25 486
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (VII) voor het jaar 1996 (slotwet)

nr. 3
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 26 september 1997

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,1 belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen. De daarop door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij tevens afgedrukt. Met de vaststelling van dit verslag acht de commissie de openbare behandeling van dit voorstel van wet voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De waarnemend griffier van de commissie,

Nava

I Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen)

Artikel 02.05 Bevordering doelmatig bestuur

1

Welk deel van de onderschrijding is te verklaren uit de intrekking van het wetsvoorstel Stadsprovincie Rotterdam?

Waaruit bestaan de overige posten van de onderschrijding?

De raming van de uitgaven voor het project vernieuwing bestuurlijke en financiële organisatie (VBO/VFO) bedroeg f 1,265 mln; de realisatie is uitgekomen op f 0,588 mln. De onderschrijding samenhangend met de intrekking van het wetsontwerp Stadsprovincie Rotterdam kan derhalve bepaald worden op het verschil ad f 0,677 mln.

Tevens waren er (geringe) onderschrijdingen op de activiteiten Organisatie rijksdienst (f 0,014 mln) en Projecten samenwerking Oost-Europa (f 0,033 mln).

Artikel 02.07 Paspoortbeleid

2

Welk deel van deze onderschrijding wordt verklaard door het temporiseren van de paspoortenproductie? Hoeveel paspoorten zijn minder geproduceerd dan werd voorzien? Waaruit bestaan de overige posten?

De onderschrijding op artikel 02.07 betrof voor 1996 f 1,630 mln op een uitgavenraming van f 31,834 mln. Door de productie van reisdocumenten te temporiseren – er werden in 1996 34 300 paspoorten en 700 000 Europese identiteitskaarten minder geproduceerd – werden de uitgaven verminderd met f 3,358 mln. Daartegenover stonden niet voorziene uitgaven tot een totaalbedrag van ca. f 1,7 mln, die hoofdzakelijk verband hielden met het automatiseringsproject PIVA, dat zich richt op de verbetering van de inrichting van de bevolkingsadministratie op de Nederlandse Antillen en Aruba.

De overige posten hebben betrekking op automatisering, voorlichting en het geven van ondersteuning (onder meer in de vorm van hulpmaterialen) aan de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel 03.04 Zorgwet VVTV

3

Kan kwantitatief worden aangegeven waarom de verstrekte uitkeringen lager zijn uitgevallen? Is het aantal VVTV-ers minder dan geraamd? Of worden bepaalde posten niet benut? Loopt de verwerkingscapaciteit van de gemeenten achter?

In aanvulling op de vermelde kengetallen en volume- en prestatiegegevens in de artikelsgewijze toelichting bij de rekening kan nog het volgende worden opgemerkt. Het verschil tussen de raming en de realisatie van de Zorgwet VVTV in 1996 wordt in hoofdlijnen veroorzaakt door de volgende factoren:

– In de ontwerp-begroting 1996 is uitgegaan van ongeveer 8300 VVTV-verleningen; uiteindelijk zijn 6300 VVTV's verleend.

– In het najaar (november/december) van 1995 hebben ongeveer 3200 statusomzettingen (VVTV- wordt A-status) plaatsgehad. Ten tijde van de totstandkoming van de ontwerp-begroting 1996 waren deze omzettingen niet voorzien.

– Als gevolg van de lange termijn voor het opstellen van de gemeentelijke declaraties zullen er in 1997 nog nabetalingen plaatsvinden die toe te schrijven zijn aan 1996.

– De inrichtingskostenvergoeding over het 2e halfjaar van 1996 zal niet eerder dan in 1997 worden uitgekeerd.

Artikel 05.23 Bijdragen regionale politie

4

Op welk moment is het nieuwe Budgetverdeelsysteem ingevoerd? Welke extra uitgaven waren daarmee gemoeid?

Het nieuwe budgetverdeelstelsel (BVS) is ingevoerd per 1 oktober 1996. Het politiebudget stijgt aanmerkelijk als gevolg van maatregelen die in deze kabinetsperiode zijn genomen. Deze stijging staat los van de invoering van het nieuwe budgetverdeelstelsel. De invoering van het BVS is budgettair neutraal.

Artikel 05.24 Overige uitgaven regionale politie

5

Hoeveel stadswachten minder zijn aangesteld dan werd geraamd?

De conclusie van de AR is ontleend aan een wellicht wat ongelukkige formulering in de artikelsgewijze toelichting. Er was namelijk niet vermeld dat er sprake zou zijn van aanstellingen van een lager aantal stadswachten dan geraamd. De artikelsgewijze toelichting spreekt van een beroep op de stimuleringsregeling. Op basis van de subsidieregeling stadswachten 1995 leefde de verwachting dat er meer gedaan zou worden aan uitbreiding van bestaande stadswachtorganisaties en op basis daarvan is het beschikbare budget eenmalig opgehoogd. In werkelijkheid kwam er een uitbreiding met een aantal nieuwe stadswachtorganisaties.

6

Wat zijn de oorzaken van de vertraagde uitvoering van de modificatie Walther P-5?

Problemen bij de uitvoeringsorganisatie hebben ertoe geleid dat de uitvoering van de modificatie van de Walther P-5 later is gestart. De uitvoering vindt gefaseerd plaats, gespreid over drie jaar. De uitvoering ligt op schema.

Artikel 09.02 Personeelsbeleid Algemene Bestuursdienst

7

Hoe groot was het tekort aan capaciteit om de geplande activiteiten uit te kunnen voeren?

Het bureau ABD is in september 1995 operationeel geworden. Het groeimodel dat het bureau voorstaat bracht met zich mee dat de personele capaciteit gradueel werd aangepast aan de in ontwikkeling zijnde taken; het bureau is dan ook gestart met 5 fte, in de loop van 1996 aangevuld met nog eens 5 fte. Door persoonlijke omstandigheden zijn twee MT-leden gedurende een periode van een half jaar uitgevallen, waardoor een tekort aan capaciteit voor de begeleiding van projecten en onderzoeken ontstond.

II Wetsartikel 2 (ontvangsten)

Artikel 02.03 Overige ontvangsten

8

Om hoeveel niet gerealiseerde Melkertbanen gaat het?

Volgens de definitieve opgave van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waren per ultimo 1996 in de 48 steden 9574 van de 10 000 arbeidsplaatsen gerealiseerd. Het resterende aantal van 426 arbeidsplaatsen wordt in 1997 ingevuld.


XNoot
1

Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Gabor (CDA), Koekkoek (CDA), Nijpels-Hezemans (Groep Nijpels), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Hoekema (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Essers (VVD), Dittrich (D66), De Graaf (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF), Rehwinkel (PvdA) en vacature PvdA.

Plv. leden: Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg (PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Jeekel (D66), Van Heemst (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA), Feenstra (PvdA), Verhagen (CDA), Van der Stoel (VVD), Mateman (CDA), Mulder-Van Dam (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Van Boxtel (D66), Korthals (VVD), Luchtenveld (VVD), Assen (CDA), Bakker (D66), Klein Molekamp (VVD), Leerkes (U55+), Van Oven (PvdA) en M. M. van der Burg (PvdA).

Naar boven