nr. 110
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 november 2006
Bij de opheffing van de status van het groot project ICT in het onderwijs
in 2005 is beloofd u in het vervolg via de reguliere begrotingscyclus te informeren
over de voortgang van de integratie van ict in het onderwijs. Dit heeft in
het afgelopen jaar plaatsgevonden.
Daarnaast wil ik graag uw aandacht vestigen op twee documenten die recent
zijn uitgebracht.
Ten eerste heb ik in de begroting 2007 gemeld dat er een actieplan «Verbonden
met ict» in voorbereiding is1. Inmiddels
is dit plan door mij goedgekeurd en informeer ik u over de daarin opgenomen
prioriteiten en projecten. Ten tweede is door de Stichting Kennisnet Ict op
School de Vier in Balans Monitor 2006 uitgebracht, waarin de huidige ict-stand
van zaken in het onderwijs in kaart is gebracht.1
Actieplan «Verbonden met ict»
De beleidsdoelstellingen voor ict in het onderwijs zijn in de periode
van 1997 tot nu verschoven van voornamelijk voorzieningengericht naar steeds
meer onderwijsgericht. Het actieplan dat nu voor u ligt is de volgende fase
in die verschuiving. Het actieplan legt een verbinding tussen de innovatieve
kracht van ict en het oplossen van knelpunten in de onderwijsprioriteiten.
Doel van het actieplan is het geven van een extra impuls om ict beter en sneller
in te kunnen zetten voor belangrijke onderwijsdoelen. Deels bouwt het plan
daarmee voort op eerdere ict-beleidsprogramma’s door de doelen daaruit
nu voor een bredere groep scholen te realiseren, en deels brengt het nieuwe
vergezichten in beeld voor de groep van scholen die ict al verder geïntegreerd
heeft in het hele onderwijsproces.
In interactieve sessies met vertegenwoordigers uit het onderwijsveld (PO,
VO en BVE) zijn drie sectoroverstijgende prioriteiten naar voren gekomen waar
ict een belangrijke bijdrage aan kan leveren:
– Eigentijdser en inspirerender onderwijs
– Docentprofessionalisering
– Betere gegevensuitwisseling
Voor de eerste twee prioriteiten hebben sectororganisaties in het PO-,
VO- en BVE-veld, te weten het Platform voor Kennis en Innovatie, de VO-raad
en de MBO-raad samen met de Stichting Kennisnet Ict op School projectvoorstellen
uitgewerkt. Ik heb hiervoor in totaal € 5,4 mln. beschikbaar gesteld.
In het PO wordt bijvoorbeeld gestart met simulaties voor leerlingen om
de ontwikkeling van sociaal emotionele competenties te bevorderen en mede
daarmee actief burgerschap en sociale cohesie. Voor de docenten worden bijbehorende
trainingsprogramma’s ontwikkeld.
In het VO is er een project gestart dat de mogelijkheden van games als
didactisch instrument verder verkent en inzichtelijk maakt. Hoe kan het onderwijs
aantrekkelijker en effectiever worden gemaakt door het inzetten van games?
In een aantal VO-scholen en lerarenopleidingen zal hiermee ervaring worden
opgedaan.
In het BVE-veld wordt een uitwisselingsomgeving ontwikkeld waar zowel
docenten als deelnemers onderwijsmateriaal op kunnen zetten. Er ligt een groot
aantal verzoeken vanuit de instellingen om met een laagdrempelige voorziening
dit proces te faciliteren.
De prioriteit gegevensuitwisseling is nog niet uitgewerkt. Ict kan een
bijdrage leveren aan de ontwikkeling van leerlingdossiers en portfolio’s.
Hiervoor lopen al een aantal door mij gefinancierde projecten. Voor deze ontwikkeling
zijn vooral ook bestuurlijke afspraken nodig tussen scholen, onderwijssectoren
en jeugdketenpartners. Dit vergt meer tijd en ook een andere aanpak.
Vier in Balans Monitor 2006
De Stichting Kennisnet Ict op School heeft in oktober voor het eerst de
Vier in Balans monitor uitgebracht. De gegevens voor de rapportage zijn verzameld
door de Inspectie van het Onderwijs en TNS NIPO. Jaarlijks zal de stichting
deze rapportage uitbrengen en aangeven hoe het gebruik van ict in de les ervoor
staat in Nederland. Zij doet dit langs vier bouwstenen: Visie op het onderwijs,
kennis en vaardigheden, educatieve software en content en ict-infrastructuur.
De kengetallen in de monitor laten een geleidelijke toename zien in het
gebruik van ict. Voor de nabije toekomst is de ambitie van de scholen meer
gebruik te maken van ict voor kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Uit
de monitor blijkt onder andere het volgende:
– In het PO gebruikt 84% van de leraren de computer bij het
lesgeven, in het VO is dat iets minder dan de helft. De intensiteit van het
gebruik is in het PO gemiddeld 5–6 uur per week en in het VO gemiddeld
3–4 uur per week. In het basisonderwijs wordt ict het meest gebruikt
voor oefenprogramma’s, in het voortgezet onderwijs vooral voor het maken
van werkstukken en vakspecifieke oefenprogramma’s.
– Het belangrijkste knelpunt voor verdere integratie van ict in
het onderwijs is volgens het ict-management de beschikbaarheid van financiële
middelen. Ik merk hierbij op dat OCW niettemin de afgelopen jaren fors heeft
geïnvesteerd in ict. De scholen in de onderwijssectoren PO, VO en BVE
ontvangen vanaf 1 januari 2004 ruim € 80,– per leerling
in de lumpsum.
– Ruim de helft van de scholen in het PO en VO hebben hun visie
op het gebruik van ict vastgelegd in een ict-beleidsplan dat ook daadwerkelijk
wordt uitgevoerd.
– Slechts de helft van de leraren in het basisonderwijs vindt de
eigen vaardigheden in didactisch gebruik van educatieve software op gevorderd
niveau. In het voortgezet onderwijs betreft dit een derde van de leraren.
Het ict-beleid van OCW en het actieplan «Verbonden met ict» richt
zich daarom mede op docentprofessionalisering.
– De laatste vier jaren stabiliseert in het basisonderwijs het gemiddeld aantal leerlingen per computer. Dit wijst er op dat bij veel scholen
een punt van verzadiging in computerapparatuur is bereikt. In het voortgezet
onderwijs zijn nu meer computers per leerling beschikbaar. De ratio leerling-computers
is het laatste schooljaar gedaald van 9:1 naar 7:1.
De hoofdconclusie van het rapport is dat succesvolle invoering van ict
niet langer een kwestie is van meer computers of extra educatieve software
en content, maar dat ook voldoende aandacht besteed dient te worden aan de
sociale bouwstenen. Er is behoefte aan visie en competente leraren die toegerust
zijn didactisch verantwoord gebruik te maken van de beschikbare ict-voorzieningen.
De projecten die via het actieplan «Verbonden met ict» zijn
gestart voorzien in deze behoefte en zijn een mooi resultaat van samenwerking
tussen ketenpartners in het onderwijsveld. Nu de lijnen bekend zijn waarop
het ict-beleid zich de komende periode zal richten, hoop ik dat het actieplan
een inspiratiebron zal zijn voor diverse partijen om op eigen initiatief projecten
te starten om het gebruik van ict in de leerpocessen en de bedrijfsvoering
te verbreden.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. J. A. van der Hoeven