Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201225422 nr. 91

25 422 Opwerking van radioactief materiaal

Nr. 91 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 februari 2012

Uw vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie heeft mij per brief van 20 januari 2012 (ref 2012Z00233/2012D02121) gevraagd om een kabinetsreactie op de recente berichtgeving inzake de eigendomsverhoudingen van URENCO, evenals de positie van de Nederlandse regering hierbij, te ontvangen uiterlijk een week voor het verzamel-AO energie op 9 februari 2012.

Mede namens de ministers van Financiën en van Buitenlandse Zaken kan ik u het volgende meedelen.

Het uraniumverrijkingsbedrijf URENCO is eigendom van de Nederlandse overheid (1/3), de Britse overheid (1/3) en de Duitse private bedrijven E.On en RWE (1/3).

De samenwerking en de waarborgen daarbij ten aanzien van non-proliferatie, veiligheid en beveiliging zijn vastgelegd in het Verdrag van Almelo uit 1970. Een Gemengde Commissie van overheidsvertegenwoordigers uit de drie landen ziet toe op de naleving van het Verdrag door URENCO.

Voorop staat, juist omdat URENCO een bedrijf is dat opereert met gevoelige nucleaire technologie, dat bij een eventuele verkoop door welke aandeelhouder dan ook de publieke belangen, waaronder non-proliferatie, veiligheid en beveiliging, geborgd moeten blijven en dat conform de bepalingen van het Verdrag van Almelo wordt gehandeld. Dit is en blijft mijn inzet in alle gesprekken over de eigendomsverhoudingen van URENCO met de beide andere Verdragspartners.

Het Verenigd Koninkrijk heeft al langer de wens om zijn aandelen in URENCO te gelde te maken en premier Cameron heeft opdracht gegeven de mogelijkheden van een verkoop te onderzoeken. Een definitieve beslissing om wel of niet te verkopen heeft de Britse regering nog niet genomen. De Duitse aandeelhouders E.On en RWE onderzoeken de voor- en nadelen van een eventuele verkoop van niet-strategische aandelen. Ook E.On en RWE hebben nog geen besluit kenbaar gemaakt over voortzetting van hun aandeelhouderschap in URENCO. Naar aanleiding van de wens van het Verenigd Koninkrijk hebben de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Financiën en Buitenlandse Zaken besloten om nader onderzoek te doen en gezamenlijk extern financieel en juridisch advies in te winnen. In het kader hiervan worden mogelijke opties nader verkend en worden gesprekken gevoerd met diverse stakeholders. Hangende de uitkomsten van deze analyse en gesprekken is het nog niet mogelijk om u een definitief standpunt met betrekking tot de eigendomsverhoudingen in URENCO te doen toekomen.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen