25 615
Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 1998

nr. 31
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 16 oktober 1998

Op 14 oktober heb ik met de HBO-raad afspraken gemaakt over de lange termijn agenda voor het hoger beroepsonderwijs. Deze afspraken betreffen:

1. De taakstelling op het beleidsterrein hoger beroepsonderwijs,

2. De meerjarenbeleidsagenda voor het hoger beroepsonderwijs.

Met deze brief informeer ik u over deze afspraken.

1. De taakstelling uit het Regeerakkoord

De HBO-raad heeft begrepen dat de rijksbrede bezuinigingen uit het regeerakkoord doorwerken in het Hoger Beroepsonderwijs. Het gaat om een bedrag van 176 miljoen gulden, inclusief de bezuinigingen uit de vorige kabinetsperiode. De HBO-raad heeft daarbij opgemerkt dat hij op het standpunt staat dat de bezuinigingen alleen dan realiseerbaar zijn, als er incidenteel extra middelen beschikbaar komen om het hbo te kunnen moderniseren en frictiekosten te kunnen opvangen. Ik heb toegezegd dat ik daartoe de mogelijkheden zal verkennen.

Daarnaast heb ik met de HBO-raad afgesproken dat de budgettaire implicaties van de voortgaande stijging van het aantal studenten zullen worden meegenomen bij de besluitvorming over de begroting 2000 in het voorjaar van 1999.

Ik heb toegezegd dat het hoger beroepsonderwijs in deze kabinetsperiode niet verder gekort zal worden. Uiteraard onder de voorwaarde dat zich geen majeure afwijkingen voordoen in de financieel economische vooruitzichten. Indien extra middelen aan de begroting van OCenW worden toegevoegd, zal het hoger beroepsonderwijs een hoge prioriteit vormen.

2. De meerjarenbeleidsagenda

Belangrijk onderdeel van de meerjarenbeleidsagenda is het terugdringen van het aanbodstekort van hoger opgeleiden. Flexibiliteit is daarbij het sleutelwoord. Met meer variatie in opleidingen en verdere invoering van «wederkerend leren» is het mogelijk om nieuwe groepen van middelbaar geschoolde werkenden, werkloze hoger opgeleiden en overige inactieven te scholen voor functies met grote arbeidsmarkttekorten. Ik zal gezamenlijk met de HBO-raad in overleg met de werkgevers treden en nagaan hoe dit beleid nader kan worden vormgegeven. De door de HBO-raad gevraagde incidentele middelen worden mede gezien als de investeringen in dit veranderingsproces. Daarbij wordt ook bekeken of eventuele belemmeringen in flankerende regelgeving, zoals studiefinanciering en bekostiging, kunnen worden weggenomen. Ook wordt bekeken hoe meer studenten een einddiploma kunnen behalen.

Speciale aandacht bij het terugdringen van arbeidsmarkttekorten vragen de lerarenopleidingen. Hiervoor zijn vernieuwingen en aanpassingen in de lerarenopleidingen noodzakelijk. Eind oktober zal ik een plan van aanpak presenteren.

De beleidsagenda bevat ondermeer de volgende onderdelen:

– Marktgerichtheid hogescholen;

– Regionale oriëntatie;

– Besturing

– Flexibiliteit

– Maatschappelijke vraag naar hoger opgeleiden

– Toelating

– Kwaliteit

Deze onderdelen zullen nader worden verkend en uitgewerkt in overleg met ondermeer de HBO-raad. De belangrijkste onderwerpen zullen hun vertaling moeten krijgen in het volgend jaar te verschijnen Hoger Onderwijs en Onderzoeksplan 2000 (HOOP 2000).

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

Naar boven