nr. 4
VERSLAG
Vastgesteld 17 september 1997
De vaste commissie voor Justitie1, belast
met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als
volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde
vragen en gemaakte opmerkingen tijdig zullen zijn beantwoord, acht de commissie
de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.
Het wetsvoorstel strekt er in hoofdzaak toe, wijzigingen aan te brengen
in de rechtspositie van de rechterlijke macht. Nadat de Raad van State (instemmend)
over het wetsvoorstel had geadviseerd, heeft de regering het wetsontwerp uitgebreid.
Hierbij heeft de regering – naar zij stelt: om redenen van wetgevingseconomie –
van de gelegenheid gebruik gemaakt om enige later opgekomen wetswijzigingen
mee te nemen (zie nader rapport, onder 2).
Bij sommige van die wijzigingen kunnen kanttekeningen worden geplaatst,
zo stellen de leden van de fracties van PvdA, CDA en GPV. De voorgestelde
artikelen VII en VIII betreffen een overgangsregeling inzake onder meer de
bevoegdheid van advocaten en procureurs in een deel van Brabant dat bij een
gemeentelijke herindeling was betrokken. Bij de wet tot gemeentelijke herindeling
is destijds verzuimd een overgangsregeling te treffen (memorie van toelichting,
p. 8).
De voorgestelde artikelen VII en VIII hangen op geen enkele wijze inhoudelijk
samen met het eigenlijke onderwerp van het wetsvoorstel: de rechtspositie
van de rechterlijke macht. Dit is in strijd met afspraken die hierover begin
1997 zijn gemaakt tussen de Kamer en de Minister-President. Afgesproken is
dat, ten behoeve van inzichtelijke wetgeving en een efficiënte wetgevingsprocedure,
in één wetsvoorstel in beginsel slechts onderwerpen worden opgenomen
waartussen inhoudelijke samenhang bestaat; dit ligt alleen anders bij reparatiewetten
of leemtewetten. Dit laatste doet zich hier niet voor. Het is dus zeer de
vraag of bedoelde bepalingen in dit wetsvoorstel thuishoren. Hieraan kan niet
afdoen dat het om kleine wijzigingen van merendeels technische aard zou gaan
(zie nader rapport), dat de wijzigingen wat omvang en belang betreft te klein
zouden zijn om in een afzonderlijk wetsvoorstel neer te leggen (memorie van
toelichting, p. 2) of dat ze spoedshalve in het onderhavige wetsvoorstel zijn
opgenomen (memorie van toelichting, p. 9).
De leden van de fracties van PvdA, CDA en GPV vragen of de regering hierop
kan ingaan. Had het niet meer voor de hand gelegen om de betreffende bepalingen
in de (nog bij de Kamer in te dienen) algemene reparatiewet 1997 op te nemen?
De leden van de VVD-fractie hebben met instemming kennisgenomen van het
onderhavige wetsvoorstel. Het wetsvoorstel geeft deze leden aanleiding tot
het stellen van de volgende vragen. Het wetsvoorstel bevat onder meer een
uitgebreide bijlage met salariscategorieën en salarisschalen voor rechterlijke
ambtenaren per 1 oktober 1995 t/m 1997. De leden van de VVD-fractie wensen
van de regering te vernemen hoe – in grote lijnen – het salarisniveau
van de Nederlandse rechterlijke ambtenaren zich verhoudt tot de ons omringende
landen, te weten Duitsland, Engeland, België en Frankrijk. Wordt in Nederland
meer of minder verdiend door rechterlijke ambtenaren?
Voorts hebben deze leden kennisgenomen van artikel 20 van het wetsvoorstel
waarin de arbeidsduur wordt vastgesteld op ten hoogste 36 uur per week. Zij
vragen hoe dat gegeven moet worden geïnterpreteerd. Wordt van de rechterlijke
ambtenaren daadwerkelijk verwacht dat zij 36 uur per week werken? Zijn gegevens
beschikbaar over de urenbelasting van rechterlijke ambtenaren per rechterlijke
instantie? Worden rechterlijke ambtenaren in staat gesteld overuren in rekening
te brengen? Hoeveel bedraagt het gemiddeld aantal overuren per rechterlijke
ambtenaar? Is informatie bekend over de gemiddelde wekelijkse tijdsbesteding
van rechterlijke ambtenaren in opleiding? Hoe wordt voorzien in vervanging
c.q. ondersteuning bij zwangerschaps- of ouderschapsverlof?
Tot slot merken de leden van de VVD-fractie met betrekking tot de voorgestelde
artikelen VII en VIII op dat op geen enkele wijze een inhoudelijke samenhang
bestaat met het eigenlijke onderwerp van het wetsvoorstel: de rechtspositie
van de rechterlijke macht. Dit is in strijd met afspraken die hierover begin
1997 zijn gemaakt tussen de Kamer en de Minister-President. Afgesproken is
dat, ten behoeve van inzichtelijke wetgeving en een efficiënte wetgevingsprocedure,
in één wetsvoorstel in beginsel slechts onderwerpen worden opgenomen
waartussen inhoudelijke samenhang bestaat; dit ligt alleen anders bij reparatiewetten
of leemtewetten. Waarom is in dit geval van dat uitgangspunt afgeweken? Kan
de regering daarop ingaan? Had het niet meer voor de hand gelegen om de betreffende
bepalingen in de (nog bij de Kamer in te dienen) algemene reparatiewet 1997
op te nemen, zo vragen de leden van de VVD-fractie.
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
het onderhavige wetsvoorstel. Zij wensen over het wetsvoorstel slechts een
aantal vragen te stellen.
In de eerste plaats merken deze leden op dat in de Aanvullende overeenkomst
Arbeidsvoorwaarden sector Rechterlijke Macht afspraken zijn gemaakt over de
invoering van een 36-urige werkweek. Kan de regering uiteenzetten wat de gevolgen
zijn van de invoering van de 36-urige werkweek voor het efficiënt afhandelen
van zaken, zo vragen deze leden.
In de tweede plaats vragen deze leden de regering of de voorgestelde artikelen
VII en VIII in dit wetsvoorstel thuishoren, nu deze op geen enkele wijze inhoudelijk
samenhangen met het eigenlijke onderwerp van het wetsvoorstel. Had het niet
meer voor de hand gelegen om de betreffende bepalingen in de algemene reparatiewet
1997 op te nemen, zo vragen de leden van de D66-fractie.
De voorzitter van de commissie,
V. A. M. van der Burg
De griffier van de commissie,
Pe
XNoot
1Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), voorzitter, Schutte
(GPV), Korthals (VVD), Janmaat (CD), Koekkoek (CDA), Soutendijk-van Appeldoorn
(CDA), Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M. M.
van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra
(PvdA), Aiking-van Wageningen (Groep Nijpels), Rabbae (GroenLinks), Koekkoek
(CDA), J. M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel (VVD), Dittrich
(D66), Verhagen (CDA), Dijksman (PvdA), De Graaf (D66), Rouvoet (RPF), B.
M. de Vries (VVD), O. P. G. Vos (VVD), Van Vliet (D66).
Plv. leden: Smits (CDA), Van den Berg (SGP), Van Blerck-Woerdman
(VVD), Marijnissen (SP), Biesheuvel (CDA), Bremmer (CDA), Doelman-Pel (CDA),
Van Traa (PvdA), Van Heemst (PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA),
Vliegenthart (PvdA), Meijer (Groep Nijpels), Sipkes (GroenLinks), Biesheuvel
(CDA), Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Passtoors (VVD), Van Boxtel (D66), Van
der Heijden (CDA), Apostolou (PvdA), Roethof (D66), Leerkes (U55+), Van den
Doel (VVD), Weisglas (VVD), De Koning (D66).