25 726
Criminaliteit in relatie tot integratie van etnische minderheden

nr. 19
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2002

Aanleiding

Tijdens het Algemeen Overleg met de Vaste Kamercommissie van BZK d.d. 15 november 2001 over onder meer de brief van de minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid inzake «Preventiebeleid 2001–2004», heb ik u mede namens de minister voor GSI toegezegd een brief te zullen sturen over de taak- en samenstelling van de toen nog zo genoemde Marokkaans-Nederlandse dialooggroep. Op 11 december 2001 is in vervolg op genoemd overleg motie 25 726 nr. 13 van de leden Van der Staaij en Arib aangenomen. Bij brief van 8 maart 2002, Kamerstuk 25 726, nr. 18 die mede namens mij door de minister voor GSI aan uw Kamer is toegestuurd, is aangekondigd dat u voor het verkiezingsreces een brief over beide onderwerpen zou ontvangen. Met de onderhavige brief, die ik u mede namens de minister voor GSI toestuur, voldoe ik aan deze toezegging.

Motie Van der Staaij en Arib (nr. 25 726 nr 13)

Deze motie verzoekt de regering te onderzoeken in hoeverre de aanbevelingen van de Commissie Marokkaanse Jeugd inmiddels tot uitvoering zijn gekomen en, welke effecten daarvan zichtbaar zijn geworden.

De Commissie Marokkaanse jeugd heeft in mei 1998 haar adviesrapport aangeboden aan de toenmalige minister van Justitie. Het geven van een beleidsmatig vervolg op dit advies, dat inging op een veelheid aan factoren die van invloed zijn op de problemen met en van Marokkaanse jongeren in Nederland heeft enige tijd gevergd. De reden hiervoor was mede gelegen in het feit dat ook de beleidsterreinen van andere departementen dan dat van Justitie werden aangesproken. Bij brief van 9 juli 1999, kenmerk 776 243/99/PJS is aan uw Kamer de reactie van het Kabinet op genoemd rapport toegestuurd. Aangegeven is in genoemde brief welke aanbevelingen op welke manier al dan niet in uitvoering zijn genomen. Zonder geheel volledig te kunnen zijn noem ik hier kort een aantal aanbevelingen op het terrein van Justitie en de huidige stand van zaken.

– Ontwikkelen van individuele trajectbegeleiding (ITB) voor Marokkaanse jongeren. Zoals bekend is sinds medio 2000 ITB harde kern en ITB CRIEM structureel beschikbaar gekomen. Minderjarige allochtone jongeren kunnen hierdoor ITB trajecten aangeboden krijgen waardoor aandacht wordt besteed niet alleen aan het strafbare feit maar ook aan de overige risicofactoren die zich in de omgeving van de jongere voordoen. In de brief van 8 maart 2002 is nader ingegaan op ITB en de aantallen doorlopen trajecten in 2001. Ook in de kabinetsnota «Vasthoudend en Effectief, versterking van de aanpak van jeugdcriminaliteit» wordt ingegaan op de uitbreiding van ITB CRIEM voor alle jongeren die daaraan behoefte hebben.

– Vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de Marokkaanse gemeenschap. Vanuit Justitie is een aantal projecten gefinancierd en gefaciliteerd. Gedacht kan hierbij worden aan MOVE (Marokkanen voor ontwikkeling en verandering), het buurtvadersproject in Amsterdam, de productie van de film «Get it» via JIB Amsterdam en de bijdrage aan het project «En nu iets positiefs» te Amsterdam. Maar ook het instellen van het Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd waarover hieronder meer, valt onder de uitvoering van deze aanbeveling.

– Verhogen van de expertise van justitiële organisaties. In samenspraak tussen vertegenwoordigers van verschillende justitie organisaties en de Marokkaanse gemeenschap is het initiatief genomen tot het ontwikkelen van «Inzicht; project Justitie en netwerken van Marokkanen». Dit project zal op korte termijn gaan starten in Utrecht. Het project richt zich zowel op het verhogen van de expertise van alle betrokken deelnemers als op het effectiever samen gaan werken en het methodisch vastleggen van deze samenwerking.

– Laten verrichten van onderzoek naar slachtofferschap onder de Marokkaanse jeugd. In november 2001 is het onderzoek met de titel «Aard en omvang van seksueel misbruik en prostitutie minderjarige allochtone jongens» gepubliceerd.

– Marokkaanse gemeenschap meer betrekken bij ontwikkelen en uitvoeren van beleid. Zoals in de Kabinetsreactie werd aangekondigd zijn er (werk)conferenties gehouden. In februari 2000 heeft Justitie een expertmeeting georganiseerd met vertegenwoordigers van de Marokkaanse gemeenschap en vertegenwoordigers uit tal van Justitie organisaties. Op 10 oktober 2001 heeft de werkconferentie «Tussen denken en doen; Marokkaanse Nederlanders en de overheid samen aan de slag» plaatsgevonden. Genoemde conferentie, waarvan zeer binnenkort het verslag zal verschijnen, is door ons beiden in samenspraak met Marokkaanse Nederlanders georganiseerd. Tijdens genoemde conferentie is het initiatief genomen tot de oprichting van het Marokkaans-Nederlandse Interactieteam waarover hieronder meer.

Het is niet mogelijk om van alle maatregelen en acties die ter uitvoering van de aanbevelingen ter hand zijn genomen de precieze effecten te noemen. Nooit zal namelijk exact kunnen worden achterhaald of de inmiddels bereikte resultaten het gevolg zijn van de in gang gezette maatregelen of ook van ander beleid en andere maatregelen. Wel ben ik van mening dat de inmiddels langs verschillende wegen tot stand gebrachte nauwere samenwerking tussen (overheids)instellingen en de Marokkaanse gemeenschap haar vruchten begint af te werpen. Er onstaat meer begrip voor elkaars standpunten en inzichten en daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het gezamenlijk oplossen van gerezen problemen. Het besef dat alleen door samenwerking met de doelgroep de problemen effectief aangepakt kunnen worden is alom aanwezig. In dat verband ben ik ook erg blij met het in aansluiting op de werkconferentie van 10 oktober 2001 tot stand gekomen Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd.

Marokkaans-Nederlands Interactieteam Jeugd

Het verheugt de minister voor GSI en mij u te kunnen meedelen dat op 11 maart jongstleden genoemd Interactieteam is geïnstalleerd. Het instellingsbesluit zal spoedig in de Staatscourant worden gepubliceerd. Het team is samengesteld uit zeventien personen van zowel autochtone als Marokkaans-Nederlandse afkomst. Voorzitter van het team is de heer mr. drs. S. Harchaoui. De leden van het team zijn afkomstig uit verschillende disciplines. Zo zijn zowel de kennis van en over bestuur, justitie, politie, onderwijs, wetenschap, consultancy, zorg, communicatie, zelforganisatie en arbeidsmarkt aanwezig.

Het interactieteam is ingesteld voor twee jaar en heeft onder meer de volgende taken:

– het signaleren van ontwikkelingen aangaande de Marokkaanse gemeenschap in het algemeen en de Marokkaanse jeugd in het bijzonder

– het brengen van bezoeken aan en voeren van overleg met gemeenten en instellingen waar zich problemen met Marokkaanse jeugd voordoen en het eventueel op verzoek bemiddelen tussen partijen

– het doen van voorstellen aan gemeenten en instellingen voor de aanpak en oplossing van problemen met Marokkaanse jeugd

– het stimuleren van het ontstaan van contacten tussen de verschillende groepen binnen de Marokkaanse gemeenschap en contacten tussen bedoelde groepen en relevante instellingen en gemeenten.

Het team is uitdrukkelijk gericht op interactie tussen relevante instellingen, de Marokkaanse gemeenschap, gemeentebesturen en lokale netwerken en is dan ook geen adviesgroep van de overheid.

Ik vertrouw er op u hiermee naar behoren te hebben geïnformeerd en beschouw motie 25 726, nr 13 hiermee als uitgevoerd.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. A. Kalsbeek

Naar boven