Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202025422 nr. 261

25 422 Opwerking van radioactief materiaal

Nr. 261 MOTIE VAN DE LEDEN KRÖGER EN VAN EIJS

Voorgesteld 18 december 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er vanuit URENCO verarmd uranium (VF6) wordt geëxporteerd naar Rusland en dat de Minister van Financiën via Ultra Centrifuge Nederland (UCN) een derde van de aandelen van URENCO houdt;

constaterende dat de productielocatie van de Duitse URENCO in Gronau ligt, slechts 250 kilometer van de tevens Nederlandse staatsdeelneming COVRA in Borsele waar Nederlands UF6 wordt opgeslagen, maar dat UF6 ruim 1.700 kilometer wordt vervoerd naar het Russische nucleaire bedrijf ROSATOM;

overwegende dat er grote vraagtekens zijn bij de juiste verwerking hiervan door ROSATOM;

overwegende dat in antwoord op schriftelijke vragen over het verlenen van een vergunning aan URENCO voor de export van 1.000 ton verarmd uranium aan Rusland staat dat er sprake was van een «fout» welke de regering «betreurde»;

van mening dat het onwenselijk is dat een Nederlands staatsbedrijf aan Rusland grondstoffen levert die door herverrijking kunnen dienen voor de productie van brandstof voor kernreactoren of andere, zelfs militaire, doeleinden;

verzoekt de regering, om zich op alle mogelijke manieren, waaronder door middel van het aandeelhouderschap van het Ministerie van Financiën in URENCO, in te spannen om de export van verarmd uranium naar Rusland te stoppen en te zorgen voor een adequate verwerking van het verarmde uranium,

en gaat over tot de orde van de dag.

Kröger

Van Eijs