25 535
Regiobeleidsdocumenten/landenbeleids- documenten

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 12 september 1997

In bijlage heb ik de eer U een drietal regiobeleidsdocumentenaan te bieden: Mercosur, Midden-Europa en Midden-Oosten.1 De aanbieding vindt wat later plaats dan aanvankelijk bedoeld. Het bleek in verband met de vele verplichtingen van het Voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van dit jaar tot mijn spijt niet mogelijk de documenten eerder te voltooien.

De genoemde documenten zijn de eerste van deze aard die de Kamer bereiken. Een algemene toelichting is derhalve op haar plaats.

Regiobeleidsdocumenten beogen een beeld te geven van de betreffende regio, het Nederlandse beleid en de instrumenten die daarvoor beschikbaar zijn. Zij worden bewust zo kort mogelijk gehouden. De beschrijving van de situatie in de regio beperkt zich tot wat voor goed begrip nodig is. De documenten schetsen vervolgens een geïntegreerd beleidskader en geven een overzicht van de instrumenten waarmee dat kan worden ingevuld.

Het bieden van een geïntegreerd beleidskader is mogelijk omdat aan de totstandkoming van de documenten alle departementen meewerken die belangstelling hebben voor of actief zijn in de betrokken regio. De coördinatie vindt plaats door de nieuwe regiodirecties van mijn departement, die, sinds de herijking van het buitenlands beleid ook in organisatorische zin haar beslag kreeg, o.m. belast zijn met de verwerving van integrale landenkennis en beleidsvoorbereiding op die basis.

De documenten bedoelen een beleidskader te bieden voor de komende jaren. Het zijn dus documenten op hoofdlijnen. Uitgewerkt beleid komt op basis van Memories van Toelichting, notities n.a.v. actuele gebeurtenissen e.d. in gemeen overleg met de Kamer tot stand. De documenten moeten immers wel richting geven aan, maar mogen uiteraard geen keurslijf vormen voor het beleid; te veel detail zou het risico van dat laatste met zich meebrengen.

De documenten richten zich tot een brede groep van belangstellenden, niet alleen binnen de overheid, maar ook daarbuiten. Gebleken is reeds dat bv. bij bedrijfsleven en NGO's veel belangstelling bestaat. Het is mede met het oog op een ruime, geïnteresseerde lezerskring dat de documenten kort en zo helder en duidelijk mogelijk zijn gehouden en dat getracht is om te vermijden dat de overheid voornamelijk tot zichzelf spreekt. Het moge ook duidelijk zijn dat het openbare karakter van de documenten grenzen stelt aan wat daarin kan worden opgenomen.

Zoals boven gesteld zijn de documenten tot stand gekomen in interdepartementaal overleg. Vormen zij enerzijds het eindprodukt van dat overleg, anderzijds vormen zij tevens het beginpunt voor verder overleg tussen de departementen: van integraal beleid is pas sprake niet als het op papier is neergeschreven, maar als daaraan daadwerkelijk wordt vorm gegeven. Hetzelfde geldt voor de betere afstemming van de instrumenten die Nederland bij de vormgeving van zijn beleid ter beschikking staan. Bij dit laatste teken ik overigens als coördinerend Minister voor de Homogene Groep Internationale Samenwerking met voldoening aan dat met de ministers Pronk en Wijers reeds overeenstemming is bereikt over een betere afstemming op het snijvlak van economische en ontwikkelingssamenwerking, hetgeen in het komende jaar verbetering van het export- en investeringsinstrumentarium mogelijk maakt.

Naast regiobeleidsdocumenten worden ook landenbeleidsdocumenten geschreven. Voor hen geldt hetzelfde als wat hierboven over de regiodocumenten gezegd is.

In de komende maanden zal de Kamer beleidsdocumenten ontvangen m.b.t. tot China, het Caraïbisch gebied en Sub-Sahara Afrika. Zij zullen in 1998 worden gevolgd door o.m. documenten m.b.t. Duitsland, Rusland en de Verenigde Staten, Zuid-Azië, ASEAN, het Andesgebied, de Golfstaten en Marokko.

De beleidsdocumenten worden door de Minister van Buitenlandse Zaken aan de Kamer aangeboden. Zij weerspiegelen gezien hun geïntegreerde karakter de opvattingen van de regering als geheel. De documenten zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met alle betrokken Ministers, in het bijzonder met de Ministers die ook in organisatorisch opzicht het meest betrokken zijn bij het herijkingsproces: de Ministers van Economische Zaken, voor Ontwikkelingssamenwerking en ikzelf. In principe zullen deze laatste drie Ministers aan het overleg met de Kamer deelnemen. Ik zou het op prijs stellen indien ook andere bewindslieden daartoe in staat zouden worden gesteld wanneer zulks van de zijde van de Kamer of van de Regering wenselijk wordt geacht.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

H. A. F. M. O. van Mierlo


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven