25 392
Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, het Wetboek van Strafvordering, de Politiewet 1993 en andere wetten (reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket)

nr. 25
NADER GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID RABBAE TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 20

Ontvangen 30 maart 1998

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel GG, wordt artikel 128, zesde lid, vervangen door:

6. Indien het betreft een aanwijzing tot het niet of niet verder opsporen of vervolgen, stelt Onze Minister de Tweede Kamer der Staten-Generaal in kennis van de aanwijzing, de voorgenomen aanwijzing en de zienswijze van het College. Voor zover het belang van de staat zich naar het oordeel van Onze Minister daartegen verzet, kan van de eerste volzin worden afgeweken, met dien verstande dat Onze Minister in dat geval de Tweede Kamer der Staten-Generaal in kennis stelt van het feit dat een aanwijzing is gegeven.

Toelichting

De beperkingen die de minister in dit lid aanbrengt met betrekking tot de informatievoorziening aan de Kamer is, met het oog op het belang van de democratische controle, onwenselijk en ook niet noodzakelijk. Het uitgangspunt dient te zijn dat de minister de Kamer informeert. De minister kan wel, indien de privacy van een burger in het geding is, volstaan met het vertrouwelijk informeren van de Kamer of een zaak anonimiseren. Met betrekking tot het belang van de staat is dit amendement in overeenstemming gebracht met artikel 68 van de Grondwet.

Rabbae

Naar boven