Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag 8 juni 2016
Op 18 februari jl. heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de situatie rond de
kerncentrale Borssele (KCB) (Kamerstuk 34 401, nr. 12) en over eventuele door het kabinet te nemen maatregelen ter borging van de publieke
belangen rond de KCB (Kamerstuk 34 401, nr. 7). Mede namens de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Financiën informeer
ik uw Kamer hierbij over de ondernomen en geplande stappen door het kabinet.
De omstandigheden in de energiemarkt zijn op dit moment voor veel energieproducenten
relatief slecht vanwege de sterk gedaalde groothandelsprijzen voor elektriciteit.
Ook DELTA heeft hier last van. Enerzijds via haar 70% belang in Energie-Produktiemaatschappij
Zuid-Nederland (EPZ), de vergunninghouder van de kerncentrale Borssele. Anderzijds
via haar wholesale energieportefeuille die voornamelijk bestaat uit gascentrales en
-contracten. De groothandelsprijzen zullen volgens marktverwachtingen op zijn vroegst
pas na 2020 herstellen tot een niveau waarin gas- en kerncentrales weer rendabel worden.
Het kabinet heeft oog voor de moeilijke situatie waarin DELTA zich bevindt. Centraal
staat het borgen van de publieke belangen nucleaire veiligheid en leveringszekerheid.
Ook zijn de gevolgen van een eventuele vervroegde buitengebruikstelling van de KCB
relevant.
Het Rijk is de afgelopen maanden dan ook in overleg geweest met EPZ, DELTA, de aandeelhouders
van DELTA en Essent/RWE om te komen tot een onderbouwde analyse van de situatie bij
EPZ en DELTA. Uitgangspunt voor het kabinet is dat de aandeelhouders van DELTA zelf
verantwoordelijk zijn voor de financiële situatie bij DELTA en dat vergunninghouder
EPZ en haar aandeelhouders verantwoordelijk zijn voor de bekostiging van de (exploitatie
van de) kerncentrale Borssele en de ontmanteling ervan.
Ondanks de financiële positie van DELTA zijn de publieke belangen (nucleaire veiligheid
en leveringszekerheid) op de korte termijn niet in het geding. De publieke belangen
zijn goed geborgd door publiek- en privaatrechtelijke wet- en regelgeving, waaronder
de Kernenergiewet, de vergunningen op grond van die wet en in aanvulling daarop de
Borssele convenanten.
EPZ is gevrijwaard van exploitatierisico’s en financieel solide door de zogenaamde
tollingovereenkomsten, die DELTA en Essent/RWE verplichten om gezamenlijk (naar rato
van hun aandeel in EPZ) alle door EPZ geproduceerde elektriciteit tegen kostprijs
in te kopen. Zolang DELTA en Essent/RWE aan hun verplichtingen blijven voldoen is
de financiële positie van KCB niet in het geding. Om te zorgen dat ook in de toekomst
de publieke belangen niet in het geding zijn, blijft het kabinet de situatie nauwlettend
volgen (zie hieronder).
De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is belast met het
toezicht op de nucleaire veiligheid. In dat kader heeft de ANVS op 29 maart jl. EPZ
per brief verzocht inzicht te geven in de financiële en personele middelen om te voldoen
aan de verplichtingen inzake nucleaire veiligheid. De ANVS concludeert dat de veiligheid
van en rondom de kerncentrale thans geborgd is. Op grond van de Kernenergiewet is
EPZ tevens verplicht om in 2016 een herzien ontmantelingsplan in te dienen. Het goedgekeurde
ontmantelingsplan vormt de basis voor de vijfjaarlijkse aanvraag financiële zekerheid,
die beoordeeld wordt door de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Minister
van Financiën.
Op basis van de eerdergenoemde gesprekken, de door betrokken partijen overlegde cijfers
en mogelijke inspanningen van de aandeelhouders kan het kabinet nu niet concluderen
dat financiële ondersteuning nodig is om de continuïteit van de exploitatie van de
kerncentrale Borssele te borgen. Om een beter beeld te krijgen van de precieze financiële
situatie, de mogelijke inspanningen van aandeelhouders en voorbereid te zijn op mogelijk
aanvullende financiële tegenvallers (zoals een verdere daling van de energieprijzen
dan waar de marktverwachtingen rekening mee houden) heeft het kabinet DELTA, haar
aandeelhouders, EPZ en Essent/RWE aangeboden om de verschillende risico’s op dergelijke
aanvullende financiële tegenvallers samen in kaart te brengen en scenario’s uit te
werken en extern te laten valideren. Gegeven het uitgangspunt dat EPZ en haar aandeelhouders
zelf verantwoordelijk zijn voor de bekostiging van de kerncentrale en de ontmanteling
ervan, zullen alle mogelijke scenario’s moeten uitgaan van een maximale bijdrage van
EPZ en haar aandeelhouders. Tevens zullen alle mogelijke scenario’s uitgaan van de
verplichte splitsing van DELTA in het kader van de Wet Onafhankelijk Netbeheer.
Tot slot, gerelateerd aan de werkgelegenheidssituatie in Zeeland, is de Commissie
Structuurversterking en Werkgelegenheid Zeeland, onder leiding van de heer J.P. Balkenende,
ingesteld. Haar bevindingen zijn op 2 juni jl. gepresenteerd. Het kabinet streeft
ernaar in deze zomer haar reactie op het advies naar uw Kamer te sturen.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp