25 702
Verslagen van de commissie voor de Verzoekschriften

nr. 171
VERSLAG OVER HET ADRES1 VAN J. W. VAN DER MEIJ TE GORSSEL BETREFFENDE KWIJTSCHELDING VAN BELASTING VAN PERSONENAUTO'S EN MOTORRIJTUIGEN (BPM) EN BETREFFENDE DE INFORMATIEVERSTREKKING DOOR DE RIJKSDIENST VOOR HET WEGVERKEER

Vastgesteld 10 september 1998

De commissie2, gelet op de door de minister van Verkeer en Waterstaat en de staatssecretaris van Financiën verstrekte inlichtingen,

overwegende,

dat adressant zich erover beklaagt dat hem geen kwijtschelding wordt verleend van een aanslag in de Belasting van Personenauto's en Motorrijwielen (BPM) voor een door hem tweedehands gekochte auto en dat hem geen adequate informatie werd verstrekt door de behandelende diensten;

dat adressant een auto tweedehands heeft gekocht waarvan later bij politieonderzoek werd vastgesteld dat het een zogenaamde omgekatte auto betrof, afkomstig van diefstal en bestaande uit onderdelen van ten minste drie andere auto's;

dat na het politieonderzoek het bij de auto aanwezige kenteken werd ingenomen omdat het geen betrekking had op de desbetreffende auto;

dat adressant, omdat hij de auto weer wilde gebruiken, een nieuw kenteken moest aanvragen, hetgeen volgens de geldende regels alleen verstrekt kan worden nadat de voor het voertuig verschuldigde belasting is voldaan;

dat adressant voor het correct registreren van de auto BPM heeft moeten betalen en dat hij tegen de hoogte van de aanslag bezwaar heeft gemaakt, hetgeen is afgewezen, en dat hij daarna geen beroep heeft ingesteld bij de onafhankelijke rechter;

dat adressant vervolgens een beroep heeft gedaan op de hardheidsclausule omdat het zijns inziens een door de wetgever onbedoelde effect was dat hij over de omgekatte auto BPM moest betalen;

dat zulks naar de mening van de staatssecretaris niet het geval is aangezien BPM betaald moet worden overeenkomstig het uitgangspunt van de wet, zijnde dat voor een auto bereden door een hier te lande woonachtig persoon BPM moet worden betaald bij de aanvang van het weggebruik met de betrokken personenauto;

dat adressant voorts wenst dat op het kentekenbewijs de aanduiding GTI wordt opgenomen;

dat weliswaar het uiterlijk van de auto veel lijkt op het model van de desbetreffende auto met de aanduiding GTI, doch dat het motorblok niet afkomstig is van een GTI-model, reden waarom afgezien is van de GTI-aanduiding op het kentekenbewijs;

dat desondanks aangifte voor de BPM was gedaan voor een GTI-model;

dat inmiddels reeds terugbetaling heeft plaatsgevonden van de ten onrechte geheven invoerrechten en omzetbelasting en dat de staatssecretaris van Financiën zijn excuses heeft aangeboden voor het ten onrechte heffen van deze belastingen;

dat de staatssecretaris zich bereid verklaard heeft het BPM-bedrag te laten herberekenen nu uit de informatie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer is gebleken dat het voertuig weliswaar het uiterlijk heeft van een GTI-model doch dat feitelijk vanwege het afwijkende motorblok niet is;

dat de staatssecretaris niet bij machte is verdere tegemoetkoming te doen omdat de wet- en regelgeving daarin niet voorziet;

dat de staatssecretaris daarin gevolgd moet worden,

van oordeel,

dat niet is gebleken dat ten aanzien van adressant een verkeerd beleid is gevoerd,

stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.

1 Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste hebben gestaan, liggen op de griffie van de commissie voor de Verzoekschriften, Lange Poten 4 te 's-Gravenhage, ter inzage van de leden.

2 De commissie bestaat uit de leden: Van den Berg (SGP), Ter Veer (D66), Apostolou (PvdA), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Passtoors (VVD), De Haan (CDA), Van Wijmen (CDA), Duijkers (PvdA), Remak (VVD) en de plaatsvervangende leden Giskes (D66), Harrewijn (GroenLinks), Niederer (VVD), Reitsma (CDA), Wijn (CDA), Van Heemst (PvdA), Van den Doel (VVD).

De voorzitter van de commissie,

Apostolou

De griffier van de commissie,

Hubert

Naar boven