Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal1997-199825618 nr. 7

25 618
Wijziging van de Ziektewet, de WAO, de WW en enkele andere wetten in verband met het wegnemen van belemmeringen in sociale verzekeringswetten bij het opnemen van onbetaald verlof

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 5 november 1997

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. In het in onderdeel D voorgestelde artikel 44, tweede lid, wordt de zinsnede «degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, onbetaald verlof heeft genoten, indien dit verlof niet langer dan zes maanden heeft geduurd» vervangen door: degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van zes maanden, heeft genoten.

2. Aan het in onderdeel D voorgestelde artikel 44, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

2

Artikel II wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt de zinsnede «wordt een zin» vervangen door: worden twee zinnen.

2. In onderdeel D wordt de zinsnede «degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, onbetaald verlof heeft genoten, indien dit verlof niet langer dan zes maanden heeft geduurd» vervangen door: degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van zes maanden, heeft genoten.

3. Aan onderdeel D wordt een zin toegevoegd, luidende:

Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

4. In het in onderdeel E voorgestelde artikel 30, tweede lid, wordt de zinsnede «degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, onbetaald verlof heeft genoten, indien dit verlof niet langer dan zes maanden heeft geduurd» vervangen door: degene die onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip, waarop de verzekering een aanvang nam, ononderbroken onbetaald verlof, tot een maximum van zes maanden, heeft genoten.

5. Aan het in onderdeel E voorgestelde artikel 30, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

Als ononderbroken onbetaald verlof wordt aangemerkt perioden van onbetaald verlof die elkaar met een onderbreking van minder dan een maand opvolgen.

3

Artikel III wordt als volgt gewijzigd:

1. In het in onderdeel A voorgestelde artikel 1, onderdeel i, vervalt de zinsnede «en waarover de werknemer geen loon ontvangt, voorzover het verlof aaneengesloten niet langer dan zes maanden heeft geduurd».

2. In onderdeel B wordt de zinsnede «worden weken waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten niet in aanmerking genomen» vervangen door: worden weken, tot een maximum van 26 weken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, niet in aanmerking genomen.

3. In onderdeel C wordt het voorgestelde artikel 17a, onderdeel c, vervangen door:

c. wegens het genieten van onbetaald verlof geen arbeid heeft verricht, tot een maximum van 26 weken.

4. In onderdeel D wordt in het voorgestelde 17b, zesde lid, de zinsnede «dagen waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten» vervangen door: dagen, tot een maximum van zes maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten.

5. In onderdeel E wordt de zinsnede «worden weken waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten niet in aanmerking genomen» vervangen door: worden weken, tot een maximum van 26 weken, waarin de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, niet in aanmerking genomen.

4

In artikel VI, onderdeel 2°, wordt «artikel 107, tweede lid» vervangen door: artikel 36, tweede lid.

5

In artikel VII, onderdeel 2°, wordt «artikel 107, tweede lid» vervangen door: artikel 36, tweede lid.

6

In het in artikel VIII voorgestelde artikel 4 van de Toeslagenwet wordt de komma na «als gevolg van het genieten van dat verlof» vervangen door een punt en vervalt het resterende deel van dit artikel.

Toelichting

1 en 2

De wijzigingen in de artikelen 44, tweede lid, ZW, 18, tweede lid, en 30, tweede lid, WAO, zijn toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag. Deze wijzigingen strekken er alle toe om belemmeringen bij aanvang van de verzekering na een periode van onbetaald verlof weg te nemen. Het gaat bij het wegnemen van deze belemmeringen uitsluitend om een periode van verlof van maximaal zes maanden voor aanvang van de verzekering. Bij onderbreking in verlofperioden vangt weer een nieuwe verzekering aan. Dat zou er toe leiden dat de beschermende regeling van die artikelen telkens opnieuw zou gaan gelden wanneer een periode van verlof wordt onderbroken door een periode van werken in loondienst. Dat terwijl de duidelijke bedoeling van deze wet is om voor perioden van maximaal zes maanden verlof belemmeringen weg te nemen. Met het oog daarop is bepaald in een nieuwe zin bij die artikelleden dat onderbrekingen in de verlofperioden die minder dan één maand bedragen, niet leiden tot onderbreking van de verlofperiode.

3

De wijzigingen in de WW zijn toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag. Bij de definitiebepaling van onbetaald verlof wordt niet langer bepaald dat geen loon mag worden ontvangen. Daardoor valt een gedeeltelijk doorbetaald verlof ook onder de definitie. Alle overige wijzigingen, eveneens toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag, strekken er toe duidelijk aan te geven dat het wegnemen van belemmeringen in het kader van het recht op en de hoogte van de uitkering, een periode van maximaal 26 weken, dan wel zes maanden onbetaald verlof omvat. Een en ander betekent derhalve dat een periode van verlof, langer dan 26 weken (zes maanden), of een aantal perioden van verlof die in totaal een langere termijn dan die 26 weken (zes maanden) omvatten, verlagende effecten kunnen hebben op het recht op WW-uitkering en de hoogte van die uitkering.

4, 5 en 6

In de artikelen 6, eerste lid, onderdeel d, van de IOAW en 6, derde lid, onderdeel e, van de IOAZ werd abusievelijk verwezen naar een artikel 107 (van de Algemene bijstandswet). Thans wordt verwezen naar het daarmee corresponderende artikel in de IOAW en de IOAZ.

Wat de wijziging in de Toeslagenwet betreft geldt dat de verwijzing naar artikel 107 ook materieel onjuist is; het recht op toeslag is immers direct gekoppeld aan het recht op loondervingsuitkering.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

F. H. G. de Grave

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. P. W. Melkert