25 533
Regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)

nr. 76
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID ROETHOF C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 54

Ontvangen 3 april 1998

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Na artikel 18.10 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 18.11

1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 9.1, eerste en tweede lid, 20.1, vierde lid, en 20.3, vierde lid, wordt, met uitzondering van de eerste keer dat een dergelijke algemene maatregel wordt vastgesteld, niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Binnen vier weken na de overlegging kan door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen worden gegeven dat het in het ontwerp te regelen onderwerp bij de wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend.

2. Een krachtens de artikelen 3.1, eerste lid, 4.10, tweede lid, 4.10, derde lid, 6.1, zevende lid, en 6.9, vijfde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal. De eerste en tweede volzin vinden de eerste keer dat de maatregel wordt vastgesteld, geen toepassing.

Toelichting

Het bij dit amendement ingevoegd nieuwe artikel regelt de parlementaire betrokkenheid bij een aantal uitvoeringsregelingen.

Ingevolge het eerste lid wordt voorafgaand aan de voordracht voor een aantal amvb's, het ontwerp daarvan aan de beide kamers overgelegd. Deze hebben vier weken de tijd voor overleg met de minister en kunnen binnen die termijn ook om regeling bij wet vragen. Het betreft amvb's over de aanwijzing van universele diensten en de regels betreffende prijs en kwaliteitsniveau daarvan, over de criteria voor de tarieven van telex- en telegraafdienst, en over de vaststelling van de termijnen waarvoor de WTV-vergunningen gelden.

Het tweede lid geeft de kamers middels de uitgestelde inwerkingtreding gelegenheid om over een aantal vastgestelde amvb's met de minister van gedachten te wisselen, alvorens die amvb's in werking treden.

Het ingevoegde artikel vindt geen toepassing op de eerste vaststelling van de genoemde algemene maatregelen van bestuur.

Roethof

Van Zuijlen

Leers

Naar boven