25 533
Regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)

nr. 64
MOTIE VAN HET LID H. G. J. KAMP

Voorgesteld 31 maart 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

stelt vast, dat in de voorgestelde Telecommunicatiewet een bepaling is opgenomen die inhoudt dat openbare telecommunicatienetwerken en -diensten aftapbaar moeten zijn;

overwegende, dat reeds geruime tijd bekend was dat deze opvatting van de regering in ieder geval betrekking heeft op openbare vaste en mobiele telefoonnetwerken en -diensten;

voorts overwegende, dat daarentegen de opvatting van de regering dat ook internet-verkeer aftapbaar moet zijn niet reeds geruime tijd bekend was, waardoor de technische en financiële consequenties daarvan nog onvoldoende duidelijk zijn en de betrokken aanbieders zich nog onvoldoende hebben kunnen voorbereiden;

spreekt uit van mening te zijn dat de Minister voor een overgangsperiode op grond van artikel 13.8 van de voorgestelde wet een ontheffing voor internet-verkeer van de aftapverplichting zou moeten geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

H. G. J. Kamp

Naar boven