25 600 XVI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 1998

nr. 65
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 6 mei 1998

In artikel 14a van de Ziekenfondswet en artikel 39 van de Wet financiering volksverzekeringen, zoals die luiden na het van kracht worden van de Wet van 24 december 1997 tot wijziging van de regeling betreffende het verlenen van bijdragen van rijkswege aan de Algemene Kas, bedoeld in artikel 71 van de Ziekenfondswet, en het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, alsmede tot het treffen van een wettelijke basis voor het verlenen van rijksbijdragen aan instellingen die een publiekrechtelijke ziektekostenregeling uitvoeren, (Stb 1997,779), is bepaald dat van mutaties waardoor de bijdrage met meer dan f 25 000 000 wijzigt, de Eerste en Tweede Kamer schriftelijk mededeling wordt gedaan.

Gelet hierop deel ik u het volgende mee.

In de Voorjaarsbrief (Kamerstuk 25 974, nr 1) zijn een tweetal beleidswijzigingen aangekondigd die de rijksbijdragen wijzigen met een bedrag dat groter is dan f 25 000 000,-. Het gaat in beide gevallen om toevoegingen aan het begrotingsartikel Rijksbijdragen volksgezondheid met toepassing van het instrument van de zogenaamde eindejaarsmarge. Ten eerste wordt een bedrag van f 32 000 000,- toegevoegd ter financiering van het nog niet in 1998 uitvoeren van de voorgenomen tariefkorting in de fysiotherapie. Ten tweede wordt een bedrag van f 26 600 000,- toegevoegd in verband met de te leveren compensatie voor de algemene problematiek in de zorgsector.

Voor de goede orde wijs ik u er op dat deze mutaties reeds zijn opgenomen in de eerste suppletore wet, welke op 10 april 1998 bij de Tweede Kamer is ingediend.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Naar boven