25 722
Wijziging van de Wet, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie)

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 11 november 1997

De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,1 belast met het voorbereidend onderzoek, brengt als volgt verslag uit van haar bevindingen omtrent dit wetsvoorstel.

Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen en gemaakte opmerkingen afdoende beantwoordt, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

Algemeen

De leden van de PvdA-fractie hebben met interesse kennis genomen van de novelle. Zij maken zich meer dan bezorgd over de ontstane situatie. Zij constateren dat de minister van Verkeer en Waterstaat in een algemeen overleg van 6 november 1997 de Kamer indringend heeft proberen te overtuigen van het feit dat, nu de naheffing geen doorgang kan vinden, de Europese Commissie geen verdere acties tegen Nederland zal ondernemen. Deze leden houden hierover echter enige twijfel en vragen de minister uitgebreid te motiveren op basis van welke uitspraken van de commissie ze tot haar overtuiging is gekomen. De brief van 30 oktober lijkt in dit opzicht afdoende, maar gaat niet in op een voorliggende klacht van Enertel. Hoe reageert de commissie daarop?

De leden van de PvdA-fractie constateren bovendien dat de minister («linksom of rechtsom» zoals ze dat zelf noemde) de datum van 1 januari 1998 niet kan halen en dat schadeclaims dus niet uit te sluiten zijn. Deze leden realiseren zich dat tempo dus onontbeerlijk is en zullen het aantal vragen daarom zo beperkt mogelijk houden. Hoe oordeelt de landsadvocaat over de kans op schadeclaims? Welke rol kan de Europese Commissie hierin spelen? De commissie heeft immers gezorgd voor vertraging. Welke gevolgen kan uitstel na 1 januari in het uiterste geval hebben?

De leden van de PvdA-fractie zijn gerustgesteld over het duidelijke advies dat de landsadvocaat heeft gegeven ten aanzien van de te verkiezen procedure. Het houden van een beauty contest zou minstens zes maanden duren en een switch naar artikel 17 is risicovol en kost minstens evenveel tijd.

Zij vragen de minister welke andere middelen ter beschikking staan dan een naheffing om asymmetrie toe te passen. Te denken valt aan gedwongen site-sharing ten laste van partijen met een aanmerkelijke marktmacht en het stellen van tariefplafonds voor interconnectie ten behoeve van de nieuwe partijen. Is er bovendien een situatie denkbaar waarbij de periode van exclusiviteit voor vergunninghouders wordt verlengd ten opzichte van KPN en Libertel? Onder welke voorwaarden is dit mogelijk? Hoe beoordeelt de minister in dit kader de mogelijkheid voor regionale vergunninghouders landelijke concurrentie via bijvoorbeeld gunstige roaming-overeenkomsten met KPN en Libertel tegen te houden?

Wanneer worden marktpartijen op de hoogte gebracht onder welke voorwaarden ze mee kunnen dingen naar frequenties? Hoe staat het met de voortgang van de algemene maatregel van bestuur voor de veiling?

Tenslotte verzoeken de leden van de PvdA-fractie de minister het advies van de landsadvocaat inzake vergunningverlening aan de Kamer ter beschikking te stellen.

De leden van de CDA-fractie hebben met gemengde gevoelens kennis genomen van de novelle inzake wijziging van de veilwet. De novelle is voor deze leden aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen.

Kan de minister nog eens ingaan op het gevaar van het ontstaan van omgekeerde asymmetrie in plaats van de gewenste volledige concurrentie, doordat nieuwkomers op de markt nu moeten betalen voor hun frequentie? Bovendien laat de veiling waarschijnlijk tot 1/3/98 op zich wachten, wat de nieuwkomers ook weer geld kost, omdat zij al die tijd geen mobiele abonnementen aan kunnen bieden. Hoe denkt de minister om te gaan met mogelijke schadeclaims die hieruit voort zullen vloeien? Op welke manier kan de gewenste asymmetrie om concurrentie te bevorderen alsnog bereikt worden zodat een level-playing-field ontstaat?

Ingevolge het voorgestelde artikel 13k, achtste lid, kan de Minister van Verkeer en Waterstaat het moment uitstellen waarop de radiofrequenties kunnen worden gebruikt. Blijkens de toelichting acht de regering een uitsluiting van bepaalde marktpartijen voor een periode van twee jaar noodzakelijk, met de mogelijkheid tot verlenging van drie jaar (zie toelichting op artikel I, onderdeel D). Dat laatste achten de leden van de CDA-fractie vreemd. In haar brief van 18 september merkt de Europese Commissie, naar aanleiding van de bezwaren van Libertel tegen de voorgenomen tijdelijke uitsluiting tot gebruik van de DCS 1800 frequentieband voor een periode van drie jaar, op dat dit bezwaar gegrond lijkt te zijn. Na overleg met de minister van Verkeer en Waterstaat, en na schriftelijke bevestiging van haar kant, schrijft de Europese Commissie aan Libertel dat de voorgenomen tijdelijke uitsluiting van de huidige GSM-aanbieders van het gebruik van de DCS 1800 frequentieband teruggebracht zal gaan worden tot 2 jaar. Het opnemen in de wet van een eventuele verlenging naar 3 jaar lijkt genoemde leden derhalve niet in overeenstemming met de afspraken. Daar komt nog bij dat de bevoegdheid om de periode tot 3 jaar te verlengen onvoldoende is geconcretiseerd. Uit de wettekst, noch uit de toelichting wordt duidelijk wat wordt verstaan onder «daadwerkelijke mededinging». Hoe verhoudt zich de uitsluiting van KPN en Libertel met reeds gemaakte afspraken c.q. de vergunning van KPN voor het gebruik van de GSM 900 band?

Op welke wijze denkt de minister de veiling te gaan organiseren? Wanneer kan de Kamer de veilingvoorwaarden tegemoet zien? Kan nog eens helder worden aangegeven wanneer en onder welke voorwaarden afgezien wordt van de toepassing van veiling als verdelingsinstrument?

Het bevreemdt de leden van de VVD-fractie dat de regering zich door de Europese Commissie gedwongen ziet af te zien van een naheffing die volgens de regering juist noodzakelijk was om aan de Europese regels te kunnen voldoen.

Deze leden betreuren het dat de DCS 1800 frequenties niet voor 1 januari 1998 uitgegeven zullen worden. Vast staat dat dat volgens de Europese regels wel zou moeten. Volgens de regering kan met het wetsvoorstel bereikt worden dat althans voor 1 maart 1998 de frequenties uitgegeven kunnen worden. De minister van Verkeer & Waterstaat heeft meegedeeld dat het alsnog overgaan op een vergelijkende toets in plaats van een veiling tot een aanmerkelijke verdere vertraging zal leiden. Dat is het laatste waaraan de leden van de VVD-fractie behoefte hebben. Zij stemmen daarom in met het voorstel.

De leden van de RPF-fractie hebben met belangstelling kennis genomen van de voorliggende novelle. Het blijft deze leden, ook na het algemeen overleg van 6 november jl., een raadsel hoe het komt dat de minister van Verkeer en Waterstaat ten tijde van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Veilen frequenties mobiele telecommunicatie (Kamerstuk 25 171) in de Tweede Kamer, op 12 juni van dit jaar, niet wist aan te geven of en zo ja welke bezwaren van de kant van de Europese Commissie zouden leven tegen de inhoud van dit wetsvoorstel, terwijl ze enkele dagen later een brief van commissaris Van Miert terzake ontving. Het kan toch niet zo zijn dat de commissie ten tijde van het Kamerdebat hierover nog geen standpunt had ingenomen, maar enkele dagen ná het debat wel een kant en klare brief over deze toch niet bijzonder simpele materie aan de minister zond. Een en ander klemt te meer, omdat de commissie in haar brief van 20 juni meldt dat zij vroegtijdig is ingelicht over de bepalingen van het wetsvoorstel en op de hoogte was van eventuele klachten. Ook in haar antwoord aan de Kamer in het debat d.d. 12 juni 1997 gaf de minister aan dat over het wetsvoorstel contacten met de Europese Commissie zijn geweest.

In de toelichting op het wetsvoorstel stelt de minister: «Hoewel ik van mening ben dat het tot nu toe gevoerde beleid zeer wel te verdedigen is, ben ik het met de Commissie eens dat een dergelijke procedure of andere mogelijk juridische procedures nog vele jaren onzekerheid in de markt voor de mobiele telecommunicatie zullen opleveren,...». De leden van de RPF-fractie hechten eraan de minister erop te wijzen dat in het oordeel van de commissie niet slechts vertraging ten gevolge van procedurele ontwikkelingen centraal stond, maar dat sprake was van grote juridisch-inhoudelijke problemen. Is de minister, gelet hierop, bereid bovengenoemde passage uit de toelichting te schrappen?

De dreiging van schadeclaims ten gevolge van het niet halen van de datum van 1 januari 1998 lijkt de leden van de RPF-fractie reëel. Wordt die dreiging daarnaast niet vergroot ten gevolge van het feit dat enerzijds de naheffingsverplichting is komen te vervallen, terwijl anderzijds naar alle waarschijnlijkheid wel bedragen zullen worden geïnd als resultaat van de veiling? Moeten we niet tot de conclusie komen dat ook de nieuwe landelijke vergunninghouders «om niet» in staat worden gesteld een landelijk dekkend net van voorzieningen te ontwikkelen, met het oog op de beoogde asymmetrie? Als dit het geval is, is dan niet per saldo onnodig ingeboet op de mogelijkheid kwaliteitseisen te stellen?

Ten slotte informeren de leden van de RPF-fractie wanneer eventueel wordt besloten de uitsluiting van bestaande GSM-vergunninghouders van twee jaar om te zetten in drie jaar.

De voorzitter van de commissie,

Biesheuvel

De griffier van de commissie,

Roovers


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), ondervoorzitter, Van den Berg (SGP), Lilipaly (PvdA), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Reitsma (CDA), Versnel-Schmitz (D66), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Van 't Riet (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), Roethof (D66), M. B. Vos (GroenLinks), Verkerk (AOV), Van Zuijlen (PvdA), Van Waning (D66), Keur (VVD), Assen (CDA), Ten Hoopen (CDA) en Luchtenveld (VVD) Plv. leden: Blauw (VVD), Schutte (GPV), Van Gelder (PvdA), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Dankers (CDA), Jeekel (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA), Terpstra (CDA), A. de Jong (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), vacature CD, Hillen (CDA), Remkes (VVD), Leerkes (U55+), Witteveen-Hevinga (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Rosenmöller (GroenLinks), Nijpels-Hezemans (Groep Nijpels), Valk (PvdA), Hoekema (D66), Klein Molekamp (VVD), Van der Linden (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA) en Te Veldhuis (VVD)

Naar boven