25 600 XVI
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 1998

nr. 63
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Rijswijk, 10 april 1998

Tijdens het ordedebat van 31 maart jl. zijn door de fracties van PvdA, D66, VVD en CDA vragen gesteld bij het recent in de media aan de orde gestelde geval van hiv-besmetting bij de heer W. Koop. In antwoord op deze vragen kan ik u het volgende mededelen.

De in het begin van het «aids-tijdperk» met bloedproducten overgedragen hiv-besmettingen confronteren nog steeds velen met groot menselijk leed. Ook de heer Koop draagt de gevolgen van de onzekerheden waarmee het fenomeen van een nieuw met bloed overdraagbaar virus halverwege de jaren tachtig was omkleed. De risico's, zoals met name de hemofilie-patiënten die destijds liepen, zijn onder andere aan de orde gesteld in het rapport van de Nationale ombudsman van 18 juli 1995 (nr. 95/271) naar aanleiding van een klacht van de Nederlandse Vereniging van Hemofilie-Patiënten.

Voor de door de bovengenoemde fracties gevraagde opheldering wil ik verwijzen naar dit rapport van de Nationale Ombudsman. Daarin is de Ombudsman in de behandeling van het klachtonderdeel 4 namelijk reeds ingegaan op het gegeven dat hittebehandeld Factorate, het product in kwestie in onderhavige casus, in Nederland voor medisch gebruik werd aangeboden zonder dat er een expliciete invoervergunning was afgegeven. De Ombudsman oordeelde het daarbij als niet juist dat de minister van Volksgezondheid, verantwoordelijk voor de handhaving van de wettelijke voorschriften, niet is overgegaan tot het verbieden van de invoer van hittebehandeld Factorate, wegens het ontbreken van een invoervergunning.

Op de punten waarop de Ombudsman tot de conclusie is gekomen dat de overheid niet behoorlijk heeft gehandeld, heb ik direct na het uitbrengen van het rapport medegedeeld de bevindingen van de Ombudsman als gegeven te aanvaarden. In reactie op de bevindingen van de Ombudsman is ten departemente gekeken hoe de door de Ombudsman als onbehoorlijk geschetste gedragingen konden worden verbeterd. Daarbij kon op het punt van de toelating van buitenlandse bloedproducten worden geconcludeerd dat – ten opzichte van de door de Ombudsman onderzochte periode – zowel de wettelijke regelingen, als de hantering van die regelingen zodanig waren gewijzigd, dat de ministeriële verantwoordelijkheid terzake op adequate wijze kan worden vormgegeven.

Verder heb ik – zonder een inhoudelijk oordeel uit te spreken over de argumentatie bij de beoordeling van de Ombudsman – de bij de overheid neergelegde verantwoordelijkheid als uitgangspunt genomen bij het opstellen van een voor de betreffende hemofiliepatiënten generale financiële tegemoetkoming op moreel-bestuurlijke gronden.

Voor zover de fracties bij hun vraag naar onderzoek appelleren aan een behoefte aan duidelijkheid ten behoeve van de individuele gebruikers van hittebehandeld Factorate, rijst de vraag wat daarmee kan worden bereikt. Zo is met slechts het gegeven dat iemand is behandeld met hittebehandeld Factorate in de situatie waarin er geen sprake was van een specifieke invoervergunning voor dit product, vooralsnog geen oorzakelijk verband te leggen tussen het gebruik van dit product en de (eventueel) op enig moment geconstateerde hiv-besmetting, noch is daarmee een uitspraak te doen ten aanzien van de verantwoordelijkheid ten aanzien van het gelopen risico.

Waar ik eerder heb gekozen om het leed van de individuele betrokkenen te benaderen via de hiervoor geschetste generale aanpak van de financiële tegemoetkoming en niet via de – waar al mogelijk en in ieder geval – langdurige, pijnlijke en moeizame uitdieping van de individuele casuïstiek, lijkt mij een onderzoek ter benoeming van de individuele gebruikers niet aangewezen.

Waar betreffende behoefte hebben aan informatie, zal de ten departemente beschikbare informatie vanzelfsprekend worden verstrekt.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers

Naar boven