Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 25600-XVI nr. 23 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 1997-1998 | 25600-XVI nr. 23 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Rijswijk, 7 november 1997
Met deze brief informeer ik u over twee toezeggingen aangaande de Rutgers Stichting die ik heb gedaan in het kader van het JaarOverzicht Zorg 1998 en de Begroting 1997. Ten eerste heb ik in het JaarOverzicht Zorg 1998 aangegeven dat de seksualiteitshulpverlening door de Rutgers Stichting niet onder het RIAGG-kader wordt gebracht en de financiering hiervan via de begroting blijft lopen. Hieronder geef ik de redenen die aan dit besluit ten grondslag liggen.
Ten tweede heb ik bij de begrotingsbehandeling op 4 december 1996 – naar aanleiding van een vraag van de heer Van Boxtel – toegezegd om de mogelijkheid van anonieme pilverstrekking door de Rutgers Stichting met deze organisatie te bespreken. In deze brief wil ik u eveneens informeren over de uitkomst van dit gesprek.
Financiering seksualiteitshulpverlening
In mei 1995 heb ik u op de hoogte gesteld van mijn voornemen om de subsidie aan de Rutgers Stichting te verminderen. Bij de (getemporiseerde) afbouw van de subsidie was het waarborgen van de specifieke deskundigheid van de seksuologische hulpverlening één van de uitgangspunten. Daarom is toen besloten om deze hulpverlening voor een bedrag van twee miljoen gulden te financieren vanuit de AWBZ door middel van toevoeging aan het RIAGG-kader. De overweging hierbij was dat seksuologische hulpverlening eigenlijk tot de reguliere taken van de RIAGG behoort. In de afgelopen tijd zijn hierover gesprekken gevoerd met de vereniging GGZ Nederland, Zorgverzekeraars Nederland, de Ziekenfondsraad en de Rutgers Stichting. De betrokken partijen zijn tot de conclusie gekomen dat de inpassing van de seksualiteitshulpverlening in het RIAGG-kader niet zo eenvoudig is als het op het eerste gezicht lijkt. Hieronder ga ik kort in op de twee belangrijkste problemen.
Het belangrijkste nadeel is dat de seksuologische hulpverlening qua aard en uitvoering niet aansluit bij het wettelijke hulpaanbod van de RIAGG. In tegenstelling tot de reguliere RIAGG-hulpverlening is bij seksuologische hulpverlening niet de psychische maar de seksuologische problematiek dominant. Seksuologische problemen vereisen een andere multi-disciplinaire aanpak waarbij aandacht is voor onder meer fysieke, psychische en sociale aspecten. Deze expertise is bij de Rutgers Stichting aanwezig. Een dergelijke multi-disciplinaire seksuologische hulpverlening past echter niet in het wettelijke hulpverleningsaanbod van de RIAGG's. Zij horen wel de deskundigheid in huis te hebben om seksuologische problemen bij hun cliënten te herkennen en zo nodig door te verwijzen. Deze kennis is echter nog niet altijd in voldoende mate voorhanden bij de RIAGG's, maar wel bij de Rutgers Stichting. Deze stichting zal de kennis met betrekking tot het signaleren van seksuologische problemen moeten overdragen aan de RIAGG's.
Een ander knelpunt is de eigen bijdrage-regeling van de Rutgers Stichting. Deze regeling houdt in dat cliënten een inkomensafhankelijke bijdrage betalen voor de hulpverlening. Een dergelijke eigen bijdrage geldt – met uitzondering van de (vaste bijdrage voor) de psycho-therapie – niet voor de RIAGG-hulpverlening. Het onderbrengen van de seksuologische hulpverlening in het RIAGG-aanbod zou daarom een extra kostenstijging van een half miljoen betekenen, uitgaande van de huidige vraag.
Alles overwegende meen ik dat de financiering van de Rutgers Stichting voor de seksuologische hulpverlening via de begroting moet worden gecontinueerd. Dit houdt in dat deze stichting deze multi-disciplinaire hulpverlening blijft uitvoeren. Ik blijf overigens van mening dat het signaleren van mogelijke seksuologische problemen onderdeel is van het takenpakket van de RIAGG's. Daarom zal ik een intensieve samenwerking tussen de Rutgers Stichting en de Vereniging GGZ Nederland bevorderen waarbij de kennisoverdracht van de Rutgers Stichting aan de RIAGG's centraal staat; daarbij kan worden aangesloten bij de samenwerkingsrelaties die op regionaal niveau zijn gegroeid tussen de Rutgers Stichting en de individuele RIAGG's.
Een andere kwestie waarover ik u wil informeren is de anonieme pilverstrekking. De heer Van Boxtel heeft mij vorig jaar gevraagd naar de mogelijkheden van anonieme pilverstrekking door de Rutgers Stichting. Het betreft de eventuele privacy-problemen, nu de pil onder de eigen bijdrage-regeling in de ziekenfondsverzekering valt. Hierdoor kan via de eigen bijdragenoverzichten aan de hoofdverzekerden duidelijk worden dat een van de gezinsleden de anti-conceptie pil gebruikt. Inmiddels heeft er overleg met de Rutgers Stichting plaatsgevonden. Afgewacht moet worden of de Rutgers Stichting hier daadwerkelijk uitkomst kan bieden.
De privacy van iedereen die gebruik maakt van de diensten van de Rutgers Stichting is gewaarborgd. Er wordt geen rekening naar het huisadres gezonden. Daarbij komt dat de Rutgers Stichting gespecialiseerd is in deze hulpverlening, hetgeen voor veel vrouwen een reden is om hier heen te gaan. Er zijn wel kosten verbonden aan een consult. Die kosten variëren naar leeftijd. Een jongere tot en met 18 jaar betaalt f 18,00 (inclusief pilverstrekking) voor een consult. Per regio zitten kleine verschillen in de kosten van een consult voor een volwassene. Een cliënt ouder dan 18 jaar betaalt in 1998 gemiddeld f 43,50 (exclusief pilverstrekking). Aangezien de Rutgers Stichting niet in elke provincie een vestiging heeft, kunnen daar ook nog de nodige reiskosten bovenop komen.
Als een vrouw of meisje alleen vanwege privacy-overwegingen naar de Rutgers Stichting gaat, ligt een andere oplossing voor de hand. Door de kosten voor de pil bij de apotheek zelf te betalen, komt dit niet op het eigen bijdragen-overzicht. De kosten van de pil variëren van f 17,80 tot f 60,00 per half jaar (6 strippen). Verder brengt de apotheek per recept f 10,60 in rekening (op basis van de Wet Tarieven Gezondheidszorg).
Het bovenstaande houdt in dat de Rutgers Stichting – met name voor de jongeren – een belangrijke functie kan blijven vervullen bij het anoniem verstrekken van de pil. In dit kader acht ik het ook voor de toekomst van belang dat de Rutgers Stichting het lage jongerentarief zal handhaven.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25600-XVI-23.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.