nr. 12
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 24 juni 1998
Met mijn brief van 11 februari 1998 (Kamerstukken II 1997/98, 25 518,
nr. 4) en het overleg met u daarover op 17 maart jl. heb ik u geïnformeerd
over mijn voornemen een strategisch clusterproject op te zetten gericht op
starters in de Informatie- en Communicatietechnologie (ICT), in deze brief
verder aangeduid als het «Twinning Concept». Sindsdien heeft dit
initiatief een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt, wat voor mij aanleiding
is om u thans nader te informeren over enkele voornemens tot aanpassingen
in en versnelling van het Twinning Concept.
Oorspronkelijk voorstel
Teneinde de in het Software Actieplan en de nota Kennis in Beweging opgenomen
ambitie te verwezenlijken dat Nederland na het jaar 2000 in Europa tot de
koplopers in de informatiesector behoort, heb ik onder andere het initiatief
genomen voor het zogenaamde Twinning Concept. Dit Concept beoogt een coaching-
en financieringsmechanisme te creëren voor startende en groeiende ondernemingen
in de ICT die zich richten op het voortbrengen van exporteerbare producten
en diensten. Het Twinning Concept bestaat uit het Twinning Netwerk, de Twinning
Centers, het Twinning Start Fonds en het Twinning Groei Fonds. De implementatie
zou, mede om budgettaire overwegingen, in twee fasen geschieden zodat het
initiatief aangepast zou kunnen worden aan de reacties uit de markt. Voor
de eerste fase (Twinning Start Fonds en realisatie van één Twinning
Center) is f 40 mln beschikbaar binnen de EZ-begroting.
Ontwikkelingen sedert 11 februari jl.
In mijn brief van 11 februari kon ik u reeds melden dat de heer R. Pieper
bereid is gevonden om als trekker van het Twinning Netwerk te fungeren. De
heer Pieper heeft deze rol voortvarend opgepakt.
Inmiddels is gebleken dat een aantal venture capital maatschappijen geïnteresseerd
is in vroege betrokkenheid bij het Concept. Vanuit het belang
dat zij daaraan hechten zijn deze financiers ook bereid tot co-investeren
in het Twinning Start Fonds (voor f 10 à f 15 mln). In dat
kader is het van belang gebleken vroegtijdig perspectief te kunnen bieden
in de vorm van het concretiseren van het Twinning Groei Fonds.
De heer ir. M. Ververs heb ik bereid gevonden om als vertrouwenspersoon
te fungeren in het selectieproces van de vestigingsplaats van het eerste Twinning
Center. Aan de hand van de inmiddels door vele steden ter zake ingediende
voorstellen heeft hij mij laten weten zeer te spreken te zijn over de kwaliteit
van enkele voorstellen. Hij gaf aan dat het zijns inziens in de rede ligt
tot het opstarten van meer dan één Twinning Center te komen.
Naar aanleiding van de campagne (New Venture '98) om potentiële starters
te interesseren voor het Twinning Concept is gebleken dat zowel het aantal
als ook de kwaliteit van de ontvangen voorstellen boven verwachting is. Het
aantal potentiële starters lijkt de capaciteit van één
Twinning Center ver te boven te gaan.
Bredere basis start Twinning Concept
Gezien de positieve reacties van de doelgroep, de bereidheid van externe
financiers om te participeren in het Twinning Start Fonds, het advies van
de heer Ververs en de budgettaire mogelijkheden ben ik voornemens aan het
Twinning Concept een bredere startbasis te verbinden. In de eerste plaats
wil ik thans reeds twee steden noemen waarin de Twinning organisatie op basis
van de ingediende voorstellen een Twinning Center kan realiseren. Op basis
van het advies van de heer Ververs kies ik voor de voorstellen van Amsterdam
en Eindhoven. Deze beslissing heb ik heden aan de steden bekend gemaakt. Indien
het volgend kabinet een positief besluit neemt over de tweede fase van het
Twinning Concept, zullen er naar verwachting additioneel nog twee Twinning
Centers kunnen worden gerealiseerd. Dit betekent dat in zo'n tweede fase ook
nog andere steden kans maken op de honorering van hun voorstellen.
De vroegtijdige betrokkenheid van venture capitalists bij het Twinning
Concept is van wezenlijk belang voor de resultaten en de continuïteit
van het Twinning Concept. In lijn daarmee ben ik graag bereid continuïteit
te bieden door reeds nu het Twinning Start Fonds en het Twinning Groei Fonds
gelijktijdig te realiseren.
Bovenstaande verbreding van het basisconcept vraagt een additioneel budget
van ca. f 30 mln. De totale begroting voor de eerste fase van het Twinning
Concept komt hiermee op f 70 mln, waarvan circa de helft als vermogen
voor beide fondsen wordt ingezet en de andere helft nodig is voor de implementatie
van het Concept alsmede voor de geraamde exploitatie-kosten in de periode
tot 2003.
De additioneel benodigde f 30 mln heb ik gevonden door een verschuiving
van f 20 mln binnen een onderdeel van artikel 02.02 specifieke bedrijfsgerichte
technologiestimulering, het begrotingsdeel voor het beleidsveld waartoe ook
Twinning behoort. Daarnaast heb ik het budget met f 10 mln aangevuld
vanuit het KREDO-budget (artikel 02.09), de stimuleringsregeling voor elektronische
diensten.
Hoe verder
Op korte termijn wordt de juridische structuur van het Twinning Concept
verder uitgewerkt. Ik streef er naar de hiervoor noodzakelijke mededeling
aan het parlement, bedoeld in artikel 29 van de Comptabiliteitswet, spoedig
na het zomerreces te doen.
Alles is er op gericht het eerste Twinning Center nog in dit jaar van
de grond te krijgen. Om er voor te zorgen dat de Twinning Centers direct na
de oprichting van de betrokken rechtspersonen hun werk kunnen gaan doen, zullen
er op vrij korte termijn al bindende afspraken moeten worden gemaakt, onder
meer met betrekking tot de huisvesting van Centers. Ik heb de heer Pieper,
de beoogd president-commissaris van de Twinning Holding B.V., bereid gevonden
leiding te geven aan de nodige voorbereidingsactiviteiten tot aan de oprichting.
Hij zal daartoe fungeren als vertegenwoordiger van Twinning Holding B.V. i.o.
Omtrent de omscholing van de nu voorgestane realisatie (eerste fase) naar
het volledige Concept (tweede fase) zou de Kamer, zoals ik dat nu kan overzien,
in het laatste kwartaal van dit jaar kunnen worden geïnformeerd. Het
is uiteraard aan het volgende kabinet om een besluit te nemen. Gezien de huidige
reacties vanuit de markt zal er mijns inziens dan ook een realistische basis
zijn voor zo'n besluit.
De Minister van Economische Zaken,
G. J. Wijers