25 474
Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten met het oog op de aanpassing van enkele strafbepalingen in verband met de verordening (EG) nr. 3295/94 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden (PbEG L 341) en de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, Bijlage 1C, Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trb. 1995, 130)

B
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT

Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 4 augustus 1997 en het nader rapport d.d. 6 augustus 1997, aangeboden aan de Koningin door de minister van Justitie. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.

Bij Kabinetsmissive van 30 juli 1997, no.97.003657, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Auteurswet 1912 en de Wet op de naburige rechten met het oog op de aanpassing van enkele strafbepalingen in verband met de verordening (EG) nr.3295/94 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 1994 tot vaststelling van maatregelen om het in het vrije verkeer brengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de plaatsing onder een schorsingsregeling van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen te verbieden (PbEG L 341) en de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, Bijlage 1C, Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trb.1995, 130).

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 30 juli 1997, nr. 97.003657, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake bovenvermeld voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies, gedateerd 4 augustus 1997, nr. W03.97.0282., bied ik U hierbij aan.

1. In paragraaf 3.3 van de memorie van toelichting (Artikel I, artikel 337, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht) wordt een verband gelegd met het begrip «stelselmatigheid». Volgens de toelichting strekt het nieuwe tweede lid ertoe de strafmaat te verhogen voor de gevallen waarin het delict stelselmatig wordt gepleegd. Van stelselmatigheid kan volgens de toelichting worden gesproken wanneer sprake is van het beroeps- of bedrijfsmatig plegen van deze delicten. De Raad van State wijst erop dat door het gebruik van het begrip stelselmatigheid in de memorie van toelichting verwarring kan ontstaan omdat de bepaling een ruimere strekking wordt toegedicht dan gelet op de bewoordingen van artikel 31b van de Auteurswet 1912, respectievelijk artikel 23 van de Wet op de naburige rechten mogelijk is. Het tweede lid heeft slechts betrekking op het beroeps- of bedrijfsmatig uitoefenen van het bedoelde delict; een opzet die aansluit bij artikel 61 van de op 15 april 1994 te Marrakesh totstandgekomen Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trb.1995, 130) («op commerciële schaal»). Gelet op deze ongewenste effecten adviseert de Raad van het gebruik van de term stelselmatigheid in de memorie van toelichting af te zien.

1. De opmerkingen van de Raad van State hebben geleid tot wijziging van paragraaf 3.3 van de memorie van toelichting. De paragraaf is gedeeltelijk herschreven teneinde eventuele verwarring over de reikwijdte van het voorgestelde tweede lid van artikel 337 van het Wetboek van Strafrecht te voorkomen. Conform het advies van de Raad van State is daarbij het gebruik van het woord «stelselmatig» vermeden.

2. In paragraaf 3.1 van de memorie van toelichting (Artikel I, artikel 337, van het Wetboek van Strafrecht) is ten onrechte aangegeven dat in de memorie van toelichting op het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht inzake algemene strafbaarstelling van voorbereidingshandelingen (kamerstukken II 1990/91, 22 268, nr. 3, blz. 18) een verklaring wordt gegeven van het begrip «uitvoeren». In de bedoelde passage komen slechts de begrippen invoeren en doorvoeren aan de orde. De Raad adviseert de memorie van toelichting op dit punt aan te passen.

2. Overeenkomstig het advies van de Raad van State is de passage in paragraaf 3.1 van de memorie van toelichting betreffende de voorgestelde begrippen «invoeren», «doorvoeren» en «uitvoeren» aangepast. De door de Raad geconstateerde onjuiste voorstelling van zaken, inhoudende dat de memorie van toelichting op het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht inzake de strafbaarheid van voorbereidingshandelingen (kamerstukken II 1990/91, 22 268, nr. 3, blz. 18) uitleg geeft over het begrip «uitvoeren», is rechtgezet.

3. Voor enkele redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.

3. De door de Raad gemaakte redactionele kanttekeningen zijn in de memorie van toelichting verwerkt.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.

De Vice-President van de Raad van State,

H. D. Tjeenk Willink

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Justitie,

W. Sorgdrager

Bijlage bij het advies van de Raad van State van 4 augustus 1997, no.W03.97.0282, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

– De in de memorie van toelichting veelvuldig gebruikte afkorting «TRIPS's» de eerste keer voorzien van een voluit geschreven verklaring: Trade related aspects of intellectual property rights.

– In paragraaf 4 van de memorie van toelichting de vindplaatsen aangeven van de door de Economische Controledienst en de door de BUMA/STEMRA ter beschikking gestelde informatie.

Naar boven