25 722
Wijziging van de Wet, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie)

nr. 1
KONINKLIJKE BOODSCHAP

Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet houdende wijziging van de Wet, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie).

De memorie van toelichting, die het wetsvoorstel vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.

's-Gravenhage

31 oktober 1997

Beatrix

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de regels in te trekken met betrekking tot het in rekening brengen van vergoedingen voor het gebruik van schaarse radio-frequenties voor het aanbod van bepaalde mobiele telecommunicatiediensten door houders van een vergunning of een machtiging, die het gebruiksrecht niet via een veiling hebben verworven;

dat het wenselijk is het gebruiksrecht op alle voor DCS 1800 beschikbare radio-frequenties in een en dezelfde procedure te veilen;

dat het wenselijk is het wetsvoorstel in overeenstemming te brengen met de vigerende Wet op de telecommunicatievoorzieningen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

Indien het bij koninklijke boodschap van 18 december 1996 ingediende voorstel van wet, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie (kamerstukken II 1996/97, 25 171), tot wet wordt verheven, wordt deze wet als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onderdeel A, komt de aanhef te luiden:

In artikel 1, eerste lid, wordt na onderdeel jj een onderdeel ingevoegd, luidende:

B

Na artikel I, onderdeel A, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa

In artikel 4ab wordt «het college» telkens vervangen door: Onze Minister.

C

Na artikel I, onderdeel C, wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

In artikel 13c, tweede lid, vervalt het woord «landelijk» en wordt een volzin toegevoegd, luidende: Onze Minister bepaalt krachtens artikel 13l of de in de vorige volzin bedoelde diensten al dan niet landelijk worden verzorgd.

D

In artikel I, onderdeel L, wordt artikel 13k gewijzigd als volgt:

1. In het vijfde lid vervalt de tweede volzin.

2. Toegevoegd wordt een achtste lid, luidende:

8. In afwijking van het eerste tot en met derde lid kan Onze Minister het moment uitstellen waarop de toegekende radio-frequenties dan wel de radio-frequenties waarop het gebruiksrecht via een veiling is verworven door de vergunninghouder mogen worden gebruikt. Aan deze bepaling wordt slechts toepassing gegeven:

a. ten aanzien van de houders van de vergunningen voor het technische systeem, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Besluit vergunningen mobiele telecommunicatie, die op het moment van de inwerkingtreding van deze wet zijn verleend, om de daadwerkelijke mededinging in het aanbod van de bij een vergunning opgelegde diensten tot stand te brengen, of

b. indien op het moment van vergunningverlening nog rechten van derden op het gebruik van de betreffende radio-frequenties gelden.

E

Artikel I, onderdeel M, komt te luiden:

M

Artikel 13l, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. de aanhef komt te luiden: De voorschriften kunnen betrekking hebben op:

2. onderdeel c komt te luiden: de diensten die al dan niet landelijk moeten worden aangeboden,

3. in onderdeel d wordt na «bedoelde diensten» ingevoegd: , indien van toepassing,

F

In artikel I, onderdeel N, wordt in artikel 13oa, vierde lid, «Onze Minister» vervangen door: het college.

G

In artikel I, onderdeel Q, komt de eerste volzin van artikel 13ij te luiden als volgt:

Onze Minister kan aan artikel 13x ook toepassing geven in de verhouding tussen elk van de vergunninghouders voor een bepaald technisch systeem enerzijds en de houder van een later verleende vergunning voor een technisch systeem, waarmee op grond van artikel 13c in samenhang met artikel 13l, vergelijkbare diensten landelijk moeten worden aangeboden anderzijds, doch alleen op verzoek van de houder van de later verleende vergunning.

H

Artikel I, onderdeel S, komt te luiden:

S

Aan artikel 41 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

4. Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels kan, ingeval vergunningverlening plaats vindt op de wijze van artikel 13h, een door Onze Minister vast te stellen vergoeding verschuldigd zijn door de houders van een vergunning ter dekking van de kosten van de veiling.

I

Aan artikel I wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

T

In het opschrift van § 2 van hoofdstuk IX, en in de artikelen 44 en 48b wordt «4ab» telkens vervangen door: 4ac.

J

De artikelen II tot en met IV vervallen.

K

De aanhef van artikel V komt te luiden:

Indien de wet van 21 februari 1997, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en het Wetboek van Strafvordering in verband met de volledige wederzijdse erkenning van goedkeuringen van randapparatuur en van apparatuur voor satellietgrondstations (Stb. 124), en deze wet in werking zijn getreden, komt artikel 41, eerste lid, onderdeel a, en het tweede tot en met het zesde lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen te luiden als volgt:

L

De artikelen VI tot en met VIII vervallen.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op het tijdstip waarop de in artikel I bedoelde wet in werking treedt.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Naar boven