nr. 171
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN J. W. VAN DER MEIJ TE GORSSEL
BETREFFENDE KWIJTSCHELDING VAN BELASTING VAN PERSONENAUTO'S EN MOTORRIJTUIGEN
(BPM) EN BETREFFENDE DE INFORMATIEVERSTREKKING DOOR DE RIJKSDIENST VOOR HET
WEGVERKEER
Vastgesteld 10 september 1998
De commissie2, gelet op de door de minister van Verkeer en
Waterstaat en de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,
overwegende,
dat adressant zich erover beklaagt dat hem geen kwijtschelding wordt verleend
van een aanslag in de Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM)
voor een door hem tweedehands gekochte auto en dat hem geen adequate informatie
werd verstrekt door de behandelende diensten;
dat adressant een auto tweedehands heeft gekocht waarvan later bij politieonderzoek
werd vastgesteld dat het een zogenaamde omgekatte auto betrof, afkomstig van
diefstal en bestaande uit onderdelen van ten minste drie andere auto's;
dat na het politieonderzoek het bij de auto aanwezige kenteken werd ingenomen
omdat het geen betrekking had op de desbetreffende auto;
dat adressant, omdat hij de auto weer wilde gebruiken, een nieuw kenteken
moest aanvragen, hetgeen volgens de geldende regels alleen verstrekt kan worden
nadat de voor het voertuig verschuldigde belasting is voldaan;
dat adressant voor het correct registreren van de auto BPM heeft moeten
betalen en dat hij tegen de hoogte van de aanslag bezwaar heeft gemaakt, hetgeen
is afgewezen, en dat hij daarna geen beroep heeft ingesteld bij de onafhankelijke
rechter;
dat adressant vervolgens een beroep heeft gedaan op de hardheidsclausule
omdat het zijns inziens een door de wetgever onbedoelde effect was dat hij
over de omgekatte auto BPM moest betalen;
dat zulks naar de mening van de staatssecretaris niet het geval is aangezien
BPM betaald moet worden overeenkomstig het uitgangspunt van de wet, zijnde
dat voor een auto bereden door een hier te lande woonachtig persoon BPM moet
worden betaald bij de aanvang van het weggebruik met de betrokken personenauto;
dat adressant voorts wenst dat op het kentekenbewijs de aanduiding GTI
wordt opgenomen;
dat weliswaar het uiterlijk van de auto veel lijkt op het model van de
desbetreffende auto met de aanduiding GTI, doch dat het motorblok niet afkomstig
is van een GTI-model, reden waarom afgezien is van de GTI-aanduiding op het
kentekenbewijs;
dat desondanks aangifte voor de BPM was gedaan voor een GTI-model;
dat inmiddels reeds terugbetaling heeft plaatsgevonden van de ten onrechte
geheven invoerrechten en omzetbelasting en dat de staatssecretaris van Financiën
zijn excuses heeft aangeboden voor het ten onrechte heffen van deze belastingen;
dat de staatssecretaris zich bereid verklaard heeft het BPM-bedrag te
laten herberekenen nu uit de informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer
is gebleken dat het voertuig weliswaar het uiterlijk heeft van een GTI-model
doch dat feitelijk vanwege het afwijkende motorblok niet is;
dat de staatssecretaris niet bij machte is verdere tegemoetkoming te doen
omdat de wet- en regelgeving daarin niet voorziet;
dat de staatssecretaris daarin gevolgd moet worden,
van oordeel,
dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressant een verkeerd beleid
is gevoerd,
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde
van de dag.
1 Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek
ten dienste hebben gestaan, liggen op de griffie van de commissie voor de
Verzoekschriften, Lange Poten 4 te 's-Gravenhage, ter inzage van de leden.
2 De commissie bestaat uit de leden: Van den Berg (SGP), Ter
Veer (D66), Apostolou (PvdA), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks),
Passtoors (VVD), De Haan (CDA), Van Wijmen (CDA), Duijkers (PvdA), Remak (VVD)
en de plaatsvervangende leden Giskes (D66), Harrewijn (GroenLinks), Niederer
(VVD), Reitsma (CDA), Wijn (CDA), Van Heemst (PvdA), Van den Doel (VVD).
De voorzitter van de commissie,
Apostolou
De griffier van de commissie,
Hubert