25 533
Regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)

nr. 63
MOTIE VAN DE LEDEN H.G.J. KAMP EN LEERS

Voorgesteld 31 maart 1998

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat zowel de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) als de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) en de Minister van Verkeer en Waterstaat belast zijn met het toezicht op onderdelen van de telecommunicatiemarkt;

voorts constaterende, dat voor de bestuurlijke verhouding tussen NMA en OPTA het overeenstemmingsvereiste is gesteld met betrekking tot de toepassing van regels ten aanzien van ondernemingen met een economische machtspositie en dat de Ministers van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat een algemene regel geven indien NMa en OPTA geen overeenstemming bereiken;

overwegende, dat op deze wijze geen optimale duidelijkheid wordt bereikt, de onafhankelijkheid van OPTA ter discussie staat en de overgang naar normale marktverhoudingen in de telecommunicatiesector kan worden vertraagd;

spreekt uit van mening te zijn dat zo spoedig mogelijk na de omzetting van NMA in een zelfstandig bestuursorgaan, OPTA als tijdelijke kamer bij NMa moet worden ondergebracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

H.G.J. Kamp

Leers

Naar boven