoming van de administratieve verplichtingen de belastingaanslag wordt gehandhaafd, tenzij gebleken is dat en in hoeverre hij onjuist is. De in het voorgestelde artikel 34a opgenomen bewaarplicht hangt dermate nauw samen met de overige administratieve verplichtingen ten aanzien van de omzetbelasting en is dermate belangrijk dat genoemd artikel 36 ook van toepassing moet zijn op het niet voldoen aan de bewaarplicht.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager